ColumnMerel van Vroonhoven

De onbevangen kinderblik van de buitenstaander

‘We gaan vandaag een levend standbeeld maken. Wie doet er mee?’ Zesentwintig vingers schieten omhoog. ‘Ikke, ikke!’ zwaait Mees. Lydia smeekt: ‘Ah toe, Juf, kies mij!’ Intussen steekt Job – zacht kreunend met zijn tong tussen de lippen geklemd – zijn arm zo hoog als hij kan in de lucht. Op zoveel enthousiasme heb ik niet gerekend. 

Voordat het groepje uitverkorenen aan de slag gaat, laat ik eerst enkele bekende beeldhouwwerken op het digibord zien. ‘Wat zien jullie hier?’ vraag ik.

‘Ik zie een belangrijke man,’ zegt Job. ‘Want hij heeft de ketting van een burgermeester om.’ De rest is het roerend met hem eens. ‘Ja, en hij kijkt ook heel serieus. Dat doen belangrijke mensen altijd,’ voegt Tess toe. ‘En dat meisje daar heeft haast. Kijk maar, onder haar voeten zit een stukje lucht.’ Bij de foto van Rodins De denker zegt Derick: ‘Die man doet alsof hij aan het werk is.’

Als ik hem vraag waarom hij dat denkt, antwoordt hij bloedserieus: ‘Zo zit mijn vader ook, als hij niet wil dat ik hem stoor.’

Niets lijkt nieuwsgierige kinderogen en -oren te ontgaan. Het valt me steeds weer op. Zoals onlangs, toen de 6-jarige Ishaan me adviseerde maar niet te beginnen over het overlijden van Jips moeder. ‘Dat kan gevoelig liggen, Juf.’ Of toen een klasgenootje Jip vroeg waarom zijn vader niet voor hem kon zorgen en Tess resoluut antwoordde: ‘Dat kan niet, want Jip zijn vader is uit beeld.’

Ik merk het ook als de kinderen bij binnenkomst roepen: ‘Wat heb je een mooie nieuwe oorbellen, Juf!’ terwijl het niemand van mijn collega’s opvalt. Of wanneer ik de nieuwe letter oo op het bord schrijf en iemand direct roept: ‘de letter oo lijkt op een bril.’ Als een leerling liefdevol tegen me zegt: ‘Juf, als jij een beetje boos bent, krijg je altijd een rimpel tussen je ogen.’

Met hun onbevangen, nieuwsgierige blik merken kinderen dingen op die wij volwassenen allang niet meer zien. Misschien omdat we de kleine wonderen van het leven inmiddels vanzelfsprekend vinden. Of omdat we de wereld te veel door onze eigen spiegelende brillenglazen bekijken. Een blinde vlek ontwikkelden, door ons te veel in onze filterbubbel onder gelijkgestemden te begeven. 

Kinderen hebben met hun drang naar ontdekken en leren een opmerkzaamheid waar ik jaloers op ben. Het zorgt ervoor dat ze openstaan voor het onbekende en niet vervallen in polarisatie en angst voor wat anders is. Die onbevangen kinderblik zullen wij volwassenen wel nooit helemaal terug kunnen krijgen, vrees ik. Daarvoor is onze tabula rasa al te veel beschreven.

Toch ben ik hoopvol. Recentelijk was ik aanwezig bij de slotbijeenkomst van een crossmentorprogramma tussen ceo’s en schooldirecteuren. Doel van het programma was om leiders uit onderwijs en bedrijfsleven met elkaar in contact te brengen, om van elkaar te leren. De deelnemers kwamen uit volstrekt verschillende werelden. Door elkaar een aantal keer te ontmoeten en in die andere wereld mee te lopen, gebeurde er iets bijzonders. 

De schooldirecteur zag weer hoe betekenisvol haar werk was. De ceo voelde hoe bevoorrecht ze is met zoveel ondersteuning; goede mensen op wie ze terug kan vallen, juist ook in coronatijd. De blik van een buitenstaander gaf elk van hen even hun onbevangen kinderblik terug. De formule? Even uit je eigen bubbel breken en nieuwsgierig zijn naar die ander. Kinderlijk eenvoudig eigenlijk.

Dit is de 31ste aflevering van de serie die Merel van Vroonhoven schrijft over haar overstap van topvrouw bij de Autoriteit Financiële Markten naar zij-instromer in het onderwijs. Lees hier de vorige aflevering.

Merel van Vroonhoven deed als zij-instromer ook onderzoek naar het lerarentekort: ‘De aanpak is te beperkt en te versnipperd’

Wat schoolleiders kunnen leren van topvrouwen (en andersom).

Meer over