ColumnAaf Brandt Corstius

De reden dat ik googlede hoe de dinosauriërs zijn uitgestorven, is dat ik soms het gevoel heb dat wij ook op uitsterven staan

null Beeld
Aaf Brandt Corstius

Inmiddels voelt corona als een knipperlichtrelatie, zoiets waarbij je van piek naar dal wordt gesleurd zonder dat je daar verder nog wat te zeggen over hebt. Al is een knipperlichtrelatie iets waar je uiteindelijk wél iets over te zeggen hebt. En corona niet.

Ik vind het nu alweer ongelofelijk dat we vier weken geleden nog leefden alsof er niets aan de hand was – ik ging naar Parijs! in een bomvolle trein! ik danste! op een feestje! – terwijl ik nu alweer snel verander in de bleke, zachtebroekdragende figuur die ik in LW2021 was, de Lockdown van Winter 20-21. LW2122, hier kom ik aan. De zachte broeken en naslagwerken over hygge liggen al klaar.

Gelukkig had ik dit weekend nog twee laatste uitjes, volledig legaal, zelfs verplicht. Ik speelde de laatste voorstelling van het stuk dat ik voor mezelf had geschreven, en de avond erna bezocht ik de laatste voorstelling die ik voor twee anderen geschreven had. Twee theaterzalen met uitgelaten, luidruchtig publiek, mensen die bewust op het randje van de vulkaan aan het dansen waren, en dus luider klapten en lachten dan ooit. Ze hoestten soms ook, maar we deden allemaal alsof we dat niet opmerkten.

Laatst heb ik uitgebreid het uitsterven van de dinosauriërs zitten googlen. Ze stierven uit door een grote meteoriet die op aarde landde. Dat konden ze echt niet zien aankomen. De dino’s werden er, letterlijk, nogal door overvallen. Maar daarvóór waren er ook allemaal heftige vulkaanuitbarstingen, waardoor het klimaat veranderde en ze ook al op uitsterven stonden. Hadden ze daar enig besef van? Of waren ze heel ad hoc bezig: steeds een beetje wegrennen van zo’n vulkaan, in de hoop dat het elders beter was?

De reden dat ik googlede hoe de dinosauriërs zijn uitgestorven, is dat ik soms het gevoel heb dat wij ook op uitsterven staan. En dat we dat helemaal niet doorhebben. De ene variant na de andere rolt over ons heen, maar wij zijn nog steeds bezig met regels en ruzies en mondkapjes. We hebben geen idee dat er over duizend jaar een heel andere diersoort op de aarde leeft, die terugkijkt op ons, en denkt: jezus, zagen ze dat niet aankomen? Al zullen ze geen jezus zeggen, maar iets van dezelfde verbaasde strekking.

Dat dacht ik allemaal terwijl ik vrijdag en zaterdag naar die twee theaters reisde en daar genoot van alles, en lachte en klapte en me door drukke foyers heen worstelde. Ik genoot er intens van, juist omdat ik de hele tijd met die verschrikkelijke doemgedachten in mijn hoofd liep.

Optimaal genieten door optimaal dreigende doem. Dat konden de dinosauriërs vast niet. Er zitten een paar voordelen aan mens zijn.

Meer over