De Ombudsman

De tijd van ‘geloof ons nu maar’ is voorbij

De Ombudsman van de Volkskrant, Jeroen Trommelen, belicht de berichtgeving in de krant over de laatste dagen van James le Mesurier, directeur en medeoprichter van Mayday Rescue, die de vrijwilligers van de hulporganisatie Witte Helmen in Syrië ondersteunde.

Jeroen Trommelen
Vrijwilligers van de Witte Helmen zoeken in september 2017 onder het puin naar overlevenden van een luchtaanval op Armanaz, in het noorden van Syrië.  Beeld EPA
Vrijwilligers van de Witte Helmen zoeken in september 2017 onder het puin naar overlevenden van een luchtaanval op Armanaz, in het noorden van Syrië.Beeld EPA

Op 19 juli 2020 had de Volkskrant een primeur van internationale allure die de krant anderhalf jaar later nog steeds bezighoudt. Wat bij publicatie gold als een proeve van integere onderzoeksjournalistiek, werd in de maanden erop bekritiseerd door verslaggevers van niet de minste media, waaronder De Groene Amsterdammer en Der Spiegel. Ook The Guardian en de BBC kwamen met publicaties die een heel andere indruk achterlieten dan die in de Volkskrant.

Vervolgens daagde de Volkskrant ook nog eens de Groene Amsterdammer voor de Raad voor de Journalistiek omdat het weekblad, met zijn beschuldiging over onbetrouwbare bronnen en een journalistiek ‘fraudeframe’, de krant niet om commentaar had gevraagd. Deze week gaf de Raad beide partijen een beetje gelijk: het weekblad hoefde de krant in beginsel niet om commentaar te vragen over het stuk dat werd samengevat, maar had niet zonder weerwoord de naam van een veronderstelde Volkskrant-bron mogen noemen.

Eigenlijk zijn dit details in een publicatie die om andere redenen een evaluatie verdient. Waar gaat het over? In het bewuste artikel reconstrueerden twee ervaren Volkskrant-verslaggevers de laatste dagen van James le Mesurier, de Britse directeur en medeoprichter van stichting Mayday Rescue, de organisatie die de reddingswerkers van de Witte Helmen in Syrië ondersteunde. Donoren steunden het werk van de veelgeprezen hulporganisatie met ruim 100 miljoen euro.

Dat werk stortte in november 2019 in elkaar na de vermoedelijke zelfdoding van Le Mesurier. De reconstructie liet zien dat hij verstrikt was geraakt in een gebrekkige financiële verantwoording. Mayday Rescue is gevestigd in Nederland en het ministerie van Buitenlandse Zaken had in 2018 haar donaties al stopgezet wegens tekortschietend toezicht op de geldstromen. Daarop volgden nadere onderzoeken.

Op vrijdag 8 november schreef directeur Le Mesurier een schuldbewuste e-mail aan donoren, ontdekten de verslaggevers. Hij geeft daarin toe ‘fraude’ te hebben gepleegd, hoewel dat geen kwade opzet was. De krant beschikte verder over een kritisch verslag van een Nederlandse accountant en een berouwvol WhatsApp-bericht van Le Mesurier aan de financieel directeur van Mayday. Het blijken berichten van een aangekondigde dood: drie dagen later overlijdt de Brit na een val uit de bovenverdieping van zijn appartement in Turkije.

Zoektocht naar verdwenen miljoenen

Het artikel zoomt in op de besteding van één bedrag van 50 duizend dollar dat Le Mesurier cash heeft opgenomen om medewerkers te helpen vluchten uit Syrië. Slechts een deel wordt voor dat doel gebruikt; waar is de rest gebleven? De zoektocht naar de ‘verdwenen’ 50 duizend dollar is de rode draad in het verhaal. Om de accountant te plezieren, blijken onder meer vervalste facturen uitgeschreven, zo blijkt.

