De zelfontmaskering van Anil Ramdas

Anil Ramdas kijkt neer op PVV-stemmers. Behalve in de nette NRC.

Joost Zwagerman

Hoe typeerde Anil Ramdas de anderhalf miljoen stemmers op de PVV ook alweer, in september vorig jaar?

Zo: het zijn 'primitieve, rancuneuze, rechtse en extreemrechtse types zonder moraal, zonder principes, zonder idealen, (...)'

Ramdas schreef het in een column die hij verzorgt voor De Buren, een Vlaams-Nederlands platform voor wetenschap en cultuur. Ik stuitte destijds bij toeval op Ramdas' tekst. Voor diezelfde organisatie zou ik in november naar Sheffield gaan, om er een zogeheten City Book te schrijven; op de site zocht ik naar informatie over City Books, en onverwacht trof ik er die heetgebakerde column van Ramdas aan.

Zielenvrienden
Was het een grap? Een halfslachtige Wilders-imitatie, in een poging diens retoriek over moslims toe te passen op de PVV-stemmer? Ramdas liet zich in ieder geval net zo haatdragend en generaliserend uit als Wilders. Ze zijn geen geestverwanten, nee, maar wel zielenvrienden, Wilders en Ramdas. In hun behoefte tot demoniseren van de Ander putten ze uit dezelfde bron van afkeer, minachting en behoefte tot het verspreiden van haatzaaiende taal.

En dan de overdrijving. Je kunt over mensen die je minacht schrijven dat ze een povere moraal hebben, of een slecht ontwikkelde moraal - maar géén moraal? Sociopaten kennen geen moraal. Zitten we met anderhalf miljoen sociopaten opgezadeld? Waren die mensen óók al 'zonder moraal' toen ze nog PvdA stemden? Werden ze in éen klap 'achterlijk en primitief' nu ze van partij waren gewisseld?

Onder iedere column bij De Buren kun je reacties achterlaten. Ik inspecteerde wat eerdere columns van Ramdas op de site. Iedere column kende hetzelfde aantal reacties: nul. En zo kwam het dat ik Ramdas het, achteraf gezien, onmetelijke plezier deed een reactie op die vermaledijde zin te plaatsen. Op mijn toenmalige Facebook-account plaatste ik een link naar Ramdas' withete zinnen. Die posting werd opgepikt door diverse bloggers, onder wie Bert Brussen. Ineens regende het reacties bij De Buren. Een fittie was geboren. GeenStijl bemoeide zich ermee, het Algemeen Dagblad, en ook de VPRO.

Neerkijken
Ramdas zelf reageerde op zijn beurt weer op de 'thread' onder zijn column bij De Buren. Fier liet hij weten dat hij op mij neerkeek. Inmiddels had ik mij wat in recente schrijfsels van de man verdiept en ontdekte dat neerkijken op anderen bij hem schering en inslag is. Ramdas verdeelt de mensheid in twee typen: personen tegen wie hij op kijkt, en personen op wie hij neerkijkt. Onnodig te zeggen dat hij er uit alle macht naar streeft dat anderen tegen hem opkijken, zodat hij eindelijk niet meer op zichzélf hoeft neer te kijken. Alleen al vanwege die worsteling verdient hij onze deernis en clementie. Zó vaak beklemtoonde Ramdas dat hij op mij neerkijkt dat het niet anders kan of ik ben erg belangrijk voor hem. Als ik hem daar een plezier mee doe, wil ik dat ook heus wel zijn.

Belangrijker is dat de passage over de PVV'er als onmens zonder moraal voor mij een reden was om voor deze krant een stuk te schrijven over de grotere tragedie die achter Ramdas' haatserenade schuilgaat: de stemmers op Wilders stemden ooit op het CDA of de PvdA, en met name zich links noemende intellectuelen zouden er verstandig aan doen zich te verdiepen in de vraag hoe en waardoor die eertijdse achterban van met name de PvdA vervreemd van deze partij is geraakt. Dat is vruchtbaarder dan op ze te schelden en ze te vernederen à la Ramdas.


