week in tech

De vermoede­lijke moordenaars van Peter R. de Vries werden ermee gepakt. En toch wringt er iets aan het ANPR-systeem van de politie

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant

Misschien weet u nog hoe de politie zo snel de vluchtauto van de vermoedelijke moordenaars van Peter R. de Vries op het spoor kwam. Ze maakte gebruik van het ANPR-systeem, wat staat voor Automatic Number Plate Recognition. Via camera’s die boven of naast de weg hangen, kon de politie zo in een handomdraai de vluchtauto lokaliseren, nadat ze het kenteken in het systeem had ingevoerd.

De vluchtauto na de moord op Peter R. de Vries op de A4 bij Leidschendam.  Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
De vluchtauto na de moord op Peter R. de Vries op de A4 bij Leidschendam.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Behalve de daders zullen weinigen hier een probleem mee hebben gehad. Toch wringt er wat. Ooit werd ANPR bedacht als handig systeem om bijvoorbeeld na te gaan of een bestuurder zijn wegenbelasting wel had betaald of dat er wellicht nog een boete open stond. De politie sloeg de foto’s van de kentekenplaten niet op, maar keek alleen of er een match was.

Twee jaar geleden kreeg de politie van de minister ruimere bevoegdheden en mocht ze foto’s van de nummerborden toch opslaan, voor een periode van 28 dagen. Dit om ernstige misdrijven op te sporen. De toestemming betrof nadrukkelijk alleen kentekenplaten; gezichten van bestuurders of bijrijders mochten niet in die tijdelijke database terechtkomen. Als camera’s toch gezichten vastleggen, moeten deze ‘geblurd’ worden, onherkenbaar vervaagd.

Maar wat bleek vorige maand uit berichtgeving in het NRC? De afgelopen vijf jaar zijn wel degelijk foto’s van inzittenden gebruikt voor opsporingsdoeleinden en strafrechtelijke onderzoeken, terwijl de wettelijke basis hiervoor dus ontbrak.

Op dit soort onthullingen kan de politie grofweg op twee manieren reageren. De meest logische zou zijn: ‘Hé, dat is raar, dit gaan we tot op de bodem uitzoeken, want dit is natuurlijk helemaal niet de bedoeling.’ De andere reactie: ‘Natuurlijk doen we dit. We vinden dit namelijk zo handig dat de wet maar moet worden aangepast.’ Twee keer raden waarvoor de politie doorgaans kiest.

En jawel: Sjoerd Top, bij de Nationale Politie verantwoordelijk voor de ANPR-systemen, pleitte deze week tegenover het NRC voor verdere verruiming. Hij hoopt dat de Tweede Kamer dit najaar besluit dat de politie in ‘bepaalde bijzondere gevallen’ toch een verdachte op de ANPR-foto’s mag identificeren, bijvoorbeeld als het om een zware misdaad gaat. Iets wat blijkbaar al praktijk is.

Het gebruik van het ANPR-systeem is hiermee een perfect voorbeeld van het verschijnsel dat onder privacyhoeders bekend staat onder de term function creep: het gebruik van technologie voor iets waarvoor het oorspronkelijk niet bedoeld was. De discussie hierover is nogal ongemakkelijk. Want een concrete en nuttige toepassing als het oppakken van de vermoedelijke moordenaars van Peter R. de Vries wordt afgezet tegen een per definitie vage voorspelling over hoe nieuwe technologie in de toekomst ingezet zou kunnen worden.

Toch is die discussie broodnodig. Dennis Broeders, universitair hoofddocent veiligheid en technologie aan de Universiteit Leiden, zei hierover vorig jaar tegenover de Volkskrant: ‘Stap voor stap kruipt de overheid steeds dieper in mensen. Elke aparte stap om dat te doen lijkt redelijk, maar alles bij elkaar is de impact van al die stappen veel groter dan alle stappen opgeteld.’

Meer over