ColumnFrank Heinen

De kudde die nerveus op een kleiner wordend stukje gras het water ziet oprukken

Frank Heinen Beeld
Frank Heinen

Van Harry Mulisch is bekend dat hij de laatste jaren van zijn leven ontwaakte met de paarden van Marrum. Een foto van die paarden, die op een ondergelopen stuk land door het wassende water waren ingesloten, hing aan de wand tegenover Mulisch’ bed. Het beeld van die dieren, overgeleverd aan de overmacht van de natuur, en van hun redding, had Mulisch, zo vertelde zijn dochter Anna later, tot tranen geroerd.

Het is gek, hoe dat met rampzalige beelden gaat. Het een na het ander dringt je leven binnen zonder dat je er acht op slaat, en dan plots duikt er een video of een foto op waartegen je verdedigingsmechanisme machteloos staat. Een beeld dat je sentimenteel en onoordeelkundig maakt. Vermoedelijk staat het symbool voor iets, je moet alleen nog even uitzoeken wat dat iets precies is.

Ons brein

De afgelopen dagen volgde ik voortdurend meerdere liveblogs die de overstromingen in binnen- en buitenland bijhielden. Bij elke update, die met een rode kleur en een klein 1’tje tussen haakjes werd aangekondigd, schrok ik kort op en ik kon mijn pogingen tot werken pas voortzetten nadat ik alle laatste berichten had bekeken. Dat schijnt iets met het brein te zijn, dat rood en dat 1’tje. Dat hebben ze in Silicon Valley laten uitzoeken, en nu zitten we er met z’n allen aan vast.

De beelden kwamen met duizenden tegelijk, en ik liet me gewillig overspoelen. Limburg stond blank. Grote delen van Wallonië en de Eifel waren bezig te verdrinken. Overal tikte de dodenteller door. Drones maakten hun rondes. Inderhaast verlaten binnensteden en dorpen, politiepatrouilles door ondergelopen straten. Luchtbeelden van een camping in de buurt van Roermond. Een caravan die nog slechts met zijn dak boven het troebele wateroppervlak uitstak, een ‘Verboden Toegang’-bordje en verder: niets. Er zat geen geluid bij de dronebeelden, geen commentaar ook. Misschien omdat er niets te zeggen viel, misschien omdat er niemand meer was om iets te zeggen. En door, naar Meerssen, alwaar de dijk leek door te breken, en dat er even later van boven uitzag als een maquette waar de stagiair van het architectenbureau een emmer water in heeft laten vallen. In Heppeneert scheurden de kademuren, het water wrong zich tussen de stenen door. Het regende. Harold K. bezingt het dorpje in een mooi liedje. ‘Op de fiets naar Heppeneert, het regent, maar det is mich egaal.’

Plunderingen

In Duitsland werden plunderingen van leegstaande winkels gemeld. In Limburg drong een verslaggever zich naar voren bij de evacuatie van een ouder echtpaar en vroeg: ‘Mevrouw! Op vakantie?’ Om ons eraan te herinneren dat ook (of: juist) wanneer alles onderloopt, de schaamteloosheid van mensen als vanzelf komt bovendrijven.

Eenvoudig is het niet om oorzaken en de lange termijn in het oog te houden als de directe gevolgen je zicht vertroebelen. Alle relevante vragen over wiens schuld en wat hieruit te leren en wat eraan te doen en hoe welke beslissingen te nemen en wie daar op welke termijn voor zou moeten opdraaien, verdampten in mijn geval bij het zien van een kudde koeien in de buurt van Roermond. Zenuwachtig drentelden ze heen en weer, op een steeds kleiner stukje gras, in angstige afwachting van iets waarvan zij onmogelijk konden bevroeden wat het was, terwijl het water oprukte. Het gevoel dat ook dit een symbolisch beeld betrof, nam toe in mij, tegelijk met het angstige vermoeden dat ik dit keer de symboliek in één keer had doorgrond.

Meer over