Kort verhaalSlutty Summer

De hoer spelen, dat is wat hij doet, erger nog, de stier, Herman Twaalf de wonderfokker

De slutty summer van 2021 bleek al voorbij voordat-ie goed en wel begonnen was. Gelukkig hebben we de verhalen nog. We vroegen zes auteurs om aan de haal te gaan met dit thema. Vandaag: Mary Godwin door Gustaaf Peek.

Gustaaf Peek Beeld Anna Boulogne
Gustaaf PeekBeeld Anna Boulogne

Ze willen nog altijd met hem praten, maar dat soort dingen doet hij niet meer, zeker niet zonder dat er geld bij komt kijken. Soms stuit hij op een artikel, of dat boekje laatst, de links mailt hij dan meteen door naar z’n advocaat, die net zolang in de auteurs zal prikken tot hij z’n honorarium heeft gerechtvaardigd. Tegen de beelden uit het ziekenhuis, zo schofterig, zo tegen alle afspraken in, kan hij niets meer doen. Toen geloofde hij nog dat de wereld alles ervan moest meemaken, de laatste momenten van z’n zoon heeft hij voor eeuwig weggegeven, een kostbare vergissing. Z’n zoon, met die iele armen en kleine ogen aan het eind, openbaar bezit, met de dunne witte lippen, alle slangen en draden. Volgend jaar vervallen alle licenties voor publieke omroepen, daar moet hij iemand op zetten, voordat een ander iets claimt wat hem eigenlijk toekomt. Hij herinnert zich de merknamen van alle apparatuur rond z’n zoon, zo zichtbaar steeds, misschien is dat ook nog wat.

--

De vrouwen die om z’n gezelschap vragen, hem voor een consult kunnen engageren, z’n agentschap adverteert nu alweer bijna vijf jaar met deze lachwekkend omfloerste woorden. Alsof z’n vurig gewenste aanwezigheid een serieuze professionele achtergrond heeft, alsof hij van zichzelf ooit boeiend of charmant, interessant of zelfs nuttig is geweest. Die vrouwen, vaak rijk en alleen, hoewel hij later soms beseft dat er iemand anders kan hebben meegekeken, hij leidt dat af uit de inrichting, te mannelijk, te veel meubels voor effect, zijn wonderlijk genoeg meestal van zijn leeftijd. De laatste maanden lijken ze hem allemaal iets jonger, hoewel ze niet jonger dan 49 kunnen zijn, maar als hij eerlijk is deprimeert die groep hem. De hunkering in hun lichamen is nog echt, ze kunnen het niet helpen, ze blijven hem vasthouden, ook als hij al lang klaar is, klemmen hem tussen hun dijen, alsof duur hun wens dichterbij kan brengen. Hij staat het toe, ook van huilbuien schrikt hij niet, hij sust en kust, hij is geen monster.

--

Hij is snel met namen en gezichten. Ziet hij een van z’n oude klanten toevallig op straat, dan herkent hij haar onmiddellijk. Hij laat hen dan het weerzien vormgeven, negeren is gebruikelijk, maar het is ook gebeurd dat iemand hem toch aanspreekt, vraagt hoe het met hem gaat, zelfs humor probeert en een vrolijke variatie weet te verzinnen op zwemmers en onbereikbare kusten. Het valt hem op dat ze zichzelf altijd de schuld geven.

Als kind stelde het hem al teleur dat hij niet aantrekkelijk was. Hij is verguld met alle aandacht, het reiken naar z’n huid.

--

Een groot huis maar minder protserig, ver van de andere, de laan lijkt hier ook te eindigen. Meerdere plekken voor een auto, die van hem is de enige nu, lijkt kleiner hier. Hij doet er lang over te parkeren, het kan altijd rechter, nauwkeuriger, hij begint te vrezen dat hij voor een dichte deur komt te staan.

Overal bloemen, toch ruikt het er zuur. Hij kijkt omhoog en ziet de gele randen van de wolken, het is niet goed, hij weet het, hij weet het.

Hij heeft alleen een voornaam doorgekregen, de achternaam naast de deur kan van een vreemde zijn. De deur is van glas, dekt een donker voorportaal af, hij weet bijna zeker dat niemand open zal doen. Misschien heeft hij geen zin, wil hij dat het donker blijft, wat let hem om dan voor de vorm hardop te vloeken terwijl niemand hem hoort, daarna gespeeld boos over de verspilling van z’n kostbare tijd z’n banden over dit nette grind te laten gieren. De hoer spelen, dat is wat hij doet, erger nog, de stier, Herman Twaalf de wonderfokker voor al uw dorre echtgenoten. Hij voelt zich werkelijk kwaad worden.

De bel dreunt door het glas heen en hij schrikt van het licht dat onmiddellijk aangaat. