Bericht uitMadrid

Die tweede golf komt door mensen zoals jij, roept mijn Spaanse arts uit

Ineens ruik ik niets meer. Ik pak de pindakaaspot erbij – leve de expansie van Hema in het buitenland – en snuif diep, maar nee, niets. Mijn vriend zit aan de andere kant van de tafel ongelovig te kijken. Hij houdt niet van pindakaas en ruikt de stank zelfs daar.

Een coronasymptoom! Wat nu? Na even zoeken kom ik erachter dat ik het gezondheidscentrum bij mij in de buurt moet bellen. De verpleegkundige die ik aan de lijn krijg, gaat een lijstje met symptomen af. Verhoging? Nee. Vermoeidheid? Tja, moeilijk te zeggen. Hoesten? In de loop van het gesprek kuch ik een keer en de verpleegkundige roept meteen, op een toon alsof ze een misdaad heeft opgelost: ‘Je hoest!’

Andere vraag: ben ik in contact geweest met mensen zonder mondkapje? Ja, zeg ik, ik heb met mensen gegeten in restaurants en in de bar gezeten. Net als heel Spanje. De verpleegkundige zucht diep. ‘Ya’, zegt ze, een woord dat in het Spaans tegelijkertijd ja en nee betekent.

Ik moet me laten testen en tot nader order thuisblijven. De verpleegkundige neemt me bij de hand langs alle do’s en don’ts. Hoe ziet jullie huis eruit? Je vriend en zoontje moeten in de woonkamer slapen. Knuffelen en kussen mag niet, ook niet met de 1-jarige. ‘Ik weet dat het moeilijk is’, zegt ze, ineens met de meelevendheid van een Spaanse moeder, ‘maar probeer het zo veel mogelijk te beperken.’

Een coronatestlocatie in Madrid. ‘Alles is hier totaal overbelast’, zegt de verpleegkundige die correspondent Maartje Bakker moet inplannen voor een coronatest.Beeld Getty

Ze gaat op zoek naar een moment om me te laten testen. Het duurt lang. ‘Alles is hier totaal overbelast’, zegt ze. Uiteindelijk vindt ze toch een gaatje, ‘maar alleen omdat ik het forceer’.

Vier dagen na de test krijg ik eindelijk telefoon. Een tegenvaller: de uitslag is ‘no concluyente’. De test moet opnieuw. Intussen heb ik geen symptomen meer. De luiers van de kleine ruik ik weer op ruime afstand, net als de sigarettenrook die vanaf het balkon van de buren in mijn richting dwarrelt.

Ik aarzel. Als de test negatief is, mag ik weer naar buiten. Maar als de test positief is, mag ik niet lang daarna óók weer naar buiten, want dan is het tien dagen geleden dat ik symptomen kreeg – in Nederland geldt in mijn geval een quarantaine van zeven dagen, maar Spanje is voorzichtiger.

Van dat soort redeneringen is de arts niet gediend. ‘Het komt door mensen zoals jij dat er steeds meer besmettingen komen’, roept ze uit, geëmotioneerd. ‘Mijn man is 62 jaar, hij heeft parkinson, en nu ligt hij in het ziekenhuis met corona. Ik weet zeker dat hij over een paar dagen aan de beademing moet. Dat komt allemaal door asymptomatische jongeren die maar blijven rondlopen!’

Maar ik zit thuis, zeg ik. En dat blijft zo de rest van de week. De enige afleiding komt van gestaag binnendruppelende onheilstijdingen over de stad waar ik woon (en af en toe een knuffel van mijn zoontje): ‘Eenderde van de Spaanse besmettingen in Madrid’, ‘In één dag 23 coronadoden in Madrid’.

Vier dagen later, opnieuw telefoon. De uitslag is negatief. Inmiddels weet ik wat er in dit geval in het protocol staat: ‘In het geval van een negatieve PCR, en als er geen sterke klinische verdenking is, eindigt de isolatie.’

‘Maar je moet toch nog even binnenblijven’, zegt de arts. ‘Net zo lang tot het tien dagen geleden is dat je symptomen kreeg.’ Het is typisch de Spaanse gezondheidszorg: geen enkel risico nemen. En zeker niet op een moment dat de tweede coronagolf de stad al totaal overspoelt.

Meer over