In het kader naast het hoofdverhaal staat echter een verklaring die je kunt lezen als nuchtere ontknoping. Op de valreep gaf Mayday de verslaggevers vertrouwelijk inzage in de samenvatting van een Brits accountantsonderzoek. Daarin staat dat er geen bewijs voor financieel misbruik is gevonden. Ook wat Le Mesurier zelf had gemeld als fraude, is volgens deze accountants het gevolg van een ‘misverstand’.

Wie de latere verhalen van The Guardian, Der Spiegel en De Groene Amsterdammer leest, wordt dan ook niet meegenomen in een zoektocht naar bankbiljetten, maar in wat volgens hen de kern van de zaak is: de propagandaoorlog waarin de Witte Helmen verzeild waren geraakt. Rusland en Syrië proberen de organisatie in diskrediet te brengen en als Brit en oud-militair was Le Mesurier een makkelijke kop van Jut. In het narratief van deze media zouden de Nederlandse boekhouder en financieel directeur, met hun kennelijke onbegrip voor een chaotische boekhouding in chaotische tijden, hebben bijgedragen aan de wanhoopsdaad van een kennelijk overspannen directeur. En zou de Volkskrant postuum het frauduleuze imago van Le Mesurier hebben verstrekt door niet ruiterlijk te melden dat hij niets heeft verduisterd.

Dat klopt niet, zeggen verslaggevers en hoofdredactie. Zowel in het kader als in het nieuwsbericht op de voorpagina staat dat er geen bewijs voor verduistering is gevonden. Ook de propagandaoorlog wordt beschreven. Tegelijk wil men nog steeds graag het héle Britse forensisch rapport lezen (daarover loopt een WOB-verzoek). Over de totale indruk is men met de wijsheid achteraf wel minder tevreden. De adjunct-hoofdredacteur: ‘De bedoeling was om die 50 duizend dollar vooral symbool te laten staan voor iets anders; de warrige boekhouding.’ De verslaggever: ‘Als je één les moet trekken, is het: zet nooit zo’n wederhoor in een kadertje want dat is voor Mayday een stok geworden om mee te slaan. Dat de Britse accountants de fraude als misverstand zien, had daarom beter in de hoofdtekst gekund.’

Dat is wel het minste. Want daar komt bij dat slechts één bron met naam wordt geciteerd; de bestuurder van Mayday die op de beschuldigingen reageert. Na de publicatie in de Volkskrant zijn (oud)-bestuurders van Mayday aan andere media wel interviews gaan geven. Maar de Volkskrant had nu eenmaal bronbescherming beloofd. Die was nodig om de waardevolle documenten in handen te krijgen die de publicatie mogelijk hebben gemaakt. En eenmaal beloofd, kan de krant daar inderdaad niet zomaar op terugkomen.

Die noodzaak gold echter niet voor alle bronnen, waarvan sommigen een naam hadden kunnen krijgen (zoals de Nederlandse accountant van bureau SMK) of waarvan minstens vermeld had kunnen worden dat de redactie met hen had gesproken. De interne regels van de krant zijn streng: in principe geen anonieme bronnen tenzij zo’n bron aannemelijk kan maken dat hij disproportionele schade ondervindt als zijn naam bekend wordt. De Ombudsman hanteert een strikte uitleg van die regel en vindt dat je een accountant – een onafhankelijk controleur – geen anonimiteit hoeft te beloven.

Met zoveel anonieme bronnen is de redactie bovendien gehandicapt in haar eigen verdediging. Die leek nu noodgedwongen neer te komen op: ‘geloof ons maar’. Documenten die de publicatie hadden kunnen ondersteunen, publiceerde de krant evenmin terwijl dat deels had gekund. En in plaats van de publicatie in de eigen krant te verdedigen, wat volgens hem teveel zou neerkomen op het keuren van eigen vlees, stapte de hoofdredacteur naar de Raad voor de Journalistiek. Die geeft de krant nu deels gelijk, maar de echte uitweg ligt in meer transparantie en een betere verantwoording. De tijd van ‘geloof ons nu maar’ is echt voorbij.

Meer over