columnTim Fransen

De Zorkianen zouden concluderen dat aardbewoners wielrennen serieuzer nemen dan wereldvrede

Tim Fransen artikel column Beeld .
Tim Fransen artikel columnBeeld .

Welk oordeel zouden hyperintelligente en goedaardige buitenaardse wezens over ons vellen? Cabaretier en filosoof Tim Fransen beschouwt de mens door de lens van de Zorkianen. Deze week: wereldvrede.

Vraag: wat hebben Mahatma Gandhi en Bradley Cooper met elkaar gemeen?

Antwoord: beiden werden vijf keer genomineerd voor de grootste prijs in hun vakgebied – respectievelijk de Nobelprijs voor de Vrede en de Oscar – en zagen even zo vaak de winst aan hun neus voorbijgaan.

(Oké, strikt genomen ontving Bradley Cooper maar vier Oscarnominaties, maar de miskenning voor A Star Is Born is zo schandalig, die tel ik even voor twee.)

Op planeet Zork begrijpen ze als geen ander het belang van vrede. Elke beschaving die het technologische stadium heeft bereikt waarin het kan ruimtereizen, heeft ook het technologische vermogen om zichzelf te vernietigen. Onderlinge strijd is vanaf dat punt spelen met vuur. Voor een hoogontwikkelde beschaving is wereldvrede dus een essentiële voorwaarde. (Daarnaast beschouwen de compassievolle Zorkianen oorlog ook gewoon als iets afstotelijks en immoreels. Vandaar ook het Zorkiaanse gezegde, dat ironisch genoeg wel iets weg heeft van een aardse uitspraak, maar net anders is: ‘Eerst komt de vrede, en dan de moraal.’)

De Zorkianen beschouwen het dan ook als een missertje dat Gandhi, een van de meest vredelievende mensen in de aardse geschiedenis, nooit de Nobelprijs heeft mogen ontvangen. Ook trekken de Zorkianen hun wenkbrauwen op (want die hebben zij ook, vreemd genoeg) over het feit dat Abiy Ahmed, de premier van Ethiopië, in 2019 nog de Nobelprijs voor de Vrede ontving, amper een jaar later zijn land in een burgeroorlog stortte, en desondanks de prijs gewoon mag houden. Zelfs Lance Armstrong moest zijn medailles inleveren toen hij toch niet zo’n terechte winnaar bleek. De Zorkianen kunnen maar één conclusie trekken: ‘Die aardbewoners lijken wielrennen serieuzer te nemen dan wereldvrede.’

Maar het meest nog verbazen de Zorkianen zich over de naam die onze belangwekkendste vredesprijs draagt, die van ene Alfred Nobel: de uitvinder van dynamiet en succesvol wapenhandelaar, die tegen het einde van zijn leven meer dan negentig wapenfabrieken bezat.

Toch had Nobel weldegelijk nobele bedoelingen (no pun intended) toen hij in zijn testament liet optekenen dat een riant geldbedrag moest worden uitgekeerd aan ‘hen die in het afgelopen jaar de mensheid het grootste nut hebben verschaft’. Ook het uitreiken van een Nobelprijs voor de Vrede zag Alfred, gezien de rest van zijn levenswerk, niet als ironisch of tegenstrijdig. Sterker nog, in 1891 schreef hij aan de bevriende Oostenrijkse gravin Bertha von Stuttner: ‘Misschien maken mijn fabrieken wel eerder een einde aan oorlog dan jouw congressen: op de dag dat twee legers elkaar binnen een seconde kunnen wegvagen, zullen alle beschaafde landen terugdeinzen van afgrijzen en hun troepen ontbinden.’

Nobel was niet de enige aardbewoner die deze paradoxale logica volgde van vredestichting door wapenontwikkeling. Rond diezelfde tijd werd het Maxim-machinegeweer uitgevonden, dat zeshonderd kogels per minuut kon afvuren. In 1897 prees The New York Times het machinegeweer vanwege zijn ‘vrede brengende en vrede behoudende verschrikkingen’, dat ‘dankzij zijn vernietigende effect landen en heersers een tweede keer heeft laten nadenken over de uitkomst van een oorlog’.

Afijn. Niet lang daarna brak de Eerste Wereldoorlog uit, de verwoestendste oorlog tot dan toe. (Wat had ik die week graag bij de redactievergadering van The New York Times aangeschoven: ‘Eh jongens, misschien een idee om een kleine rectificatie te plaatsen?’) Toch mocht dit inschattingsfoutje het menselijk optimisme niet temperen. Want de eerste lijken waren nog niet opgebaard of we doopten de Eerste Wereldoorlog om tot ‘the war to end all war.’ Oftewel: de oorlog die een einde zou maken aan alle oorlog.

Lang verhaal kort: amper twintig jaar later brak de Tweede Wereldoorlog uit, waardoor die Eerste met terugwerkende kracht meer weg had van een uit de hand gelopen kroeggevecht. Dat had de mensheid misschien een beetje verkeerd ingeschat. Maar dat kan de beste overkomen. Bovendien beschikken we sindsdien over nucleaire wapens. Dus nu is de lol van oorlog er echt wel vanaf.

Echt.

Als het gaat om wereldvrede lijken mensen weinig vertrouwen te hebben in zichzelf. Voor zover ze streven naar vrede, lijken ze hun geld in elk geval te hebben gezet op een nogal riskante strategie: het wapenarsenaal uitbreiden met zulke verschrikkelijke middelen dat vrede overblijft als de minst beroerde optie. Dat deze strategie nogal eens averechts heeft uitgepakt, lijkt voor de mens enkel reden om er nog een schepje bovenop te doen: blijkbaar waren de middelen nog niet verschrikkelijk genoeg. Toch maakt deze eigenaardige vredesstrategie het voor de Zorkianen wel beter te begrijpen waarom de principieel geweldloze Gandhi nooit die Nobelprijs heeft mogen ontvangen. Als mensen het hebben over ‘het begraven van de strijdbijl’, lijken ze vooral te bedoelen dat er inmiddels veel effectievere wapens zijn uitgevonden om de andere partij om zeep te helpen. Die bijl kun je gerust begraven.

Daarmee blijven de Zorkianen achter met slechts nog één vraag: ‘Wat is er mis met die mensen dat Bradley Cooper nooit een Oscar heeft gewonnen?!’

Meer over