ColumnDirk poetst

‘De luiwagen staat in de kast’, zegt mevrouw. Met grote kracht word ik mijn verleden in geslingerd

null Beeld Annabel Miedema
Beeld Annabel Miedema

Boekverkoper Dirk Meuleman (63) schrijft voor de Volkskrant een tiendelige reeks over zijn ervaringen als invalkracht in de thuiszorg.

Tijdens het sollicitatiegesprek was mij gevraagd hoe ver ik bereid ben te fietsen naar mijn afspraken. Vandaag heb ik spijt dat ik mijn bereik niet wat heb beperkt. De temperatuur zweeft rond het vriespunt. Ik ben nu ruim een half uur op pad, met snijdende wind tegen. Mevrouw D. woont voor dit jaargetijde eigenlijk te ver weg. Niettemin ben ik meer dan gewoon nieuwsgierig naar deze opdracht. ‘Ze heeft heel veel boeken!’, zo had in de mail gestaan. Mét knipoog-smiley. De thuiszorgorganisatie is op de hoogte van mijn liefde voor het gedrukte woord.

Mevrouw ziet onmiddellijk in welke staat ik verkeer als ik binnenkom. Ik mag opwarmen en ze zet koffie voor me. Ondertussen kijk ik de woonkamer rond. Stapels boeken, inderdaad, maar een echte boekenkast ontbreekt. Als ik mijn blik vluchtig langs de ruggen laat gaan, verlies ik elke hoop op een diepgaand gesprek over literatuur: mevrouw is duidelijk van het lichtere genre. Gelukkig heeft zich naast de stapels op de grond en ook op tafel flink wat stof opgehoopt. Ik zal mij zo dadelijk volop kunnen uitleven. Tenslotte ben ik gekomen voor de schoonmaak.

De sfeer in de woonkamer is, ondanks de stapels, knus. Mevrouw zelf is vriendelijk, zorgzaam en pienter. Tijdens de koffie besluit ik het er toch op te wagen en begin zonder al te hoge verwachtingen over mijn leeswoede. Ze onderbreekt me onmiddellijk.

‘Die boeken zijn niet om te lezen, hoor. Ik verkoop ze op internet.’ Mijn verbazing is groot en ik vraag nadere uitleg. ‘Ik zit op Boekwinkeltjes. Met mijn eigen winkel. Ik heb al bijna honderd boeken.’ Ik kijk nog eens goed om me heen en schat dat ze er niet ver naast zal zitten. Haar zoon neemt, samen met een buurjongen, de verzending voor zijn rekening. De voorraad wordt op peil gehouden door een heel team van familieleden en kennissen. Ingekocht wordt er niet: alles komt uit privécollecties of wordt van de straat geplukt. ‘Ik ben best goed op de computer. Zolang die maar op Vierefoks staat. Het is niet zo moeilijk, hè, Boekwinkeltjes.’ Ik vraag niet verder en drink mijn koffie.

Tijdens het stof afnemen valt het kwartje. Natuurlijk, Firefox, de internetbrowser! Na nog wat kleine klusjes ben ik inmiddels weer aardig op temperatuur. Ik vraag of ik nog iets voor haar kan betekenen. Zou ik de keukenvloer even willen dweilen? ‘De luiwagen staat in de kast.’ Met grote kracht word ik mijn verleden in geslingerd. Een bijna Proustiaanse ervaring, had ik ongetwijfeld gezegd, als literatuur ook háár grote liefde was geweest. In plaats daarvan leg ik uit dat ik dit prachtige woord eigenlijk alleen maar ken van mijn oma. Waarop ons leeftijdsverschil – toch zo’n tien jaar – even geheel lijkt weg te smelten. Het gesprek gaat minutenlang over stoofvlees, de schillenboer en granieten aanrechten. Over Groli, de limonade van Grolsch, waarmee mijn oma altijd sorbet maakte – bij mevrouw heette dat spoetnik – balkenbrij en baklever. Mevrouw geniet zichtbaar van onze gemeenschappelijk opgehaalde herinneringen. Romantiek die ongetwijfeld in ruime mate te vinden is in het soort boeken dat ze te koop aanbiedt. Jammer dat ze ze zelf niet leest.

Meer over