'Minderwaardig mens'

Ook op dit stuk reageerde Ramdas weer gepijnigd en gekrenkt, met als voorlopig dieptepunt de via de pers geventileerde woede toen ik wél en Ramdas níet iets over deze grotere tragedie mocht komen vertellen bij Pauw & Witteman. 'Men maakt mij monddood!' schreef Ramdas in een woedende open brief aan P&W, wederom ergens op internet gepubliceerd. Het kon niet aan zijn verstand worden gebracht dat het geen zin heeft om een debat te organiseren als een van beide debaters op voorhand luidkeels laat weten op de ander neer te kijken. Dan beland je al gauw in de 'u bent een minderwaardig mens'-doctrine van Marcel van Dam, uitgesproken tegenover wijlen Pim Fortuyn.

Ik had nooit teruggeblikt op het hele debat(je) als Ramdas niet onlangs een opmerkelijk interview had gegeven in Vrij Nederland. In dat interview wordt hij nog eens geconfronteerd met de passage in kwestie. En wat antwoordt Ramdas acht maanden na dato? Dit: 'In NRC Handelsblad had ik zoiets natuurlijk nooit opgeschreven.'

Huh? Waarom zei onze ridder te paard dit destijds niet meteen? Dat had heel wat mensen tijd en energie gescheeld. Leuk trouwens voor De Buren om dit te lezen: Ramdas publiceert daar zaken die hij elders nooit zo zou durven beweren. Ramdas' onderbuikgevoelens gaan naar De Buren, de vrome zondagse mening naar de nette avondkrant.

Deze onbedoelde zelfontmaskering maakt het in éen klap onnodig en overbodig om nog te discussiëren over Ramdas' haat-taal aan het adres van PVV-stemmers. Er resten immers alleen nog maar zijn gespleten tong en dubbelhartigheid.

Schertsfiguur
Verderop in het interview legt hij uit waarom hij die zin over de PVV'ers éigenlijk op de website van De Buren plaatste. Ramdas deed 'onderzoek' voor Badal, de roman die hij inmiddels heeft gepubliceerd. Badal is ook de naam van de hoofdpersoon in dat boek, en deze Badal lijkt als twee druppels water op Ramdas. Badal is het hele boek lang nijver bezig aan 'een belangrijk essay over white trash.' Alleen al dit voornemen tot het schrijven van 'een belangrijk essay' maakt Badal tot een potsierlijke hoofdfiguur - en Ramdas tot een schertsfiguur.

Hij is hoe dan ook geen echte schrijver. Hij imitéért er hoogstens een. Een echte schrijver wil een mooi, goed, spannend, meeslepend of evocerend boek, gedicht of essay schrijven. 'Belangrijk' blijkt pas achteraf. Ik ken geen enkele schrijver die over zijn werk in wording zegt dat het 'belangrijk' of 'invloedrijk' moet gaan worden. Ramdas wil graag belangrijk gevonden worden, en daarom scheidt hij essays af en nu dus een roman.

Terug naar het zogenaamde onderzoek voor zijn roman. Wat zegt hij daarover in het interview? 'Ik gebruikte de term white trash in een column voor (...) De Buren. Het was een experiment. Ik wilde weten hoe reaguurders los zouden gaan op de theorie van mijn hoofdpersoon.'

Obscuur
Nu is het raadsel compleet. Op al die columns van Ramdas bij De Buren waren als gezegd nul reacties gekomen. Nul. De kans dat reaguurders 'los zouden gaan' op zijn passage over de PVV'ers als types zonder geweten en moraal was dus minuscuul.

Als ík niet bij toeval op Ramdas' obscure column zou zijn gestuit en er een posting op over Facebook over zou hebben geplaatst, had er tot op de dag van vandaag geen haan naar gekraaid.

Tot slot een bekentenis. Eigenlijk zeg ik hier maar wat. Dit is een experiment. Ik schrijf dit alleen maar in 'V' van de Volkskrant om reacties van lezers van deze krant los te krijgen. In NRC Handelsblad zou ik het allemaal nooit zo hebben opgeschreven.

Meer over