Paulien CornelisseIn 150 woorden

De koning versprak zich even, dat vonden de koeien en ik oké

In de auto luisterde ik naar de Troonrede. Dat werkte wonderwel, zonder afleidend beeld. Tijdens de koninklijke vergezichten reed ik op een landweg nabij Harmelen, geflankeerd door rustige weiden met daarin grazende koeien. De koning versprak zich even, dat vonden de koeien en ik oké. Later werd die verspreking op Radio 1 haastig toegeschreven aan de galm in de kerk, daarvan raak je als spreker van je à propos.

Terwijl,  het was wel een mooie verspreking. De koning had het over de stilte op de Dam tijdens de Dodenherdenking, en noemde die ‘onverdovend’ in plaats van ‘oorverdovend’. Had hij niet eigenlijk een punt? ‘Oorverdovend’ klinkt altijd een beetje dubbelop; in veel gevallen zou ‘verdovend’ volstaan. ‘Onverdovend’ roept daarentegen associaties op met ‘onverdoofd’, en dat duwt ons mentaal rechtstreeks de tandartsstoel in.

Een stilte als een tandarts die niet in verdoven gelooft. Misschien was dit hoe het voelde, toen op de Dam.

Meer over