opiniecolumn

De wereld is met een inhaalslag bezig, en dus loopt de inflatie op

null Beeld
Heleen Mees

De roep om renteverhogingen zwelt aan. In de EU waren de prijzen in november volgens een eerste schatting gemiddeld 4,9 procent hoger dan in november 2020. In Duitsland, waar inflatie een bijzondere emotionele lading heeft, waren de prijzen zelfs 6 procent hoger dan een jaar eerder. Maar in een uitgebreid interview afgelopen weekend in de Frankfurter Allgemeine Sonntagszeitung zei de president van de Europese Centrale Bank, Christine Lagarde, dat het geen zin heeft de rente te verhogen.

Degenen die bij het uitbreken van de pandemie waarschuwden dat het opendraaien van de geldkranen door de centrale banken onherroepelijk tot torenhoge inflatie zou leiden, claimen nu de overwinning. Ten onrechte. In de EU bedroeg de inflatie over de afgelopen 24 maanden 1,9 procent op jaarbasis, wat vrijwel overeenkomt met de inflatiedoelstelling van de ECB van 2 procent per jaar op de middellange termijn.

Een belangrijke verklaring voor de hoge inflatie dit jaar is dat bij het uitbreken van de pandemie veel prijzen juist daalden. Economen duiden dat aan als het grondslageffect. In de maanden na het uitbreken van de pandemie daalde bijvoorbeeld de prijs van een vat olie. De prijs was eind april 2020 zelfs even negatief. Inmiddels kost olie weer 70 dollar per vat. Dat is een prijsstijging van bijna 100 procent ten opzichte van december vorig jaar, hoewel een vat olie nu nauwelijks duurder is dan voor de uitbraak van de pandemie.

In Duitsland speelt dit in nog sterkere mate. Als onderdeel van het ‘Konjunkturpaket’ verlaagde de Duitse regering van 1 juli 2020 tot 31 december 2020 het algemene btw-tarief van 19 naar 16 procent. Het verlaagde btw-tarief daalde van 7 naar 5 procent. Sinds begin dit jaar ligt de btw weer op het oude niveau, waardoor de prijzen zijn gestegen. Een deel van de inflatie in Duitsland deze maanden is toe te schrijven aan dit btw-effect, dat eenmalig is.

Een andere verklaring voor de opgelopen inflatie is dat de wereldeconomie met een inhaalslag bezig is. Niet alleen groeit de wereldeconomie harder dan voorheen, ook geven consumenten als gevolg van de pandemie verhoudingsgewijs veel geld uit aan duurzame goederen, zoals woninginrichting en hometrainers, en relatief weinig aan diensten, zoals uit eten gaan en vakanties.

De sterke stijging van de vraag naar duurzame goederen leidt tot bottlenecks in de productieketen. Niet alleen is er een schreeuwend tekort aan chips waardoor hele fabrieken moeten worden stilgelegd, ook zijn de havens, vrachtwagens en pakhuizen die worden gebruikt voor het transport van de goederen overbelast. Voor zover de inflatie het gevolg is van deze bottlenecks, ligt het voor de hand dat de inflatie daalt zodra de economie normaliseert.

Bovendien komt de helft van de inflatie in de EU deze maanden op het conto van de gestegen energieprijzen en wordt die stijging niet veroorzaakt door het beleid van de ECB, maar door de groene transitie, het ontbreken van wind dit najaar en door de weigering van de Russische president Poetin om de gasleveranties aan de EU substantieel te verhogen. Het is onwaarschijnlijk dat Poetin de gasleveranties aan de EU opschroeft, omdat Lagarde de rente met een half procent verhoogt.

Belangrijker dan de hoge inflatiecijfers nu, is de vraag hoe de inflatie zich op de middellangetermijn ontwikkelt. Op korte termijn heeft Lagarde goede argumenten om nog even af te wachten. Sinds de ontdekking van omikron is de onzekerheid over de pandemie en de economie flink toegenomen. Bovendien zijn er geen signalen dat werknemers hogere looneisen stellen - dat had tot een loon-prijsspiraal kunnen leiden, zoals in de jaren 1970 gebeurde.

Minder evident is het dat de inflatie op de middellangetermijn zal terugkeren naar het lage niveau van de afgelopen twee decennia, zoals Lagarde in de Frankfurter Allgemeine Sonntagszeitung suggereert. Volgens de cijfers die de ECB zelf heeft gepubliceerd, is de verwachting juist dat in 2022 de inflatie 1,9 procent en in 2023 en 2024 1,7 procent zal bedragen. Dat is dermate dicht bij de ECB-doelstelling van 2 procent inflatie per jaar dat de Europese Centrale Bank als de pandemie onder controle is, ook bereid moet zijn om te stoppen met de opkoop van staatsobligaties en de rente te verhogen.

Heleen Mees is econoom.

Meer over