Opinie

De Nobelprijzen doen de wetenschap geen goed

De Nobelprijzen zijn een conservatieve uitstalling van achterhaalde academische vormen en opvattingen. Vrouwen komen er nauwelijks aan te pas. Wellicht is het beter er helemaal mee te stoppen, betoogt Martijn van Calmthout.

Martijn van Calmthout
De enige vrouwelijke winnaar dit jaar: de Filipijnse Maria Ressa. Beeld AP
De enige vrouwelijke winnaar dit jaar: de Filipijnse Maria Ressa.Beeld AP

Aanstaande vrijdag 10 december worden in Stockholm en Oslo weer de jaarlijkse Nobelprijzen uitgereikt aan wetenschappers, schrijvers/dichters en wereldverbeteraars. In totaal krijgen op deze sterfdag van dynamietkoning Alfred Nobel (1833-1896) dit jaar dertien winnaars een medaille, oorkonde en koninklijke handdruk, plus een flink geldbedrag. Een feest, niet alleen voor de deelnemers, maar ook prachtige reclame voor de wetenschappen, literatuur en wereldvrede.

Maar zoals vaak met reclame, is er wel wat op af te dingen. Van de dertien Nobellaureaten zijn er dit jaar twaalf mannen, en één vrouw, de Filipijnse journalist en activist Maria Ressa. In de categorie wetenschap winnen welgeteld nul vrouwen een wat in de wetenschappen nog steeds als de hoofdprijs wordt beschouwd. Nul. Tegen zeven mannen. Of tien mannen, als we economie ook nog meenemen.

Al tijdens de eerste week van oktober, de traditionele week van de toekenningen, leidde de geheel mannelijke cast voor de Nobelprijzen 2021 chemie, geneeskunde en natuurkunde tot onthutste reacties en verontwaardiging. Ook in deze krant. Hadden bijvoorbeeld de vrouwen achter de revolutionaire mRNA-vaccins tegen corona geen prijs verdiend? Dat was pas reclame geweest voor de slagvaardigheid van de wetenschap. En het had meteen ook een gebalanceerder podiumbeeld gekregen.

Het loopt anders, en het meest ergerlijke daaraan is dat het Nobelprijscomité het in feite gewoon laat gebeuren. Zeker, de laatste jaren wordt in de brief die vraagt om nominaties het belang van diversiteit onderstreept, en zijn de bewoordingen neutraler gemaakt. Er zitten ook meer vrouwen in de Zweedse Akademie van Wetenschappen, het gremium waaruit de beoordelingscommissies voor de prijzen worden gekozen. En de secretaris van het comité, Göran Hansson, laat keer op keer weten dat de genderbalans inderdaad heel belangrijk is.

Mannenwerk

Maar dat zijn woorden. Historisch blijven de cijfers onthutsend. In 120 jaar tijd kregen zeven vrouwen een Nobelprijs voor Chemie, twaalf voor Geneeskunde en een beschamende vier voor Natuurkunde. Daarmee geeft het mooiste moment van het jaar voor de wetenschap al meer dan een eeuwlang ook een krachtig ander signaal af: de beste wetenschap is mannenwerk.

Natuurlijk zijn de Nobelprijzen een afspiegeling van de verhoudingen in de wetenschappen zelf. Als mannen daar de baas zijn en de podia domineren, zal dat voor de Nobelprijzen niet anders gaan. Bovendien beloont de prijs successen en doorbraken uit het verleden, soms al decennia oud. Dan lijkt het niet gek dat de prijs de oude wereld en oude verhoudingen weerspiegelt.

Maar zo simpel is het niet. Nobelprijzen komen tot stand via een nominatiesysteem waarin eerdere winnaars een stem hebben en prominente wetenschappers suggesties mogen doen. Dat is op zijn zachtst gezegd geen recept voor revolutionaire veranderingen. Eerder is het de gevestigde orde die bepaalt wie de eer ditmaal toevalt. En daarmee is de prijs een afspiegeling van oude opvattingen en mores.

Gelukkig is binnen de wetenschap inmiddels wel een zekere opmars van vrouwen te zien. Die opmars gaat zoals bekend niet snel, de helft van het aantal hoogleraren is nog lang niet bereikt, internationaal niet en zeker niet in Nederland. Je zou kunnen redeneren dat het vanzelf wel een keer goed moet komen. Maar omdat het huidige selectieproces voor de Nobelprijs zo zwaar leunt op de gevestigde door mannen gedomineerde orde, gaat het daar allemaal nog weer een slag langzamer.

Lelijk

Natuurlijk kunnen ook oude witte mannen ervoor kiezen om meer oog te hebben voor gezondere man-vrouwverhoudingen bij het nomineren en beoordelen van kandidaten. En natuurlijk zullen vrouwen niet per definitie wel vrouwen nomineren. Niettemin zou het het Nobelprijscomité sieren om veel meer nadruk op te leggen op het feit dat je anno 2021 echt niet meer met alleen mannelijke winnaars kunt aankomen. Omdat het lelijk staat. En omdat het niet meer vanzelfsprekend is.

Het echte probleem is dat uitgerekend het Nobelprijscomité daarin helemaal niet vrij is. Het hele Zweedse prijzenritueel (sinds 1901) berust letterlijk op het testament van Alfred Nobel zelf, waarin alle selectieprocedures en randvoorwaarden haarfijn zijn vastgelegd. Speelruimte om het anders te doen, is er nog steeds niet, benadrukt secretaris Hansson niet voor niets keer op keer. Zelfs als hij zou willen, kan hij eigenlijk niet anders.

Etalage

De Nobelprijs, kortom, is helemaal geen prachtige etalage voor de kracht van de wetenschappen maar eerder een conservatieve uitstalling van achterhaalde academische vormen en opvattingen. De prijs doet daardoor al een eeuw vrouwen (om over andere minderheden nog maar te zwijgen) geen recht, en ontmoedigt impliciet jong talent uit alle hoeken en windstreken. En veel beter zal het ook niet snel worden.

In de vele jaren dat ik zelf voor deze krant verslag deed van de jaarlijkse Nobelprijzen, was er geregeld rumoer. Over genegeerde mede-ontdekkers, het beperkte aantal mogelijke winnaars (drie) of over het ontbreken van belangrijke disciplines, van de wiskunde tot de biologie. Die bedenkingen vallen inmiddels in de categorie academisch geneuzel, vergeleken bij wat er echt mis is met de prijs. De Nobelprijs bewijst de wetenschap met het negeren van vrouwen een slechte dienst en lijkt ook niet bij machte of vrij om daar wat aan te doen. Misschien is het daarom tijd om er gewoon mee op te houden. Omdat het feest van de wetenschap geen feest meer is.

Martijn van Calmthout is wetenschapsvoorlichter en was lang redacteur van de Volkskrant.

Meer over