Verslaggeverscolumn

Dit is een dood object, en emotie is gevaarlijk, maar de val van de Lange Jaap staat niet op zichzelf

null Beeld

Op de avond van de paniek kwam Jan Dop terug van vakantie en op Schiphol spoelden de berichtjes binnen, ‘ik dacht: het is fake nieuws’, en het eerste wat hij vanuit de auto zag boven Den Helder, om middernacht, was het licht, ‘godzijdank’. Elke dag gaat hij er langs, ‘ik begrijp best dat het een dood object is, maar voor mensen heeft het betekenis’.

Een dood object, taps toelopend tot in het zwerk – pas op korte afstand zie je dat de toren niet rond is maar 16-kantig, opgebouwd uit 68 ringen van 1088 gietijzeren platen verbonden door 21.446 bouten. Je ziet niet de binnenkant, de scheuren in de 17 gietijzeren etages, soms 5 centimeter breed, en in de wenteltrap van 428 treden; die gaven nooit aanleiding tot alarm.

Lange Jaap. Beeld Toine Heijmans
Lange Jaap.Beeld Toine Heijmans

Hij is van Quirinus Harder, die begon als sjouwer en eindigde als architect van 26 bakens, er is veel over te vertellen maar het belangrijkste is dat de Lange Jaap overeind staat, de hoogste nog werkende vuurtoren van het land dat ooit leefde met de zee en er nu bang voor is. Vaalrood staat ie daar, omhuld door verse regenbogen en een armada van witte en vuilgrijze wolken. Noordwestenwind, zodat je het zout ruikt dat daarachter neerslaat op basalt.

Niemand mag meer op korte afstand komen, hekken en verbodsborden zijn z’n lot, de toren staat op instorten, meldde Rijkswaterstaat zonder dat te preciseren, behalve dat er scheuren zijn aangetroffen, en dat er vocht door de naden komt. Niets beweegt behalve de walradar maar hier weten ze: weg is weg.

Er was een informatiebijeenkomst en daar zei een directeur dat er ‘geen garanties’ zijn, een onheilspellend eenvoudige woordkeus die insloeg op het dorp, ‘godsámme nog an toe, dát gaat niet gebeuren, we gaan er vóór liggen’ – en direct daarna zegt Jan: ‘maar we moeten de emotie natuurlijk niet de boventoon laten prevaleren’.

Op het dorp wonen mensen met meerpalen in de tuin. Jan is zelf een vuurtoren, met zijn misthoorn groet hij bekenden, met zijn vrouw Natascha drijft hij een uitvaartonderneming. We drinken koffie in strandtent ‘Nogal Wiedus’ en kijken over het wijdste water van de wereld: je ziet de ebstroom trekken aan een wachtschip, je ziet de branding helwit op de platen slaan, je ziet de Lange Jaap oprijzen, alle tafeltjes aan het raam altijd gereserveerd. Jan Dop groeide er op, het café was een woonhuis en elke avond drong de toren zijn kamer binnen: vier lichtarmen, engelbewaarders. Zijn grootvader was opzichter op de Lange Jaap, ‘allemaal emotie, maar goed, het blijft natuurlijk ook maar gewoon een object.’

Begin deze eeuw besloot Rijkswaterstaat dat de vuurtorens geen nut meer hadden, de wachters eraf, dat ging net zo goed met camera’s, de bakens konden naar ‘lagere overheden’ als toeristisch object, de minder toeristische gesloopt. Ze waren duur in onderhoud en stonden haaks op arbo- en milieuwetgeving, ‘bedrijfseconomisch gezien zou je ze het beste kunnen opdoeken’, zei het hoofd afdeling markeertechniek me destijds, en: ‘romantiek, ik heb dat gevoel wat minder’.

Misschien is het een verklaring voor het lot van de Lange Jaap. Ook die moest afgestoten, dus bedachten ze op het dorp een stichting om ‘m te kopen ‘het werd een blaartrekkend verhaal’, zegt Jan, ‘de wegen van Rijkswaterstaat bleven ondoorgrondelijk’. Onderhoud is nooit gepleegd, zegt hij ook, twee decennia ‘is er helemaal niks aan gebeurd’ – Rijkswaterstaat ontkent maar Jan weet het zeker want dorpsogen houden er dag en nacht de wacht.

Op 26 juli zag hij ineens auto’s staan en mensen in oranje hesjes, hij laat de foto’s zien, daar begon het mee. Over een paar naden zat tape, alsof ze ‘m met plakband gingen redden. ‘En nu: paniek.’

Het is een rijksmonument, ‘ons dorpshuis is een gemeentelijk monument en elk jaar krijgen we inspectie’. Zes jaar geleden nog waaide een radar van het lichthuis. Er zijn Kamervragen gesteld, er is een brief opgesteld door de staatssecretaris, ‘de stakeholders zijn inmiddels geïnformeerd’ staat erin en verder niets concreets behalve dat ie om kan vallen. Niets over waarom het zo ver kwam, over de betekenis van de Lange Jaap, over z’n lot.

Rijkswaterstaat maakte ooit een mooie brochure over de monumenten die ze bezit, en die de ziel samenvatten van het Nederlandse leven met het water: sluizen, stuwen, bruggen, bakens. Maar over behoud blijft het schimmig, behalve dat niet alles behouden kan. Het is geen dienst die dingen wil bewaren.

‘We zitten d’r bovenop’, zegt Jan, ‘we laten niet los!’

Dit is een dood object, en emotie is gevaarlijk, maar de val van de Lange Jaap staat niet op zichzelf.

Meer over