COLUMNSander Schimmelpenninck

Defensie is meer dan legertje spelen

null Beeld

Tijdens mijn middelbareschooltijd was Ank Bijleveld burgemeester van de Hof van Twente, waaronder Diepenheim valt. Elk jaar opende de huidige minister van Defensie het jaarlijkse feest van de Diepenheimse Schutterij, een overblijfsel uit vervlogen tijden waarin dorpen en steden nog hun eigen schutterijen, gildes en andersoortige burgermilities hadden. De Diepenheimse Schutterij houdt zich tegenwoordig goeddeels bezig met bierdrinken, verkleedpartijen en spelletjes. Maar ik stel me graag voor hoe deze mannen ooit ons Stedeke verdedigden tegen struikrovers uit bedenkelijke buurdorpen als Goor. Of, nog mooier, Diepenheim tijdens de Tachtigjarige Oorlog op heldhaftige wijze ontdeden van de in Noordoost-Twente gelegerde Spanjaarden, waardoor wij nog altijd een schuttersfeest vieren in plaats van dat paapse carnaval.

Bijleveld is tegenwoordig dus de baas van het Nederlandse leger, een fenomeen dat voor een schrikbarende hoeveelheid mensen even archaïsch lijkt als de Diepenheimse Schutterij.

Het thema ‘defensie’ scoort sinds jaar en dag laag op het lijstje van belangrijke verkiezingsthema’s en dat weet de politiek maar al te goed. Langdurige bezuinigingen hebben hun weerslag op materieel en personeel bij Defensie. Met chronische verwaarlozing, oplopende tekorten en bijna tienduizend vacatures als gevolg.

Nederland heeft lang gedacht dat de wereldgeschiedenis zou ophouden na de val van het IJzeren Gordijn. Pas in 2014, het jaar van de Russische Krim-annexatie en het nationale MH17-trauma, begon er wat te dagen. Geschrokken spraken de landen van de NAVO opnieuw af dat ze hun uitgaven aan defensie zouden opvoeren tot 2 procent van het bbp, een afspraak waaraan Nederland zich net als de meeste andere Europese landen nog geen jaar heeft gehouden.

De onlangs gepresenteerde Defensievisie 2035 leest als een noodklok, met een grimmige wereld vol (cyber-)terrorisme, onbeheersbare (klimaat)migratiestromen en Nederland als willoze speelbal van grootmachten. Het leidde bij minister Bijleveld tot de nog bescheiden conclusie dat we ‘nu niet in staat zijn om alle dreigingen adequaat het hoofd te bieden’. Een gevoel van urgentie lijkt echter te ontbreken. De gerealiseerde uitgaven blijven zelfs achter op begrote uitgaven, laat staan dat er serieus werk wordt gemaakt van de afgesproken 2 procent van het bbp. Zo blijft Nederland, met zelfvoldaan schimpscheuten over Zuid-Europese wanbetalers als nationale hobby, zélf een wanbetaler.

De NAVO en Amerika, waarop we sinds jaar en dag leunen voor onze veiligheid, zijn volledig terecht klaar met de Europese labbekakkerigheid en neiging tot freeriden. Dat gevoel begint overigens ook bij de Europese bevolking zelf te leven. De steun voor zelfstandig Europees optreden neemt toe, zo bleek uit recent onderzoek van Clingendael.

Zelfs een meerderheid van de anti-Europese PVV- en FvD-stemmers is daar vóór. De grote vraag is waar te beginnen. Het is immers een stuk makkelijker om iets te slopen dan om iets te (her)bouwen. Een béétje meer zal niet genoeg zal zijn. Als we serieus werk willen maken van de verdediging van ons continent, zijn er grote investeringen, vooral in mensen, nodig.

Defensie is een onderwerp dat links-rechts overstijgt en iedereen zou moeten aanspreken. Het gaat over veiligheid, solidariteit en wat mij betreft ook over sociale cohesie, middels een nieuwe vorm van dienstplicht. Defensie gaat bovendien niet alleen om het verdedigen van grondgebied, maar ook over hulptroepen in geval van een ramp. Of de verwezenlijking van een moeilijk voor te stellen dreiging als, laten we eens wat geks noemen, een pandemie.

Als volk van handelaren blijven we echter vervallen in de bekende defensieparadox: defensie is belangrijk als we eraan denken, maar we denken er nooit aan.

De verwendheid van 75 jaar vrede wordt dit jaar nog maar eens geïllustreerd door de massahysterie rondom corona. Toch is Zoomen op zolder niet te vergelijken met onderduiken voor genocide en is opoe die sterft aan corona echt wat anders dan vader die geëxecuteerd wordt. Corona is vooral een kanarie in de kolenmijn die toont hoe slecht we zijn voorbereid op het ondenkbare. Laten we de waarschuwing ter harte nemen en investeren in onze beste verzekering: een gezonde defensie.

Sander Schimmelpenninck is journalist en ondernemer.

Meer over