boeken

De laatste Duitse kogel was voor Popke Bakker ★★★☆☆

Toni Boumans schreef een uitputtende biografie van een ongewone Friese familie, die een ‘Privatkrieg’ tegen de nazi’s voerde.

Toni Boumans. Beeld Karoly Effenberger
Toni Boumans.Beeld Karoly Effenberger

Het lot is niet rechtvaardig bij het uitdelen van onheil. Bij de Friese familie Bakker, over wie journalist Toni Boumans de familiegeschiedenis Je mag wel bang zijn, maar niet laf schreef, maakte het lot het al te bont: vier van de negen kinderen van vader Miente Bakker, directeur van een goedlopend modehuis in Leeuwarden, overleefden de Tweede Wereldoorlog niet, en ook de vijfde moesten ze daarna begraven. Vóór de oorlog, na de geboorte van de jongste, hadden die negen kinderen al hun moeder verloren.

Verlies en rouw zouden hun levens bepalen. Toch hielden ze de moed erin, want ze vertrouwden op God. Wat het leven van vier van de vijf zonen van Miente nog bemoeilijkte, was dat ze homoseksueel waren – in hun gereformeerde kring een doodzonde.

Nu tartten de moedige Bakkers het lot wel; ze zaten in het verzet. Drie zonen Bakker werden gearresteerd, hun neef Bert Bakker en hun oom, uitgever Paul Bakker. De Duitsers meenden op het eind van de oorlog dat de Bakkers een Privatkrieg tegen hen uitvochten.

Sjoerd Bakker, een getalenteerd modeontwerper, werd in 1943 geëxecuteerd. Hij was betrokken bij de verzetsgroep van Willem Arondéus en Gerrit van der Veen die het Amsterdamse bevolkingsregister in brand had gestoken. Vermomd als agenten konden de mannen het gebouw in komen; Sjoerd had politie-uniformen perfect nagemaakt. Vlak voordat hij werd gefusilleerd, weigerde hij te erkennen dat hij een liefdesrelatie had met Arondéus; die informatie had zijn leven kunnen redden.

Dirk Bakker werd verdacht van spionage en belandde in kamp Amersfoort. Hij overleefde de oorlog, trouwde en kreeg kinderen, maar pleegde later zelfmoord. Het wreedst was het toeval voor de oudste zoon Popke, een vrolijke flierefluiter en handige zakenman. Hij zeilde gedurende de oorlogsjaren rakelings langs de gevaren. Hij had zich ooit afgevraagd welke kogel de allerlaatste zou zijn die de vijand zou afvuren. Popke kreeg die ene laatste kogel, toen hij op de Dam in Amsterdam op 7 mei 1945 het bevrijdingsfeest vierde en de Duitsers uit frustratie willekeurige mensen neerknalden.

Toni Boumans heeft enorm veel informatie opgediept: uit oorlogs-, stads- en privéarchieven en beeldbanken, uit biografieën van bijfiguren en non-fictieboeken over die periode. Ook voerde ze gesprekken met nazaten van de negen kinderen Bakker. Het heeft een zeer compleet boek opgeleverd, dat een breed uitwaaierend beeld geeft van een familie en van een groep mensen, vrienden en familie, in de Tweede Wereldoorlog.

In de proloog schrijft Boumans dat ze eerst had overwogen om een boek te schrijven over Sjoerd Bakker: ‘Misschien zou hij, na de bevrijding, een gevierde couturier zijn geworden. Homoseksueel, maar niet iemand die zou meedoen aan de Gay Pride. (…) Misschien was hij net zo bekend geworden als zijn vriend Max Heymans, als de Duitsers hem, op een bleke donderdagmorgen in de duinen, niet hadden doodgeschoten.’ Hiermee pakt Boumans je meteen in. Deze Sjoerd, daar wil je alles over horen. Maar achter het verhaal van Sjoerd zat een ander verhaal, met vele vertakkingen, ‘een vloedgolf’. Boumans besloot haar opzet te verbreden. Dat is begrijpelijk, want de verhalen zijn verbijsterend en gedenkwaardig. Maar het is ook jammer. De rest van het boek heeft niet de focus en de indringende toon van de proloog.

Boumans volgt de levens van alle negen kinderen Bakker, en van hun vader en hun nazaten. Ze schrijft ook uitvoerig over mensen met wie de Bakkers omgingen, zoals de kring rond het illegale tijdschrift Vrij Nederland en de kunstenaars die bijeenkwamen in het beroemde Amsterdamse café Eylders, over Henk van Randwijk, Bert Bakker en Bertus Aafjes.

Door die lawine aan verhalen wordt het overvol in het boek; ze leiden af van de dramatische hoofdlijn. De verteltoon krijgt iets ademloos en de aandacht die naar elk personage gaat is beperkt. De karaktertekening blijft steken in typeringen als ‘zachtaardig’ of ‘een avonturier’. De keuze voor één dramatische hoofdlijn met één hoofdfiguur – Sjoerd, Dirk of Popke – had de emotionele betrokkenheid van de lezer waarschijnlijk vergroot. Nu is het een lezenswaardig boek dat krachtig een breed historische beeld schetst.

Toni Boumans: Je mag wel bang zijn, maar niet laf - De enerverende en noodlottige geschiedenis van de familie Bakker. Balans; 352 pagina’s, € 23,99

Meer over