ColumnBert Wagendorp

Diego Maradona: genialiteit en zelfdestructie als claims to fame

. Beeld .
.Beeld .

Ik weet nog precies waar ik was toen mij woensdag het bericht van de dood van Diego Maradona bereikte: ik zat aan de eettafel in de huiskamer, mijn vriendin kwam thuis en zei: ‘Maradona is dood.’ Dat je nog precies weet waar je was op het moment van een onheilstijding, schijnt de norm te zijn voor slecht nieuws van de buitencategorie. Marco van Basten zei het gisteren in de Volkskrant: ‘Voor mij is dit er weer zo een.’ Heb je geen idee meer waar je was toen je het hoorde, dan viel de impact wel mee en liet het nieuws je kennelijk tamelijk koud.

Meestal betreft ‘waar-je-was-nieuws’ de dood. Ik weet nog waar ik was toen de dood van Pim Fortuyn naar buiten kwam (restaurant, Brussel), die van Theo van Gogh (in de auto in de Wibautstraat) Theo Koomen (sporthal, Groningen), Kennedy (keuken van mijn oma, Groenlo), Martin Luther King (Zuiderzeedijk, Lemmer) en Lou Reed (voor de open haard bij vrienden in Erloy, Frankrijk).

Dat je je het moment en de locatie altijd zult blijven herinneren hangt samen met het plotselinge karakter van het betreffende overlijden. Niet toevallig was in de bovenstaande gevallen vier keer sprake van moord en eenmaal van een auto-ongeluk. Dergelijke schokkende doodsoorzaken verhogen het bewustzijn op het moment dat je met het nieuws wordt geconfronteerd, waardoor de omstandigheden voorgoed in je brein worden geëtst.

De mate waarin je door een doodsbericht wordt geëmotioneerd speelt geen rol in de herinnering aan plaats en tijd. Ik weet niet meer waar ik was toen ik hoorde dat Joost Zwagerman dood was. Johan Cruijff, Jan Wolkers, John Lennon, Joop den Uyl: geen idee.

De ‘waar-was-je-doden’ zijn meestal beroemde of zelfs wereldberoemde overledenen. Misschien is dat een voorwaarde. Wanneer een icoon overlijdt wil je dat graag met anderen delen, bijvoorbeeld door de vraag: ‘Waar was jij toen je het hoorde?’ Die vraag heeft geen zin als het om een niet algemeen bekende dode gaat, bijvoorbeeld je moeder, omdat het antwoord dan voorspelbaar is: ‘Hier, terwijl ik met jou sta te praten. Gecondoleerd nog.’

Maar Maradona hoort dus bij de ‘waar-was-je-doden’. Hij gold als de beste voetballer ooit en was als zodanig algemeen bekend. Ik denk dat Lionel Messi een grotere speler is, maar die is volgens kenners buiten het veld te saai om te worden uitgeroepen tot beste speler aller tijden.

Mensen die graag tot de ‘waar-was-je-doden’ willen gaan behoren, doen er daarom goed aan om, behalve uit te blinken in hun kernactiviteit, ook op andere terreinen aan hun roem te werken. Maradona deed dat door heel veel cocaïne te snuiven, zich met uitschot te omringen, een seksverslaving op te bouwen, wanstaltig dik te worden en toeterlam plaats te nemen op het ereterras.

Zijn beroemdste doelpunt maakte hij met de hand, zijn allermooiste met zijn twee voeten. Het filmpje waarin hij minutenlang op muziek met bal jongleerde droeg bij aan zijn faam. Hij bezorgde Argentinië in 1986 de wereldtitel en zijn absolute grootheid wordt het mooist geïllustreerd door een foto uit een interland tegen België, waarop zeven Belgen angstig kijken naar één speler die voor hen staat met de bal aan de voet: Diego Maradona.

Je kunt zeggen: met zo’n voetballoopbaan doet niets er verder toe. Je kunt ook constateren dat Maradona een zelfdestructief man was die ten onder ging aan zijn roem en unieke talent en aan de aasgieren die daarop afkwamen.

Ik denk dat ik over een half jaar niet meer weet waar ik was toen ik het hoorde.

Meer over