commentaar

De overheid zal zichzelf groter moeten maken

Het Volkskrantcommentaar bespreekt de grote trends van 2021. Vandaag deel 3: beroerder dan 2021 kan het nieuwe politieke jaar bijna niet worden.

Raoul du Pré
Sigrid Kaag (D66), Wopke Hoekstra (CDA) en Mark Rutte (VVD) in de Tweede Kamer.  Beeld ANP
Sigrid Kaag (D66), Wopke Hoekstra (CDA) en Mark Rutte (VVD) in de Tweede Kamer.Beeld ANP

De geschiedenis zal niet mild oordelen over de laatste twee jaar van het derde kabinet-Rutte. Eind 2019, toen corona nog een gerucht uit China was, stond het kabinet er beroerd voor. Aan de reeks uitvoeringsproblemen bij de overheid leek geen einde te komen. De afhandeling van de aardbevingsschade liep vast, de afbouw van de CO2-uitstoot ging te langzaam, de jeugdzorg kon de toeloop niet aan, de kansenongelijkheid in het onderwijs groeide gestaag, het lukte niet afgewezen asielzoekers uit te zetten naar veilige landen, het kabinet dreigde intern hopeloos verdeeld te raken over de aanpak van de stikstofproblemen en het worstelde ook toen al met de kinderopvangtoeslag. Nederland kampte, kortom, met een forse crisis in het openbaar bestuur.

Daar was eind 2020 niet veel verbetering in gekomen, maar er was dan toch enig licht in het duister: verkiezingen op komst! Het kabinet zou spoedig aftreden vanwege de toeslagenaffaire, was ook toen al de verwachting. Daarna kon snel een nieuwe ploeg aantreden om schoon schip te maken.

We weten nu hoe dat is afgelopen. Zou er ooit eerder een jaar zijn geweest waarin de politieke verlamming zo totaal was? Het enige geldende excuus is de voortgaande coronacrisis, die de aandacht van de belangrijkste bestuurders nogal heeft opgeslokt. Maar ook dat heeft nog niet geleid tot een coronastrategie die verder dan een paar weken vooruitkijkt.

Het licht in het duister moet dit keer komen uit het regeerakkoord, nu dat er ternauwernood toch is gekomen. De formerende partijen tonen zich daarin schuldbewust en ambitieus tegelijk, vooral dankzij de onafzienbaar diepe zakken van de aanstaande minister van Financiën. Nederland breekt radicaal met de decennialange traditie van stringent begrotingsbeleid.

Vooral de minister-president neemt zo een nieuwe politieke gok met zijn geloofwaardigheid. Want doet hij dit uit oprechte overtuiging, na al die jaren waarin hij juist campagne voerde met zijn boodschap van efficiëntie en zuinigheid? Of is dit slechts de afkoopsom die hem in staat stelt nog een tijd in het Torentje te blijven?

In dat geval zal het niet voldoende blijken. Want als de minister-president van zijn vierde kabinet een groter succes wil maken dan van zijn derde, zal hij zichzelf radicaal moeten heruitvinden. De uitvoeringsproblemen van de overheid liggen niet in geldgebrek alleen, maar minstens zozeer in organisatie en in de dominante visie op de overheid. De moeizame aanpak van de coronacrisis legde dat in de zorg pijnlijk bloot: er is onder aanvoering van VVD en CDA decennialang te veel gedecentraliseerd en te veel overgelaten aan de markt.

Een overheid die de greep terug wil op de cruciale sectoren van de samenleving – het onderwijs en de zorg voorop – zal zichzelf groter moeten durven maken, in weerwil van de diepste intrinsieke overtuigingen van de man aan het roer. Het regeerakkoord is daartoe slechts een eerste aanzet.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Meer over