ColumnPeter Buwalda

Deze week heb ik geturfd hoe vaak Rök ‘het’ doet

Eén keer per dag laten we onszelf uit. Jet gooit een tennisbal weg, ik draaf er hijgend achteraan, dit om beurten. Als we onder het snot thuiskomen, valt ons op hoe klein het kasteel waarin we leven eigenlijk is. Zijn we hier nou, de hele tijd?

Domme vraag, al is-ie retorisch. En ach, het is een prima hok, ware het niet dat we gebukt gaan onder Rök, het hangrekje voor theedoeken en het zwaardere keukenmaterieel. (Soeplepels, rasp, garde, stamper, kaasschaaf.)

Dit, nou vooruit, ‘systeem’, inderdaad op de markt gebracht door Ikea, goed geraden, bestaat uit een horizontaal verchroomd stangetje van een centimeter of 40 dat, na twee bochtjes aan de uiteinden, in de muur is geschroefd door:

Peter. (Onthoud dit, lezer.)

Aan het verchroomde stangetje hangen LOSSE haakjes, s-vormige stukjes Zweeds metaal waarover het me, merk ik, moeite kost kalm te rapporteren. (‘Er zit iets op je mondhoeken.’ ‘Wat dan?’ ‘Dik, wit schuim.’) Om ons te paaien kreeg je bij aankoop van Rök de hulpstukken er bij, handig uitgerust met stalen lusjes eraan, die over de LOSSE haakjes passen.

Of het beginnende corona is, weet ik niet, maar deze week heb ik geturfd hoe vaak Rök ‘het’ doet. Maandag negen keer, dinsdag zestien keer, gisteren twaalf. Steeds als je iets van Rök wilt afhalen of terughangen, een theedoek, een kaasschaaf, een honkbalknuppel, lazeren op z’n minst twee soeplepels op de grond, plus de bijbehorende teringhaakjes.

Slokje water.

Het geeft een ketters kabaal, gevolgd door hels gevloek, zo gruwelijk dat je er ook gelovig van kunt worden. Vaak heb ik gestotterd: ‘Ik vermóórd hem, ik vermóórd hem’, waarmee ik het Zweedse rönd bedoelde dat Rök heeft zitten ontwerpen. Iemand heeft dit bedacht, een artistieke jongeling met een ‘ambitie’, deze stang met s-vormige, LOSSE haakjes om je cirkelzaag aan op te hangen. Wat wordt de volgende uitvinding? Losse spijkers voor in het Rijks? Dat er om de vijf minuten een paar Vermeers van de muur flikkeren?

Jawel vrienden, ik klink een beetje boos, klopt, de toon is geagiteerd. Komt toch weer door de corona’s, want we wassen vaker onze handen, waardoor het hopeloze gekletter nog vaker optreedt dan de afgelopen... achttien jaar het dagelijkse geval was. Zolang hangt Rök er al, helaas. Het is ongelooflijk. ‘Al langer dan jouw halve leven,’ aldus opa tegen Jet hier. ‘Al langer dan jouw halve leven raap ik elke dag zeven keer de kaasschaaf van de vloer! En ik schaaf nooit kaas! LOSSE plakken!’

Jet, altijd scherp, om niet te zeggen lucide: ‘Maar je woont hier toch pas zeven jaar?’

Meer water. Tja. Eh. De onprettige waarheid is dat ik Rök heb meeverhuisd, hihi. In Haarlem, mijn vorige residentie, hing het ‘systeem’ ook al in de keuken.

Suizende stilte, waarin ik aan mijn Haarlemse onderbuurvrouw moet denken, die behept was met schizofrenie. Wat ik me plotseling afvraag: heeft Rök haar misschien ziek gekletterd? Die dagelijkse regen van losse haakjes? Het zou me niets verbazen, rönd, heb jij op je gewäten.

Wat daarentegen eeuwig zal blijven verbazen, vrienden, is dat ik Rök destijds niet in veertien kleine stukjes heb gezaagd en in veertien verschillende gaten onder de grond heb gestopt, maar Rök gewoon weer aan de muur heb geschroefd.

Meer over