COLUMNErdal Balci

De pilaren, de bedwelmende geur, de duiven op haar dak: alles aan de Hagia Sophia is nu van de veroveraars

Het was al avond toen zes jaar geleden ergens in mei duizenden vrouwen en mannen bij het museum Hagia Sophia in Istanbul bijeenkwamen. Ik woonde destijds niet zo ver van het imposante monument en weet dat het langzaam begon te regenen in die uren. De motregen maakte eerst de straten nat. De  verzamelde vrouwen en mannen rolden op de eeuwenoude stenen hun gebedskleedjes uit. De televisie zond hun gebed uit, een collectieve wens voor een tweede verovering van de Hagia Sophia werd uit alle aanwezige monden de wereld ingestuurd. Een krachtig amen steeg op naar de regenachtige lucht. En nu, zes jaar na die opmerkelijke, ‘spontane’ gebedsdienst is de kathedraal Hagia Sophia weer een moskee.

De Turkse moslims spreken van een tweede verovering van de Hagia Sophia: eerst in 1453 door Mehmed de Tweede. Nu door president Tayyip Erdogan, die een eind heeft gemaakt aan het besluit van de stichter van de Turkse Republiek, Mustafa Kemal Atatürk, om in lijn met zijn seculiere wereldbeeld het Byzantijnse meesterwerk als ­museum collectief bezit van de hele mensheid te maken.

En zo zien we dat de aanhangers van de politieke islam Erdogan niet voor niets al dertig jaar door dik en dun steunen. De grote massa’s konden het niet verkroppen dat een op de christenen veroverde kerk geen moskee meer mocht zijn en hebben een man op het schild gehesen die hetzelfde sentiment deelt. Zo kwam het dat de kathedraal, die ouder is dan de islam zelf, maar 86 jaar geen moskee mocht zijn.

Op die gedenkwaardige bijeenkomst zes jaar terug deed de ambitie om de kerk voor een tweede keer te veroveren de tranen over de wangen rollen. Nu laten dezelfde mensen tranen van vreugde in Turkije. De oranje-gele muren van de Hagia Sophia zijn nu van de islam, het prachtige raamwerk, de minutieuze muurschilderingen, de adembenemende koepel... Alles aan de Hagia Sophia is eindelijk weer van hen.

Het esthetische gebaar van beschaafdheid, respect, goede wil en fatsoen van de seculieren is door de nieuwe bazen van het land tenietgedaan. Het grootse kunstwerk is niet meer van de hele mensheid, maar ­alleen van degenen die het in een oorlog hebben buitgemaakt. De pilaren die alles hebben meegemaakt, de bedwelmende geur van de lange geschiedenis die binnen hangt, de duiven op haar dak, de doden in de tuin... Alles aan de Hagia Sophia is nu van de veroveraars.

Ik vraag mij af of dit ‘succes’ enige vrede brengt in de immer rusteloze zielen van de veroveraars. Worden ze eindelijk uit hun lijden verlost? Of blijft alles bij het oude en is de Hagia Sophia alleen al door haar aanwezigheid eeuw in, eeuw uit de spiegel die het eeuwige ongeluk in het bestaan van de veroveraars weerspiegelt?

Hagia Sophia is als de wijze mannen die ieder vonnis met een kleine glimlach ondergaan: een glimlach als het bescheiden vertoon van superioriteit. In Istanbul hebben de veroveraars de stad volgebouwd met moskeeën die net zo mooi moesten zijn als de Hagia Sophia. Iedere keer kwam het niet verder dan slechte namaak. Aan de Bosporus staat zelfs een moskee die tot in de kleinste details een kopie is van het werk van de Byzantijnse bouwers. Vanuit de heuvel waar die staat heeft de Hagia Sophia ook uitzicht op die moskee: een kleine glimlach bij de oranje-gele muren van de Hagia ­Sophia.

Over tien dagen knielen er duizenden emotionele moslims voor het vrijdaggebed. Een grote massa onder de wonderschone koepel van de hand van de grootste kunstenaars uit de 6de eeuw. Over tien dagen de hereniging van het onsterfelijke kunstwerk met de mensen van nu. Een dag waarop de veroveraars tevreden zullen moeten zijn met hun kortstondige blijdschap van verovering, zonder door te hebben dat het geluk verscholen ligt in de vooruitstrevendheid, de vernieuwing, het vakmanschap van de Byzantijnen van vijftienhonderd jaar geleden.

Men is nu waarschijnlijk bezig met de voorbereidingen voor het eerste vrijdaggebed na 86 jaar. Onder de mooiste koepel van de wereld zullen de mannen en de vrouwen weer gescheiden worden.

De Hagia Sophia heeft veel van die veroveraars gezien; de kerk zag dat hun zoektocht naar geluk zinloos is. De Hagia Sophia is oud genoeg om te weten dat geluk alleen mogelijk is voor mensen die zich niet gevangenhouden in de bekrompenheid van hun denken. De Hagia Sophia kent ook de Byzantijnse kunstenaars die allang ­regen zijn geworden en met iedere druppel op haar dak het geheim prijsgeven van het echte geluk: ‘vrijheid, vrijheid, vrijheid...’ 

Meer over