ColumnJean-Pierre Geelen

De vraag aan mij was niet of ik een jongen of meisje was, maar ‘Hé, wat mot je, lul?’

JeanPierre Geelen artikel column Beeld .
JeanPierre Geelen artikel columnBeeld .

Ik was net 14 toen ik op mijn bek werd geslagen. Zomaar, door jongens van de LTS die zich, net als ik, spijbelend verveelden op het doordeweekse winkelcentrum van het slaapdorp uit mijn jeugd. Dan is het lekker meppen op een bebrilde leerbiel in hoogwaterbroek. Zo ging dat, op de leerschool van het leven.

Nu, veertig jaar later, staat zoiets voor ‘méér’. Dat bleek bij de brute mishandeling van de 14-jarige Frédérique in Amstelveen. BN’ers en Kamerleden waren er als de kippen bij en spraken zich - verrassend - uit tegen geweld. Radio 538 start een kaartenactie.

De vraag aan mij was niet ‘Ben jij een jongen of een meisje?’, maar ‘Hé, wat mot je, lul?’ Geen moment schoten mij, onhandige slungelpup, profetische woorden te binnen als ‘Ik ben wie ik ben, jij mag zijn wie jij wilt zijn’. Dat de arme Frédérique dat wel zei tegen haar eencellige belagers, zegt iets over haar, maar minstens zoveel over deze tijd. Uit het AD: ‘Vermoedelijk is het meisje slachtoffer geworden van anti-non binair geweld, zonder dat ze zelf in die categorie valt.’

De vader van Frédérique in het AD: ‘Het was een korte ontploffing waar waarschijnlijk iets achter zit.’ Ook onderzoekers zagen direct een symbool voor ‘een groter probleem’: ‘Een gebrek aan kennis over sekse- en genderdiversiteit’, zei een Nijmeegse ‘genderonderzoeker’. Een hoogleraar reclassering: ‘De jongens ervaren ongemak omdat ze niet weten wie ze tegenover zich hebben.’

Op de NOS-site werd Frederique geduid als ‘voorloper van een nieuwe generatie die niet aan hokjesdenken doet’. Terwijl het voorval nu juist illustreerde dat ook haar generatie volop in hokjes denkt.

Ik haalde veertig jaar geleden de krant niet (en nu dus wel). Nu verscheen Frédériques vader op tv bij Humberto - ook dat zegt iets over deze tijd en de maalstroom van emoties. In plaats van blinde haat, predikte hij zalvende woorden. Hij zag ‘geen enkele functie in een vrijheidsberovende straf’. Dat was bepaald niet wat kijkers wilden horen. De vader ‘liegt of hij is niet goed snik’, verwoordde een Telegraaf-columniste op Twitter de volkswoede. De belagers van Frédérique schijnen ‘Marokkaanse jongens’ te zijn, vandaar. De kopschoppers die op Mallorca een jongen dood trapten, zijn trouwens Gooise kakkers met rijke pappies en mammies en advocatenvrindjes. Tuig van de richel vind je in alle lagen van de bevolking.

Op het sociale mediatribunaal droop de bloeddorst van het vonnis. Ook ik wens de jongen(s) (als ik die zo binair mag omschrijven) die Frédérique mishandelden een knieschotje toe. De Gooise ballen: gooi ze met een schele bandido in een benauwde Spaanse cel, waar vogelspinnen en ratten ’s nachts al hun lichaamsopeningen visiteren en de daghap bestaat uit een bordje bleke bloembollensoep waar het hele keukenpersoneel overheen heeft staan pissen.

Daarom is het dus zo goed dat onafhankelijke rechtspraak bestaat.

Maar nooit zal ik de leeghoofden de eer gunnen hun laffe klappen ook nog van betekenis te voorzien. Daarmee krijgen de 14-jarige jochies een maatschappelijke relevantie die er vaak helemaal niet is.

Er moet gestraft en heropgevoed waar nodig, maar tegelijk moeten we accepteren dat de mens een beest is dat z’n soortgenoten soms kapot slaat. Zinloos, uit verveling of drugs, maar zonder diepere betekenis. Dat dat al erg genoeg is, zag ik als 14-jarige al haarscherp door mijn blauwe oog.

Meer over