COLUMNMartin Sommer

De ziekte van Baumol is hardnekkiger dan corona

Hier om de hoek is het ministerie van Financiën gevestigd, normaliter een bijenkorf van nijvere overheidsdienaren. Nu heerst er een gapende stilte. Moet ik me zorgen maken, vroeg ik een kennis die is gepokt en gemazeld in het openbaar bestuur. Moet er niet gewerkt worden? Komkom, lachte hij. Weet je met hoeveel ambtenaren we indertijd de zorgverzekeringswet in elkaar hebben gezet? Die immense wet was geschreven door een handjevol mensen.

Met corona op de terugtocht komen de vragen. Welke publieke dienst heeft er wat van gemaakt, welke moet eens duchtig worden beklopt? Bij de zorg was het alle hens aan dek en is er heroïsch gewerkt. Er waren ook overheidsdiensten waar ze de deur schielijk achter zich dichttrokken. Ik sprak erover met Jos Blank, hoogleraar prestaties van de overheid aan de TU Delft. Hij rapporteert met regelmaat over de arbeidsproductiviteit bij de publieke dienst en juist afgelopen week kwam er weer zo’n ongezouten verslag van hem uit, De effecten van Baumol.

Hoogleraar Jos Blank vond het ‘ronduit potsierlijk’: eerst zeggen dat het onderwijs knudde is en dat het niet aan de uitgaven ligt. Om dan alsnog met het medicijn voor alle kwalen te komen: er moet geld bij.Beeld TU Delft

Een sector die verrassend snel dichtging, was de rechterlijke macht. Vernietigende kritiek volgde, of de rechtspraak soms geen vitale functie was. Waarna de rechterlijke macht over zichzelf zei dat men zich, weliswaar onzichtbaar maar toch, het snot voor de ogen had gewerkt. Ook de politie had veel te doen, dat wil zeggen de boa’s die de agressie van de anderhalvemetersamenleving mochten beteugelen. Er ontstond debat over wapenstok en pepperspray voor de boa’s. Rare discussie, aldus Jos Blank. Zo’n incident in IJmuiden waar jongeren tot de orde moesten worden geroepen, daar zijn boa’s helemaal niet voor. Dat moet de politie doen, maar die was er even niet. Het onderwijs is een week geleden al effectief besproken door collega Kalshoven. Scholen gingen op eigen initiatief dicht, eindexamens werden veelal afgeschaft, ouders mochten de lessen overnemen.

Is het toeval dat juist de rechterlijke macht, politie en onderwijs zich van een minder heldhaftige kant hebben laten zien? Niet helemaal. Het zijn de traditionele overheidsmonopolies. Ze hebben geen concurrentie, dat maakt het eenvoudiger om tijdelijk de telefoon niet op te nemen. Het zijn ook de sectoren die in de studies van Blank qua arbeidsproductiviteit het slechtst scoren. ‘Er gaat steeds meer geld naar sectoren die zeker niet beter zijn gaan presteren en misschien slechter. Dat ga je in zo’n crisis extra merken.’

Hier geldt de zogeheten wet van Baumol. Dat is een soort wet van de afnemende meeropbrengst. Naarmate een sector meer personeelskosten kent en minder technologie, is het moeilijker de arbeidsproductiviteit te verhogen. De loonkosten lopen op, de opbrengst navenant terug. De politie krijgt steeds meer mensen, terwijl de dienstverlening alleen maar verslechtert, van preventie tot hulpverlening, van ordehandhaving tot opsporing. Nederland wordt inderdaad veiliger, maar dat is minder aan de politie dan aan de vergrijzing te danken. Zo wordt de politie steeds duurder en krijgt de burger minder waar voor zijn belastinggeld. De neiging is om te denken: niks aan te doen, het is nu eenmaal Baumol.

Volgens Blank is de ziekte van Baumol weliswaar hardnekkig, maar niet ongeneeslijk. Hij wijst op de ziekenhuizen, waar de arbeidsproductiviteit wel is gestegen, terwijl ook daar het personeel de grootste kostenpost is. Het verschil is de bekostiging. Ziekenhuizen hebben veel klandizie en de druk om te presteren is groot, terwijl de betaling pas achteraf komt. Bij de politie en het onderwijs is het andersom. Het budget ligt vast of stijgt, terwijl het aantal misdrijven respectievelijk het aantal leerlingen al jaren daalt. Dan volgt een bekend overheidsverschijnsel: het budget moet worden opgemaakt. De uitkomst heet ondoelmatigheid, die zich in een crisis extra laat voelen.

Een voorbeeld waarover Jos Blank zich heeft opgewonden is het rapport Een verstevigd fundament voor iedereen, gemaakt door McKinsey in opdracht van minister Slob (Onderwijs). Het rapport was dodelijk over de prestaties van het primair en voortgezet onderwijs. Een paar jaar geleden zat Nederland kwalitatief nog op het Europese gemiddelde. Tegenwoordig behoren we ‘tot de sterkste dalers in Europa’. De leesvaardigheid was tien jaar terug nog top. Nu op de 23ste plaats, na Polen, Tsjechië en Slovenië. Waar vind je in Europa de grootste verschillen tussen scholen in het voortgezet onderwijs: in Nederland.

Minister Slob van Onderwijs spreekt geen zin uit zonder de belofte dat hij alles helemaal ‘samen met de sector’ doet.Beeld Arie Slob

Ontluisterend, temeer omdat ‘de verschillen tussen scholen niet verklaard worden door de uitgaven, maar door de dagelijkse keuzes van schoolbesturen, schoolleiders en leraren’. Aldus McKinsey. Maar dan komt de oplossing: er moet 0,7- tot 1,5 miljard bij. Dan kan het onderwijs ‘weer van wereldklasse worden’. Jos Blank sprong uit zijn vel. ‘Ronduit potsierlijk.’ Eerst zeggen dat het onderwijs knudde is en dat het niet aan de uitgaven ligt. Om dan alsnog met het medicijn voor alle kwalen te komen: er moet geld bij. Zo kan de minister weer met een rapport zwaaien in de ministerraad.

Misschien kan Jos Blank bij zijn volgende prestatieonderzoek ook de lobbymacht betrekken. Rechters hebben Herman Tjeenk Willink bij Buitenhof en Thom de Graaf bij de Raad van State. De politie heeft burgemeesters van de grote steden met de juiste telefoonnummers in hun iPhones. Het onderwijs heeft een minister die geen zin uitspreekt zonder de belofte dat hij alles helemaal ‘samen met de sector’ doet. De ziekte van Baumol is inderdaad hardnekkig, hardnekkiger nog dan corona.

Herman Tjeenk Willink, goed voor de rechterslobby.Beeld ANP
Meer over