columnbert wagendorp

De polderjongen, de pantserhouwitsers, de warme bakker, de zangeres en de snaartheorie

null Beeld
Bert Wagendorp


Ernst Kuipers, de nieuwe minister van Volksgezondheid, komt uit Creil en Hanke Bruins Slot, nieuw op Binnenlandse Zaken, was commandant van een peloton pantserhouwitsers in Uruzgan. Het is opmerkelijk hoe bepaalde kenmerken zich in elk portret meteen aan de nieuwkomers in het kabinet hechten. Henk Staghouwer: minister van Landbouw, maar eigenlijk warme bakker – eindelijk weer eens een bakker in de politiek.

Creil ligt in de Noordoostpolder, de vader van Ernst Kuipers was er huisarts. Toen de Noordoostpolder droogviel, stond al in de planning dat Creil een gereformeerd dorp zou worden. Ernst Kuipers groeide er op met de gereformeerde God, eeuwige tegenwind en slagregens op weg naar school, kwetsbare levens, eindeloze zwarte akkers en het besef dat Creil een verontrustende vier meter beneden NAP lag.

Ernst heeft de ernst van de polder: frivoliteit moet je elders zoeken, die is er niet te vinden. Je zult Ernst nooit aantreffen in Van Bommels met tijgerprint, zoals zijn voorganger.

Het is dus terecht, dat er altijd even bij wordt gezegd dat Kuipers uit Creil komt, Creil heeft hem gemaakt tot de man die hij is.

Je hebt in elk nieuw kabinet de zittenblijvers van wie je wel zo ongeveer weet wat je kunt verwachten en de mensen van buiten de Haagse bubbel die je kunnen verrassen, al loopt ‘nieuw’ vaak genoeg uit op een deceptie en kunnen buitenstaanders verrassend snel insiders worden. Maar we zitten nu nog in de fase van de grote verwachtingen, in elk geval tot ongeveer een week na de bordesscène.

Mark Rutte zei dat het nieuwe elan zou afhangen van de ministers. Die moesten met veel elan aan het werk. Ik heb goede hoop. Iemand die met een peloton pantserhouwitsers de Taliban de stuipen op het lijf heeft gejaagd, zal ook heus wel weten om te gaan met de valkuilen van het binnenlands bestuur. Micky Adriaansens, de nieuwe minister van Economische Zaken, is zangeres geweest in de Hermes House Band, de band van het Rotterdams Studenten Corps. Goed voor de sfeer op het departement dat onder Stef Blok toch een beetje saai was geworden. En waar de sfeer goed is, kan economische groei nooit ver weg zijn.

Hoe Henk Staghouwer in vredesnaam minister van Landbouw is geworden doet er niet toe. Wat telt is dat hij uit een geslacht van warme bakkers komt: harde werkers die goed tegen de hitte kunnen. Bakker Staghouwer lijkt me geen man die zich laat intimideren door schuimbekkende boeren: hij heeft wel voor hetere vuren gestaan.

En dan is er natuurlijk nog Robbert Dijkgraaf. Misschien blijft het aantal mensen ‘van buiten’ in het kabinet achter bij de gewekte verwachtingen, maar met Dijkgraaf haalde D66 een buitenstaander hors catégorie binnen. Met Louis van Gaal had het CDA daar nog overheen gekund – de CU alleen met Beatrice de Graaf en de VVD hooguit met John de Mol.

Robbert Dijkgraaf wordt de eerste onderwijsminister die de snaartheorie begrijpt. Alleen heeft hij daar niet zoveel aan. Hij moet begrijpen hoe hij verandering doordrukt, hoe hij verbetering tot stand kan brengen en hoe hij voorkomt dat hij wordt ingekapseld door het ambtenarenleger om hem heen. Dat geldt voor alle buitenstaanders die zijn ingehuurd om Rutte IV van elan te voorzien.

In The Best and the Brightest, uit 1972, beschrijft David Halberstam hoe John F. Kennedy zijn regering vulde met briljante buitenstaanders uit de wereld van het zakenleven en de wetenschap, in de veronderstelling dat dat wel tot iets moois en geweldigs moest leiden.

Uiteindelijk leidde het, ondanks alle goede bedoelingen, tot de Vietnamoorlog.