commentaar

De reputatieschade die John de Mol oploopt, mag als afschrikwekkend voorbeeld dienen voor andere bazen

Pieter Klok
John de Mol Beeld ANP
John de MolBeeld ANP

De #MeToo-beweging, met haar talloze onthullingen over seksueel misbruik, grensoverschrijdend en intimiderend gedrag, leek tot een cultuurverandering te hebben geleid, maar het wangedrag bij tv-programma The Voice of Holland doet vermoeden dat die aan de tv-wereld voorbij is gegaan. Er heerste een cultuur waarvan mocht worden verondersteld dat de samenleving er na de onthullingen over filmproducent Harvey Weinstein definitief mee had afgerekend.

Tientallen vrouwen getuigen in de uitzending van Boos over een klimaat waarin het vanzelfsprekend was om seksuele toespelingen te maken, expliciete appjes te versturen en in sommige gevallen seks af te dwingen. De precieze schaal van het misbruik is nog onbekend, maar de getuigenissen doen het ergste vrezen. Er is op vele manieren misbruik gemaakt van de kwetsbare positie waarin de vrouwelijke deelnemers van het programma verkeerden.

Het siert John de Mol, de uiteindelijke baas, dat hij nog in de uitzending uitgebreid reageerde. Het siert hem ook dat hij daarbij op het eerste gezicht eerlijk was en zich niet door advocaten en woordvoerders een boodschap had laten influisteren die vooral ten doel had zijn eigen gezicht te redden. Daardoor werd in een oogopslag duidelijk waar het is misgegaan.

#MeToo leerde dat overal waar sprake is van grote machtsongelijkheid en een grote afhankelijkheid van het oordeel van een enkeling, machtsmisbruik en seksuele intimidatie op de loer liggen. Elke organisatie waarin sprake is van een dergelijke ongelijkheid zou dus een actief beleid moeten voeren om een veilige omgeving te creëren.

De tweede belangrijke les is dat het voor de meeste slachtoffers erg moeilijk is zich uit te spreken. Bij seksuele intimidatie en grensoverschrijdend gedrag zijn vaak maar twee mensen betrokken, waardoor onafhankelijke getuigen ontbreken. Daardoor kan het altijd uitdraaien op het woord van de een tegen het woord van de ander, wat strafrechtelijke vervolging lastig maakt. Getuigenissen kunnen altijd in twijfel worden getrokken door te beweren dat er sprake is van wederzijdse instemming.

Je zult als leidinggevende dus actief moeten streven naar een klimaat waarin werknemers seksuele intimidatie en machtsmisbruik uit hun hoofd laten, en slachtoffers en getuigen zich durven uitspreken.

Deze inzichten hebben John de Mol helaas nooit bereikt. Hij blijft ook na confrontatie met de aangrijpende bekentenissen van de vrouwen volharden in een passieve houding. Als vrouwen zich niet melden, kan hij niets doen. Hij doet ook weinig om ervoor te zorgen dat ze zich alsnog melden, bijvoorbeeld door aan te bieden hun rechtsbijstand te vergoeden en alles te doen om de psychische schade bij de vrouwen te verzachten.

Het is nu verleidelijk de daders zo hard mogelijk te straffen – inmiddels is dat al volop gaande door hen op alle mogelijke manieren in de ban te doen –, maar het is minstens zo belangrijk om de cultuur waaruit dit voortkomt te onderzoeken en na te denken over hoe die voor eens en voor altijd kan veranderen. Het lot van John de Mol die door zijn onoplettendheid enorme reputatieschade oploopt, kan hopelijk als afschrikwekkend voorbeeld dienen voor andere leidinggevenden van kwetsbare organisaties die denken dat het bij hen wel meevalt.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Meer over