Columnkustaw bessems

Democratie? Fantastisch, zolang het goed uitkomt

null Beeld
Kustaw Bessems

Inmiddels denk ik u een beetje te kennen. U leest graag iets hoopvols. Beginnen we daarmee. Het aandeel Nederlanders dat de democratische rechtsorde aan de laars zou willen lappen om zijn zin te krijgen, is de afgelopen twee jaar ietsje kleiner geworden.

Geniet ervan.

Gaan we verder: het aandeel Nederlanders dat de democratische rechtsorde aan de laars zou willen lappen om zijn zin te krijgen, is nog altijd schrikbarend hoog. Of zoals het wordt verwoord in de net verschenen meting van democratisch bewustzijn door onderzoeksinstituut Verwey-Jonker: ‘Als het goed uitkomt ben ik democratisch, maar als het slecht uitkomt minder.’

Want vraag de Nederlander naar zijn opvatting over democratische waarden in het algemeen en hij toont zich een cheerleader. Dat niemand zijn wil kan opleggen? Gelukkig maar. Rekening houden met verschillende ideeën en belangen? Ja, natuurlijk. Onafhankelijke rechters die de regering kunnen stoppen? Superduper. Maar vraag door en het blijkt er allemaal maar net vanaf te hangen.

37 procent vindt dat ‘regeringen moeten doen wat de meeste Nederlanders willen, ook al staan wetten dat niet toe’. Een op de vijf Nederlanders vindt dat ‘de regering uitspraken van rechters mag negeren als deze het beleid hinderen’. Een vijfde tot een kwart voelt er wel voor dat experts besluiten nemen in plaats van de regering, dan wel dat de regering zich bij besluiten niet druk hoeft te maken om het parlement. Een vijfde vindt ‘een sterke leider die zich niet druk hoeft te maken over het parlement of verkiezingen’ zelfs meestal een goede manier om het land te besturen.

Spelregels laten varen

Leg specifieke thema’s voor en er gaan meer mooie idealen het raam uit. 42 procent van de mensen die een strenger klimaatbeleid willen, vinden dat de regering zich daarbij niet aan de wet hoeft te houden. Van de Nederlanders die een strenger asielbeleid willen, is dat 60 procent.

Op zich logisch: hoe erger je een probleem inschat, des te meer je bereid bent de normale spelregels te laten varen. We kennen niet voor niets de mogelijkheid een noodtoestand uit te roepen. Maar je moet toch hopen dat het hier over problemen gaat waarvoor je bínnen het democratische proces oplossingen kunt zoeken.

Het lijkt of velen van ons de democratie zien als een verzekeringspolis, gebaseerd op wantrouwen: het is maar goed dat de ánder niet over je heen kan walsen, maar kreeg je zelf de kans… Dat lijkt me op den duur een kwetsbare constructie, want zo’n kans komt een keer. Zeker naarmate crises zich opstapelen. De pandemie duurt voort. Mensen verarmen door inflatie. Voorzieningen lopen vast door personeelstekort. En de oorlog komt steeds dichterbij: de ambitie lijkt inmiddels om Oekraïne zo met wapens te bevoorraden dat het Rusland niet alleen kan afweren maar ook kan verslaan. Waar dat eindigt, weet niemand. De mogelijkheid van een energiecrisis is in elk geval reëel.

Het zijn omstandigheden waarin een bestuur dat lekker doorpakt zonder last van al te veel tegenmacht aanlokkelijker kan worden. En waarin het dus extra belangrijk is om duidelijk te maken dat onder een democratie niet zozeer wantrouwen of zelfs wederkerigheid hoort te liggen, maar het besef dat je alleen samen kunt functioneren als niemand ooit over wie dan ook heen walst.

We moeten ook de strijd aangaan met het beeld dat democratie noodzakelijke daadkracht in de weg zit. Als iets niet lukt, komt dat in de beeldvorming al gauw door irritante rechters met hun muggenzifterij. Of door die twintig Kamerfracties vol opgewonden standjes. En het is niet dat die sentimenten geen enkele basis hebben. Je kunt goed betogen dat rechters soms te politiek vonnissen. En ik zie natuurlijk ook wel sloganspuwers voor de camera’s paraderen.

Maar dat is het meteen ook: die zíé je. Een rechtbank die de regering de voet dwars zet, dat is ook een lekker duidelijk, dramatisch moment. Het zijn iets te mooie bliksemafleiders voor een overheid die vaak gewoon niet werkt.

Ervaringen met de overheid

Eerder profileerde het Verwey-Jonker Instituut eens burgers met weinig vertrouwen in instituties. Een onderschatte factor blijkt dat zij ronduit slechte ervaringen met de overheid hebben. Die is afwezig of onzichtbaar of ziet hen juist niet. Ze voelen zich niet adequaat en eerlijk behandeld. Mensen kunnen een digitaal formulier niet invullen, verdwalen tussen de loketten als ze hulp nodig hebben, hebben geen idee waar ze moeten zijn voor de wijkagent.

De belangstelling voor deze tekortkomingen is, door onder meer het toeslagenschandaal en de afhandeling van de aardbevingen in Groningen, toegenomen. Maar ze blijven lastig grijpbaar. Terwijl daar ergens toch misschien een deel van de oplossing zit. Wanneer je ervaart dat de overheid die je samen in de lucht houdt in elk geval als úítgangspunt heeft dat zij er voor je is, zul je er misschien meer begrip voor kunnen opbrengen wanneer grote ingewikkelde zaken niet van de ene op de andere dag zijn opgelost. Omdat je weet: zoals met mijn belangen serieus rekening wordt gehouden, zo zal dat voor die van anderen ook wel gelden. En logisch dat het dan tijd en gedoe kost voor we eruit komen.

Zoiets valt althans te hopen.

Wanneer leiders tegen burgers zeggen: zoek het allemaal zelf uit, creëren zij een onveilige samenleving waarin ieder zijn eigen werkelijkheid heeft, betoogt socioloog en pedagoog Mieke van Stigt. Sturing is nodig om ook de kwetsbaren te beschermen, vertelt ze in de Volkskrant-podcast Stuurloos aan Kustaw Bessems:

Meer over