ColumnMartin Sommer

De Tweede Kamer kan zichzelf niet wegsturen, maar waarom eigenlijk niet?

null Beeld

Een maand na verschijning van het onderzoeksrapport over de kindertoeslagenaffaire is de bestuursrechter (Raad van State) duchtig in zelfanalyse gegaan. Als ik dit schrijf, is de uitvoerende macht gevallen. En de derde poot van de trias politica, de Kamer? De Tweede Kamer kan zichzelf nu eenmaal niet wegsturen, stond in het commentaar van deze krant. Waarom eigenlijk niet? Het is not done kritiek te leveren op parlementaire onderzoekscommissies. Zij hebben in Nederland altijd gelijk. Zeker ondervraagden moeten het niet in hun hoofd halen om te zeggen, eh, en jullie zelf? Zoiets staat gelijk aan publieke harikiri. Maar je kon erop wachten tot de eerste dapperen – oud-secretaris-generaal Reinjan Hoekstra, Tjeenk Willink – zouden terugwijzen met de opmerking dat de Tweede Kamer eens in de spiegel moet kijken.

De toon van de ondervraging door de Kamercommissie was bozig. De titel van het verslag ‘Ongekend onrecht’, was meteen het vonnis voor iedereen die ooit bij de kinderopvangtoeslag betrokken was. Deze commissie was een schoolvoorbeeld van wat bestuurskundige Paul ’t Hart als inquisitiedemocratie heeft gemunt: achteraf afrekenen met daders. Bedoeld of onbedoeld, voorzitter Chris van Dam, die van de CDA-kieslijst was gevallen, heeft zich met zijn rapport alsnog onvermijdelijk gemaakt. Commissielid Renske Leijten (SP) maakte opzichtig geen onderscheid tussen haar rol als onderzoeker en als oppositielid. Ondervraagden kregen niet het gebruikelijke voorgesprek om een indruk te hebben van de richting van het verhoor. Zij voelden zich niet vrij in hun beantwoording.

Bedoeld of onbedoeld, voorzitter Chris van Dam, die van de CDA-kieslijst was gevallen, heeft zich met zijn verontwaardigde rapport alsnog onvermijdelijk gemaakt Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Bedoeld of onbedoeld, voorzitter Chris van Dam, die van de CDA-kieslijst was gevallen, heeft zich met zijn verontwaardigde rapport alsnog onvermijdelijk gemaaktBeeld Hollandse Hoogte / ANP

De rol van de Tweede Kamer zelf is niet onderzocht, zo staat in de inleiding van het verslag. Dat is een evidente misser, aangezien de Kamer als medewetgever alle regelingen heeft gezien en goedgekeurd. Vorige week was er een kleine reprise van de toeslagenaffaire, in verband met de mevrouw uit Wijdemeren die 7.000 euro bijstand moest terugbetalen.

Kamerleden struikelden over hun verontwaardiging en eisten spoedwetgeving die barmhartigheid en maatwerk bood. Precies als in de toeslagenaffaire hadden dezelfde partijen een jaar of wat geleden om genadeloze fraudebestrijding geroepen. Dat waren bijvoorbeeld GroenLinks en de ChristenUnie. Het komt te laat voor Asscher, maar het siert de Partij van de Arbeid dat ze daaraan destijds niet mee wilde doen. In zijn afscheidsvideo zei Asscher dat hij ‘liever zelfreflectie’ had ‘dan brute verontwaardiging’. Dat moet wel gericht zijn op de Kamercommissie die hemzelf fataal werd.

In zijn afscheidsvideo zei Asscher dat hij ‘liever zelfreflectie’ had ‘dan brute verontwaardiging’. Dat moet wel gericht zijn op de Kamercommissie die hemzelf fataal werd. Beeld Linelle Deunk
In zijn afscheidsvideo zei Asscher dat hij ‘liever zelfreflectie’ had ‘dan brute verontwaardiging’. Dat moet wel gericht zijn op de Kamercommissie die hemzelf fataal werd.Beeld Linelle Deunk

De Tweede Kamer heeft een mooie traditie van de huik naar de wind hangen, en tegelijk een chronische desinteresse in de uitvoering van de eigen wetgeving. Ook ditmaal was de Kamer tot een paar jaar geleden nauwelijks geboeid door het toeslagendrama, dat eigenlijk al sinds de invoering van de wet in 2005 speelde. De Algemene Rekenkamer meldde meteen na het eerste jaar dat mogelijk grote bedragen moesten worden terugbetaald door de ouders. Vijf jaar later sloeg de Rekenkamer andermaal alarm: er moest liefst 1,3 miljard euro worden teruggevorderd. In 2013, na de Bulgarenfraude, waarschuwde de Rekenkamer dat het fraudeprobleem niet zozeer de schuld was van de Belastingdienst, maar het gevolg van slechte wetgeving. Dat herhaalden de nationale rekenaars twee jaar later nog eens. De Kamer heeft kortom als medewetgever een kluit boter op het hoofd.

Een oorzaak van de desinteresse voor de uitvoering is dat de volksvertegenwoordiging omhoog kijkt naar de regering, en nauwelijks uit het raam. We zien elke week Kamerleden die zich tijdens het vragenuurtje als leeuwen weren tegenover de minister. Maar de praktijk van het meeregeren is veel wezenlijker. Fractiespecialisten helpen mee aan het regeerakkoord en hebben daarna niet de neiging om hun eigen werkstuk te ondergraven. Dat monisme van Kamer en regering is alleen maar erger geworden sinds de meerderheden zijn geslonken en de ‘constructieve oppositie’ is gaan meebesturen. Sinds een jaar of tien hebben we feitelijk minderheidskabinetten. De vlag ging uit omdat nu het dualisme helemaal tot zijn recht zou komen, want dilemma’s gingen open en bloot in de Kamer worden uitgevochten.

In werkelijkheid is de politieke koekoek-eenzang nog overheersender geworden. Laat het maar aan Mark Rutte over om je te paaien met een eervolle plek op de achterbank of een aai over je bol in het Torentje. Wilders was dodelijk over dit stelsel, toen hij onlangs in deze krant opmerkte: ‘Wij hebben geen oppositie meer. Je moet naar het midden gaan, in beperkte mate aardig of onaardig zijn voor elkaar. Dan haal je zoals Lodewijk Asscher - hij doet dat overigens goed - een paar punten binnen in een debat over economische hulp. Dat is geen gevolg van strijd, dat is voorgekookt.’

We hebben geen oppositie meer, merkte Wilder onlangs op. Beeld EPA
We hebben geen oppositie meer, merkte Wilder onlangs op.Beeld EPA

Politieke partijen hebben nauwelijks nog worteling in de samenleving, en compenseren dat door hun gezag te ontlenen aan de staat. Zij richten zich, afgezien van de komende acht weken tot de verkiezingen, niet langer op de burgerij maar op het bestel. In de woorden van de politicoloog Peter Mair (Ruling the Void, 2011): partijen zijn het vervoermiddel van de staat geworden in de richting van de samenleving, in plaats van andersom.

Laat dat even bezinken, en je begrijpt waarom het geluid van de gemaltraiteerde ouders niet alleen het oor van de secretaris-generaal of de minister niet bereikte, maar lange tijd evenmin doordrong tot de volksvertegenwoordiging. Dat laatste is nog dramatischer dan het eerste.

Meer over