ColumnDaniela Hooghiemstra

De ruimte waarbinnen de ster van Peter R. de Vries kon rijzen, maakte het ook mogelijk hem te elimineren

null Beeld

Nederlanders vinden zichzelf nuchter, maar ik ken weinig volkeren die zo graag opzien naar iets hogers dan zij. Ze slaan elkaar met dat iets, dat niet hier maar dáár is, ook graag om de oren. Onvermoeibaar splitsen ze zich van elkaar af, verwijzend naar het niet-bestaande. In de 19de eeuw ontstond zo een ontelbaar aantal kerkgenootschappen en op dit moment hebben we achttien – en met Pieter Omtzigt en wie weet Quinsy Gario binnenkort misschien wel 20 – politieke partijen, maar nog steeds geen regering.

Sinds God in alles bleek te zitten en leden van de koninklijke familie juist gewone mensen bleken te zijn, werd naar nieuw heil gezocht in systemen in het buitenland, maar de laatste jaren wordt de morele dorst vooral gelest met personen die onverwachts, jong of op schokkende wijze overleden zijn. Voorspellen wie een heiligverklaring te beurt zal vallen, is moeilijk. Bij Elsevier-columnist Pim Fortuyn had ik het niet zien aankomen, net zo min als bij zanger André Hazes. Ook had ik niet gedacht dat burgemeester Femke Halsema misdaadverslaggever Peter R. de Vries nog eens een ‘nationale held’ zou noemen.

De cultus rond personen die er niet meer zijn, leidt na aanvankelijke saam­horigheid meestal weer tot onenigheid. De ‘vrienden van Pim’ sleepten het land jarenlang mee in een shakespeariaans drama, en De Vries was nog maar net begraven, of er werd alweer een aanval ­gelanceerd op de minister van Justitie en de Nationale Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV).

De georganiseerde misdaad intussen, kan na de brute moord op hem op de oude voet verder. Kort nadat Halsema De Vries, het zoveelste slachtoffer van bendeterreur, tot ‘nationale held’ had uitgeroepen, riep zij burgers op om tijdens fouilleeracties in de stad de politie in de gaten te komen houden. Volgens een Italiaanse journalist komen drugs­criminelen af op de fiscaal gunstige regelingen voor bedrijven in Nederland, maar ik vermoed dat zij vooral de hier geldende verhouding tussen misdaad en straf interessant vinden. Sinds Willem Holleeder in het programma College Tour studenten toe mocht spreken, weet iedereen hoe gunstig die voor drugsbazen uitpakt.

Dat het recht van individuen bij de overheid soms in slechte handen is, was een harde les uit de bezettingstijd. Na de oorlog werd individuele vrijheid het hoogste ideaal. Peter R. de Vries (1956) was daarvan doordrongen. De spreuk ‘on bended knee is no way to be free’ die hij op zijn onderbeen liet tatoeëren, ontleende hij aan zijn vader, die in de oorlog twee Duitsers liquideerde.

Met het idee dat je beter op de mens kunt vertrouwen dan op de staat, keerde ook Max Moszkowicz terug uit Auschwitz en Mauthausen. Als advocaat van onder anderen de Heineken-ontvoerders, verlegde hij vanaf de jaren zeventig de aandacht van wetsovertreders naar de rechten en persoonlijke omstandigheden van beklaagden. In het besef dat de staat gevaarlijk kan zijn, werd alles gedaan om criminelen te beschermen.

Terwijl de status van misdadiger daardoor langzamerhand veranderde in die van vrijbuiter, werd de onderwereld steeds rijker, en meer met ‘boven’ vervlochten. Ook de status van advocaten, wier schoorsteen dankzij de georganiseerde misdaad goed rookte, nam een hoge vlucht. Advocaat Bram Moszkowicz, zoon van Max, deelde met cliënt Holleeder scooters, huizen en postadressen, maar terwijl hij en zijn collega’s schitterden in de media, werden politie en justitie door precieze rechters en Kamerleden klein gehouden.

Met zijn scherpe morele kompas was ­Peter R. de Vries van dit ethisch-anarcho­liberale complex een onderdeel. In drugsbaas Cor van Hout vond hij zijn beste vriend, maar Joran van der Sloot moest hangen aan de hoogste boom. De moraal was hij zelf. In die autonome rol van journalist, televisiester, rechercheur, aanklager en rechter in één, trok hij met vaak verbluffend resultaat een grens, waar justitie dat naliet.

Maar wrang genoeg maakte de ruimte waarbinnen zijn ster kon rijzen het ook mogelijk dat hij op klaarlichte dag schijnbaar achteloos werd doodgeschoten. Meer dan een ‘nationale held’ is hij het slachtoffer van een justitiële cultuur die vanuit de morele wens de zwakste te beschermen, in de praktijk de brutaalste laat winnen.

Daniela Hooghiemstra is historicus en journalist.

Verbetering: In een eerdere versie van deze column werd Wybren van Haga genoemd in de opsomming met Pieter Omtzigt en Quincy Gario. Dit is aangepast, omdat zijn afgesplitste Groep van Haga reeds in de Kamer zit.