ColumnThomas van Luyn

De Van Luyntjes zijn altijd op zoek naar de beste investeringen. Maar wel een béétje laat

null Beeld Aisha Zeijpveld
Beeld Aisha Zeijpveld

Wij zijn altijd de laatste met alles. Als wij erover denken een vakantiehutje in Drenthe te kopen, blijkt heel Nederland net de week daarvoor de volledige voorraad te hebben opgekocht. Een Drents gat in de grond met een plastic zeil erover doet nu evenveel als een Amsterdams grachtenpand. Je moet verder over de grens kijken, zeggen de kenners. De grens met Roemenië wel te verstaan, en dan nog moet je snel zijn want de beste koopjes zijn al weg.

Het zelfde geldt voor honden. Daar komen we nu pas op, dat het wel leuk zou zijn er eentje te hebben. Blijkt dat alle asiels tussen hier en Tangiers al leeg zijn gekocht: Covid hè, hadden we kunnen weten. Iedereen wil natuurlijk gezelschap bij het thuiswerken, en iedereen wil een avondklok-ontheffer. Zouden er feestjes zijn met louter hondenbeztitters die om drie uur ’s nachts met hun hond aan te lijn naar huis waggelen? ‘Ja agent, ik mag toch zeker wel stomdronken zijn wanneer ik mijn hond uitlaat, of mag dat ook al niet meer in dit land? Hier, hou de lijn even vast, ik moet pissen.’ Op Marktplaats kun je nog wel honden vinden, maar alleen rashonden van professionele fokkers, voor prijzen die een Drents-vakantiehuisjebezitter zouden doen blozen. Dus tenzij iemand een traplopende, kind- en poesvriendelijke stadshond in een mandje voor onze deur achterlaat, moeten we wachten tot de corona voorbij is en al die avondklokhonden weer in het asiel worden gedumpt. Wie er dan eentje adopteert, moet niet raar opkijken als de betreffende hond pas na negenen wil worden uitgelaten, en dan vier keer, steeds door een ander gezinslid.

En nou wil mijn vrouw ineens bitcoins kopen. Ik zeg coins, meervoud, maar ik geloof dat, als we ons huis verkopen en genoegen nemen met een dieet van wat er in de prullenbak buiten de McDonald’s achterblijft, we dan nét genoeg centjes opzij kunnen leggen voor een dertigduizendste bitcoin. En dat is niet eens mijn voornaamste aarzeling. Die betreft de vaagheid ervan. Een bitcoin kun je niet eten, je kunt er niet in wonen, en je kunt ’m niet na negenen aanlijnen en uitlaten. Hoewel zelfs dat me niet zou verbazen, (en dat je de poep nog moet opruimen ook) want ik weet dus niet wat het precies is. Precies dan, hè? Ja, een blockchain-based cryptocurrency, maar klinkt mij even betekenisvol als ding deng walla walla bing beng.

Na een rondje bij mijn slimme vrienden die wèl een studie hebben afgemaakt, ben ik niet gerustgesteld. Er kan in theorie nog steeds een moment komen dat een jongetje zich losmaakt uit de menigte en roept: ‘Cryptocurrency is niks waard!’ en dat de keizer zich dan ineens behoorlijk bloot voelt in zijn jurk van azuurblauwe bitcoins. Nu zal iedere econoom vertellen dat elke vorm van geld maar een afspraak is, maar daartegenover staat de gouden regel van investeren: wanneer je kapper en je schoonmoeder erover denken erin stappen, dan staat de koers op het punt te kelderen.

Ik zou het nog scherper kunnen formuleren. Wanneer zelfs de familie Van Luyn erover denkt ergens in te stappen, is de kans dat het schip met geld reeds is uitgevaren niet gering.

Toch maar een hond, dan. Als de bitcoincrash dan de wereld in bittere armoede stort, kunnen we die tenminste nog opeten.

Meer over