VerslaggeverscolumnMargriet Oostveen in Eindhoven

De straatdokter vaccineert met een Fiatje 500 en een Actiontas vol Janssen-spuiten

null Beeld

In een Fiatje 500 gepropt rijden we gehaast door Eindhoven: in de achterbak een grote plastic tas van de Action met injectiespuiten en het Janssen-vaccin, achter het stuur straatdokter Peter Meulesteen, daarnaast zijn zoon Jesse die nog studeert maar van zijn vader al heeft leren prikken, op het achterbankje straatverpleegkundige Josee Kruip en ik.

Daklozen in Eindhoven kennen dit autootje, zal één van hen straks vertellen. ‘Als er een boa op afloopt zeggen wij: afblijven, die is van onze dokter.’

We hebben drie uur om 45 daklozen in vijf opvanghuizen te vaccineren en hen het verplichte kwartier te laten wachten; vanmiddag moeten Peter en Josee weer klaarzitten voor gewone consulten in Peters huisartsenpraktijk. De komende dagen levert de GGD nog veel meer vaccins, maar Peter wil voorzichtig beginnen. Even aankijken hoeveel gevaccineerden een dagje koorts krijgen, een mogelijke bijwerking, ‘want je wil niet honderd daklozen tegelijk ziek door de stad hebben lopen’.

In Eindhoven leven zo’n driehonderd thuislozen met een vast adres in de maatschappelijke opvang. Daarnaast zijn er nog tweehonderd zonder adres en zonder verzekering. Voor deze categorie zijn er in heel Nederland straatdokters actief, vaak op kosten van de artsen zelf, omdat anders niemand het doet. ‘Peter werkt non-stop’, zegt Josee, die er zelf anders ook wat van kan. In oktober liep ik al een dag met haar mee en zag ik hoe Josee (65), toen zelf nog ongevaccineerd, koelbloedig een psychotische dakloze op corona testte. Morgen vaccineert ze daklozen op haar vrije dag.

Voor vandaag is een ijzeren tijdschema gemaakt. Twee administratieve krachten gaan steeds vooruit voor het papierwerk. Daarna komen wij. Bij het eerste opvanghuis zitten mensen die door verlies van hun werk plotseling dakloos werden, zwijgend in een kring. Peter, Josee en Jesse pakken kordaat de spuiten en hebben voordat iemand zich bedenkt zeventien mensen geprikt. Dan een kwartier wachten en klaar. ‘Jullie mogen gaan roken’, zegt Josee.

Jesse zet de prik erin.

 Beeld Margriet Oostveen
Jesse zet de prik erin. Beeld Margriet Oostveen

‘Heb je vaccins over?’, vragen de hulpverleners, want zij kregen nergens voorrang. Groepsbegeleider Rico Scheepens zegt me zacht dat hij onderhand wel ‘heel, heel’ graag een restje wil. Toch stond hij met ontroerende inzet een laatkomer te overreden het vaccin te nemen. De straatartsen leggen uit dat ze pas na het laatste opvanghuis restanten kunnen tellen. Als er over is zullen ze hulpverleners bellen.

Peter verwacht een relatief lage opkomst van 30 procent. Daklozen zijn net zo slecht geïnformeerd over vaccins als veel patiënten in zijn praktijk, die in De Bennekel ligt, een achterstandswijk vlak naast de High Tech Campus Eindhoven, door de stad gepromoot als het Silicon Valley van Europa. Sinds de berichten over de lage vaccinatiegraad in achterstandswijken krijgt Peters praktijk telefoontjes van whizzkids: of zij de overgeschoten vaccins even kunnen komen halen. In die tijd kunnen zijn telefonisten geen eigen laaggeletterde patiënten bellen om uit te leggen wat er in de voor velen onbegrijpelijk moeilijke uitnodigingsbrief voor vaccinatie staat.

Derde stop: een Blijfhuis. Een jonge vrouw met roze hoofddoek die een vaccin komt halen met haar arm in een mitella, vertelt dat op straat is mishandeld door haar schoonfamilie die niet wil dat ze gaat scheiden. En dat bijna niemand zich in dit huis laat vaccineren, omdat het verhaal rondgaat dat de kinderen die je nog kunt krijgen, mismaakt zullen zijn.

Vierde Stop: ’t Eindje, de somberste opvang van de stad, in de kelder van een parkeergarage. Josee zet naar adem happend prikken in de rookruimte – een straatdokter kan niet kieskeurig zijn.

Tot slot het Domushuis, voor mensen met een verslaving of psychische problemen. Iemand vraagt wat het vaccin doet samen met amfetaminegebruik. Bewoner Maarten achtervolgt me met een vrolijk verhaal over hoe hij door corona, nou ja, en twee biertjes, tegen een lantaarnpaal en een verkeersbord liep. Maar als de prik eenmaal in zijn arm zit, zegt hij in diepe ernst: ‘Dokter, ik ben u zeer, zéér erkentelijk.’

Dan allemaal weer in de Fiat, snel naar de praktijk. Jesse houdt een spuit die over is als een kleinood in zijn hand. Nu een snakkende hulpverlener bellen.

Meer over