Columnmax pam

De laatste driehonderd christenen zullen allemaal in de regering of de Tweede Kamer zitten

null Beeld

Het streven naar diversiteit kan loffelijk zijn, maar is vaak ook erg selectief en tegelijkertijd willekeurig. Stelt u zich eens voor dat bijvoorbeeld automobilisten, roodharigen, linkshandigen, autisten of woningbezitters zouden eisen dat zij overal evenredig vertegenwoordigd moeten zijn. Regeringen en parlementen, instituties en instellingen, zouden er qua samenstelling heel anders gaan uitzien en vrijwel zeker nog moeilijker bestuurbaar worden.

Verhoudingen veranderen bovendien voortdurend. Neem het geloof. Nederland is lang een verzuild land geweest, waarin de politieke machten werden afgebakend langs de scheidslijnen van het geloof. Direct na de Tweede Wereldoorlog speelde even de zogenaamde ‘doorbraak-gedachte’, waarmee gelovigen werden opgeroepen op een seculiere partij te stemmen. Maar bisschoppen spraken via een mandement hun veto uit en ook veel protestanten zagen er niets in, zodat de doorbraak jammerlijk mislukte. Bij de verkiezingen van 1959 waren de vooroorlogse verhoudingen praktisch hersteld.

In 2020 bleek uit onderzoek dat het aantal gelovigen in Nederland nog altijd in een rap tempo aan het dalen is. Zo’n 46 procent voelt zich religieus en van hen heeft minder dan 40 procent een band met het christelijk geloof. Meer dan de helft van de Nederlanders (54 procent) beschouwt zichzelf niet meer als gelovig. Maar wat zien wij daarvan terug in de huidige politieke verhoudingen en met name in de besprekingen op de Hilversumse Zwaluwenberg, waar Mark Rutte (VVD), Sigrid Kaag (D66) en Wopke Hoekstra (CDA) bijeenkwamen om de mogelijkheden van een minderheidsregering te bespreken?

Van premier Rutte weten wij dat hij lid is van de PKN, de Protestantse Kerk in Nederland. Hij bidt elke avond, zij het ‘niet voor de VVD’, want ‘God moet zich met grotere dingen bezighouden’. Tegenover Trouw verklaarde hij dat God niet almachtig is, waarmee hij in elk geval de paradox van Bertrand Russell omzeilde, die zich eens heeft afgevraagd of een almachtige God ook zichzelf op kan tillen.

Van Sigrid Kaag weten wij dat zij op haar manier zwaar katholiek is. Ook zij bidt veelvuldig. Haar aftreden als minister besloot zij met een ‘Gods zegen’. Aan het Katholiek Nieuwsblad vertelde ze ‘dat dingen om een reden op je pad komen’ en ook zei ze tegen de interviewster: ‘Ik durf niet te zeggen of ik er nu eentje bij me heb, maar in de meeste handtassen heb ik wel een of twee rozenkransen’. Waarmee de toenmalige minister in elk geval op voorhand de vraag omzeilde of ze zo’n rozenkrans kon laten zien. In Rutte en Kaag heeft de doorbraakgedachte nog verlaat gestalte gekregen, maar dat geldt natuurlijk niet voor Wopke Hoekstra van het CDA. Vreemd genoeg lijkt hij, met een Nederlands hervormde moeder en een remonstrantse vader, de meest vrijzinnige van de drie.

En dan zijn daar Lilianne Ploumen en Jesse Klaver. Als ik zie hoe zij als een linkse Jut en Jul elkaars handjes vasthouden en ik denk aan het zelfvertrouwen en het machtsvertoon van Joop de Uyl, dan bloedt mijn sociaal-democratisch hart. Ploumen noemt zichzelf ‘een huis-tuin-en-keuken-katholiek’, wat goed uitkomt, want zij komt op voor de huis-tuin-en-keuken-kiezers. Anders dan Rutte ziet zij God wel als almachtig, maar ondanks deze eigenschap wijst de Almachtige ons niet ‘een bepaalde kant op’. God is het goede en het goede zit in de mens. Waarom er dan toch veel kwaad is in de wereld, heb ik door mevrouw Ploumen nog niet helemaal verklaard gezien.

Jesse Klaver is net als zijn moeder nog altijd katholiek. Dat zei hij in maart 2019 in een interview met – het recentelijk verdwenen jongevrouwenblad – Viva. Om de kwaadaardige roddel te ontkrachten dat hij moslim zou zijn en ‘omdat het internet voor 75 procent draait om seks’ heeft hij in dat interview ook geopenbaard dat hij niet besneden is. Klaver heeft politiek carrière gemaakt via de CNV-jongeren. Zijn opa belde hem dikwijls op met de mededeling: ‘Jesse, pak die Bergrede uit Mattheüs er eens bij!’

In het parlement zitten ook nog de ChristenUnie en de SGP, terwijl bij Forum voor Democratie de specht van Minerva voortdurend hamert op onze christelijke waarden.

Die 54 procent ongelovigen worden thans in het parlement vertegenwoordigd door de afvallige katholiek Geert Wilders (PVV), de protestantse twijfelaar Joost Erdmans (Ja21), de afvallige katholiek Caroline van der Plas (BBB) en de oud-CDA’er Martin van Rooijen (50Plus). Tel uit je winst. Alleen bij Laurens Dassen (Volt) en Sylvana Simons (Bij1) vond ik geen religieuze verwijzing, maar bij die laatste twijfel ik, omdat ik onlangs las dat zij ‘op de spirituele meetlat scoort tussen de 70 en de 80’. Geen idee wat dat precies betekent, maar die getallen lijken mij erg hoog.

Daarom durf ik de voorspelling wel aan dat in een volledig ongelovig en ontkerkelijkt Nederland de laatste driehonderd christenen allemaal in de regering of in het parlement zullen zitten.

Meer over