De prins en de bank

De Nederlandsche Bank zegt het zelf: de raad van commissarissen, onder wie kroonprins Willem-Alexander, beschikt over belangrijke bevoegdheden. Het gaat dan om voor de hand liggende zaken als goedkeuring van de begroting, de jaarverantwoording en het vaststellen van de jaarrekening. Maar de raad beschikt ook over de bevoegdheid bepaalde besluiten van de directie goed te keuren.

de Volkskrant

Het gaat daarbij niet alleen over het beheer van DNB, zoals wordt gesuggereerd door de Rijksvoorlichtingsdienst en de prins zelf, maar ook over het beleid – en daarmee over het functioneren van de directie en bankpresident Wellink. De verantwoordelijkheden van de commissarissen zijn dan ook veel zwaarder dan die van de Bankraad, die slechts als klankbord fungeert.


De vraagtekens die de Tweede Kamer zet bij het commissariaat van de kroonprins zijn dan ook relevant. Temeer daar het beleid van DNB, anders dan in 1998 toen Willem-Alexander commissaris werd, niet alleen veelomvattender is geworden, maar door de kredietcrisis ook omstreden is geraakt. Het parlementair onderzoek door de commissie-De Wit zal niet om het beleid van DNB heen kunnen. Dat de raad van commissarissen buiten schot zal blijven, is gelet op haar taak onwaarschijnlijk.


Voorkomen moet worden dat de commissie-De Wit bij haar onderzoek wordt gehinderd door de betrokkenheid bij het beleid van DNB van een onschendbaar lid van het Koninklijk Huis. Hoe nuttig het commissariaat destijds ook leek als voorbereiding van de kroonprins op het koningschap, onder de huidige omstandigheden is het voor hem beter deze functie neer te leggen.

Meer over