laat het stoppen

De workation is de pizza Hawaii van het moderne toerisme

null Beeld

Moderne verschijnselen; we komen erin om. Maar we hoeven ons er toch niet altijd bij neer te leggen? Er zijn zaken waar we ons tegen ­kunnen – nee, móéten – verzetten. Deze week moet Frank Heinen iets van het hart over de workation.

Frank Heinen

Enkele jaren geleden las ik een column van gewaardeerd collega Yolanthe (toen nog Sneijder) Cabau. Het stukje uit glittermagazine Grazia werd veelvuldig gedeeld op internet, met name vanwege de inleiding, die ik nog af en toe voor mezelf citeer, bij wijze van geestelijke doping op sombere winterdagen. Dit was ’m: ‘Met mijn voeten – inmiddels in het zand van Ibiza – schrijf ik deze column.’

De laatste tijd denk ik weer vaker aan die zin. Komt denk ik door de opkomst van de workation. Hele volksstammen zitten met hun voeten in het zand, te vergaderen. Ze zoomen in de branding, of laten zich gewillig inspireren door vergezichten en schrijven columns met hun voeten in het zand. Of in het zand met hun voeten, net hoe het uitkomt. Wie ‘ze’ zijn? Ja, wat dacht u: digital nomads, op zoek naar een remote workflow, locatie-onafhankelijke ondernemers, koorddansend op de work-life balance van de hectiek van alledag. Immers, om een workationblogger te citeren: output is output. Die hele workationtrend schijnt uit Zweden te zijn overgewaaid, daar zweren ze bij de heilzaamheid van werken in de vrije natuur: op foto’s zie je vitale, ontspannen mensen zwaar geïnspireerd bij een bosmeertje zitten, met een laptop op schoot. Corona heeft de workation nog een stevig zetje gegeven, en intussen zijn er al hele reisbureaus voor opgetuigd. Bill Gates is een zelfverklaard workationer, evenals Elon Musk. Kortom: als je ooit hoopt een zonderlinge miljardair te worden, neem dan gewoon lekker eens je laptop mee naar een bounty-eiland of een luxe blokhut.

Of: doe het niet.

Doe het gewoon niet.

Werk waar je wil, schrijf zoveel columns als je kunt, met je voeten, in het zand of in je nek voor mijn part, maar doe niet alsof je weekje in het buitenland níét het gevolg is van de omstandigheid dat je geen superbelangrijk werk doet (anders moest je echt wel ergens opdraven), dat je geen vast contract kunt krijgen of dat de workation in feite een poging is het beste te maken van een op zichzelf weinig opwekkende situatie. Bovendien: is in je eentje in de natuur wat op je laptop pielen werkelijk gezonder dan regelmatig collega’s zien? En wat is er precies prettig aan je favoriete vakantieplekken bezoeken, in de wetenschap dat de ontspanning die ermee gepaard zou moeten gaan, wordt verpest door de noodzaak productief te zijn?

Ook de gemeenschappelijke workation is aan een opgang bezig. Lekker met het bedrijf een lang weekend naar Ibiza, of een weekje met de marketeers naar Toscane. Een heisessie op steroïden, decadent douceurtje voor de hardwerkende medewerker die er genoeg van heeft de zoveelste bodembedekker in de kantoortuin te zijn. Minder vliegen? Ja, op zich volkomen mee eens, maar dit is voor werk, dit is nódig. Je moet toch een paar keer per jaar de saleskoppen bij elkaar steken onder een of andere parasol, ver van huis.

Zou je een bedrijfsworkation kunnen weigeren? Gewoon, omdat je het onzin vindt? Omdat je vindt dat je wel voldoende aan je CO2-uitstoot hebt gewerkt? Of omdat je – valide punt – vindt dat een bedrijf dat workations aanbiedt, ook vakantiewerkdagen moet aanbieden, met verplicht nietsdoen op kantoor?

In theorie vast wel, in de praktijk vast niet.

Maar ja: in theorie is de workation ook de perfecte manier om meer te werken en meer vakantie te vieren, in de praktijk is het de pizza Hawaii van het moderne toerisme. Het is niet omdat het allebei voorhanden is, dat je het ook moet willen combineren. Er is een tijd voor ananas, en er is een tijd voor pizza. Een gezonde tijd, en een geniettijd. Bestel een pizza Hawaii en er breekt een verontrustende derde tijd aan, een hybride waarin je noch geniet noch gezond bezig bent. Et voilà: de workation.

Onder de vlag van schaamteloze decadentie en ‘heerlijk de boel de boel’ schuilt in alle werkvakantiepromotiepraat een diepe obsessie met productiviteit. Output is output. Reis, consumeer, produceer, zwengel aan die economie. De workation lijkt me zo’n ideetje dat iemand uit de reisindustrie die dringend vakantie nodig had ooit tegen een muur heeft gesmeten en dat per ongeluk is blijven plakken. En nu zitten we ermee. Nooit meer niet nuttig, nergens zinloos zijn. Joepie. Om de wijsgeer Peter Buwalda te citeren: kak maar op m’n hoofd, bedankt voor de hoed.

Meer over