Die Grieken zijn de wanhoop voorbij

Vorige week debatteerde de Tweede Kamer over de financiële hulp aan Griekenland. Ik volgde dit debat van een afstandje, vanuit Epirus, aan de noordwest-kust van Griekenland. En wat mij opviel, met dat beetje afstand tussen mijzelf en Nederland, is hoe beperkt en smal ons Nederlands perspectief op deze kwestie is. Dat wat ontbreekt, dat wat het debat beter en relevanter zou maken, wat ons zou sieren en baten en wat onze relatie met Griekenland ten goede zou komen, is enige empathie met de ontberingen van het Griekse volk.

Jasper Aalbers is mediawetenschapper en Griekofiel
Mensen staan bij een bank in de Griekse hoofdstad Athene. Beeld afp
Mensen staan bij een bank in de Griekse hoofdstad Athene.Beeld afp

Twee jaar geleden was ik ook in Epirus. Mijn leeftijdsgenoten - eind 20, begin 30 - vertelden mij toen hoe ze de grote beslissingen in hun leven, zoals trouwen en kinderen krijgen, uitstelden tot ná de crisis. Nu zijn die zelfde mensen getrouwd en zie je overal baby's. Niet omdat nu alles beter is dan toen, maar omdat men niet meer gelooft dat het nog beter gaat worden. De Grieken hebben daarop geen hoop meer. Ze zijn de wanhoop voorbij.

Epirus is van oudsher één van de armste regio's van Griekenland. Er is geen industrie, en er komen weinig buitenlandse toeristen. Zelfs in deze vakantietijd, wanneer de Grieken de grote steden verlaten om terug te keren naar hun geboortestreek, is het stil in de winkels. Bedrijfspanden staan leeg en bouwvoertuigen roesten weg waar zij zijn achtergelaten. Hele families proberen rond te komen van het reeds twee keer gekorte pensioen van één opa of oma, of van het beetje geld dat geëmigreerde broers of zussen kunnen opsturen. Werk is schaars, maar werk hebben betekent nog geen inkomen. Veel Grieken combineren twee of drie baantjes, en moeten maar afwachten of en wanneer ze betaald krijgen.

Korte termijn

Of de Grieken beter af zijn mét of zonder steun, binnen of buiten de Euro, daar zal ik me hier niet over uitspreken. Ik wil best geloven dat de hervormingseisen die horen bij het derde steunpakket goed zijn voor Griekenland, op de lange termijn. Maar voor de gewone Griekse burgers betekenen zij op de korte termijn slechts meer bezuinigingen, minder investeringen, nog minder werk en nog meer armoede.

In Nederland gaat het over de gebroken verkiezingsbeloftes van Mark Rutte. Maar de Grieken zijn jarenlang misleid en bedrogen door hun eigen leiders, links én rechts. Met als absolute dieptepunt de recente Januspolitiek van Syriza: stoere taal in eigen land en incompetente diplomatie in Brussel. Syriza heeft de Grieken hen laatste beetje vertrouwen afgenomen; hun door Tsipras aangeraden 'Oxi' heeft de zaken alleen maar verergerd.

Lot niet in eigen hand

Terwijl we ons in Nederland afvragen of 'we' onze miljarden nog wel terugkrijgen, weten veel Grieken niet hoe ze morgen hun kinderen te eten moeten geven. Terwijl wij ons afvragen of we in 2017 nog wel op Rutte willen stemmen, merken de Grieken nu dat hun stem en hun wil genegeerd worden; dat ze hun lot niet in eigen handen hebben. Verbaasd en vermoeid vernamen ze het nieuws dat ze in september weer mogen stemmen. Waarvoor nog? In zo'n klimaat, van armoede, uitzichtloosheid en machteloosheid, ontstaat ruimte voor extremisme en instabiliteit. Dat is slecht voor Griekenland, én voor Europa.

De volgende keer dat we in Nederland mogen praten over het al dan niet steunen van Griekenland zouden we er goed aan doen om bovenstaande zaken te benoemen en mee te nemen in onze overwegingen. Dat zijn wij verplicht. Niet aan de Grieken. Niet aan het impliciete en abstracte sociaal akkoord dat we Europa noemen. Maar aan onszelf. Aan ons eigen belang, en nog meer aan onze eigen waardigheid en menselijkheid.

Meer over