ColumnAaf Brandt Corstius

De quarantiener en zijn plek in de hoek van de hoekbank

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant

Ik heb er lange tijd weerstand tegen geboden, maar als 18 miljoen andere mensen eenmaal een hoekbank hebben gekocht, wil je er zelf ook een. Inmiddels begrijp ik ook niet meer waarom ik geen hoekbank wilde: wat is er fijner dan met het hele gezin in verschillende expressies van lethargie gedrapeerd te liggen in een hoek van negentig graden?

Waar ik me zorgen over maak, in het geval van mijn hoekbank maar ook van miljoenen andere hoekbanken, is dat ene extra bijzondere plekje van de bank: de hoek. Het stukje waar de twee haaks op elkaar staande bankdelen elkaar ontmoeten, en waar iedereen het liefst wil zitten.

Bij mij thuis is het na het eten al een vast ritueel dat een van de kinderen ‘CLAIM HOEK’ roept, en die mag dan tijdens het tv-kijken in de lekkerste hoek zitten. ‘CLAIM HOEK VOOR DE KOMENDE EEUW’ is ook al voorbijgekomen. En dan ruziemaken. Over de hoek.

Op de site van het AD las ik een stuk over quarantieners, dus tieners in de lockdown, en dat was geïllustreerd met een foto van een tiener die in de hoek van een hoekbank zat. Hij was omgeven door diverse snoeren en kussens, had een telefoon in zijn hand en een laptop naast zich, zat onder een dekentje en keek stoïcijns op zijn scherm, al wist hij heus wel dat een fotograaf van het AD hem stond te fotograferen voor een artikel. Een betere illustratie was niet denkbaar, een deprimerendere ook niet.

Ook ik maak me zorgen om tieners, maar plotseling realiseerde ik me dat de hoeken van hoekbanken, die toch al zwaar belast werden, het afgelopen jaar ook bepaald niet ongeschonden zijn gebleven. Ze worden nu bijna fulltime bezeten. En vaak door tieners. Tieners zijn de hele dag thuis, ik neem aan de beste hoekclaimers, en ze wegen nog meer dan hun ouders want ze eten vaak een volkoren brood en zeven roze koeken en dat spoelen ze weg met Red Bull. En dat is alleen hun ontbijt.

Dus die hoek, dat foam waarvan zo’n kussen is gemaakt, dat zag je al op het kleine fotootje van de quarantiener, zakt veel erger door dan de rest van de bank, een fenomeen dat ik bij onze eigen bank, pas drie maanden oud, ook al begin te zien.

Ik denk er vaak over na hoe we ooit zullen terugkijken op deze periode – ik hoop intens dát we er ooit op terugkijken. In die tijd zullen we de hoeken van onze banken zien als de stille, doorgezakte getuigen van een tijd van intensief thuiszitten. Van zitten, sowieso. Het verzakte deel van onze bank zal ons dan gelukkig maken, omdat we er op een gegeven moment ook weer af mochten.

Meer over