ColumnSheila Sitalsing

De terugkeer van het vuurpeloton in de VS toont glashelder wat de doodstraf is: gênante barbarij

null Beeld
Sheila Sitalsing

Toen John Albert Taylor, in 1989 ter dood veroordeeld in Utah (VS) wegens de zedenmoord op een 11-jarig meisje, voor zijn executie mocht kiezen tussen de naald of de kogel, koos hij het vuurpeloton. Om de autoriteiten in verlegenheid te brengen, verklaarde hij. Hij zei dat hij onschuldig was en dat hij het daarom vertikte te sterven door dodelijke injectie ‘vastgesnoerd aan een tafel, als een spartelende vis op het droge’.

Taylors kwalificeerde zijn executie als moord. Wettelijk toegestaan maar toch: moord, uitgevoerd door de staat. Vandaar zijn voorkeur voor het vuurpeloton. Gruwelijk en bloederig, alsmede ongerieflijk en gênant voor de autoriteiten, want glashelder voor iedereen: hier neemt de staat met geweld een leven.

Na Taylor, die op 26 januari 1996 stierf, kregen slechts twee andere Amerikaanse terdoodveroordeelden de kogel; de laatste was Ronnie Lee Gardner in 2010. Volgende week vrijdag, op 29 april, komt er voor het eerst weer iemand in de Verenigde Staten voor het vuurpeloton. Zijn naam is Richard B. Moore, hij is 57, hij zit al meer dan twintig jaar in de dodencel in South Carolina en zijn executie is al een keer uitgesteld.

Dat vuurpeloton trekt de aandacht. Want hoewel er elk jaar executies plaatsvinden in het land dat zich graag afficheert als enig leverancier van de ‘leider van de vrije wereld’ – het Death Penalty Information Center houdt de gegevens bij: 18 in het afgelopen jaar, een laagterecord, tien jaar daarvoor waren het er nog 85 – proberen Amerikaanse doodstrafstaten de illusie levend te houden dat beschaafde terechtstelling bestaat.

Beschaafd, dat zou dood per injectie zijn. Het inspuiten oogt als een nette medische handeling (als het ‘goed’ gaat), de veroordeelde gaat slapend, geruisloos, schoon en ogenschijnlijk vredig (als het ‘goed’ gaat), er vloeit geen bloed (als het ‘goed’ gaat).

Steeds vaker gaat het niet goed. Omdat farmaceuten weigeren de benodigde moordmedicijnen te leveren, waardoor erop los is geëxperimenteerd. Met als gevolg dat gevangenen langdurig lagen te wriemelen en te kreunen, pijn leken te lijden en dat soms lieten weten ook. Inderdaad, spartelend als een vis op het droge. De autoriteiten vonden dit voor zichzelf ook erg: stel je voor dat iemand na zo’n tafereel zou denken dat hij door barbaren wordt geregeerd.

In South Caroline werd daarom vorig jaar een nieuwe wet van kracht die de elektrische stoel en de fusillade herintroduceren. De gouverneur is voor, want wat heb je aan een doodstraf die zich niet laat uitvoeren. En daarom zal volgende week vrijdag de wereldpers uitrukken, komt dat zien, zo ziet een in de wet verankerde geweldscultuur eruit.

Je zou kunnen zeggen: de doodstraf in de Verenigde Staten sterft vanzelf uit. Elk jaar zijn er meer staten die hem afschaffen, elk jaar zijn er minder executies. Er is openheid en debat. Terwijl er ook landen zijn waar het licht nooit is aangegaan. China, waar het staatsgeheim is hoeveel burgers jaarlijks van staatswege over de kling worden gejaagd. Saoedi-Arabië, dat op één dag 81 mensen executeerde, sommigen voor het deelnemen aan protesten.

Maar dat ontkent het belangrijkste verschil. De VS horen bij ons, bij het Westen, bij de landen die de democratische rechtstaat min of meer onder de knie hebben, die graag anderen de les lezen over beschaving, die graag eropuit trekken om elders de Verlichting te brengen. En dan toch deze barbarij in eigen gelederen. Het is wat John Taylor zei toen hij voor de kogel koos: gênant.

Meer over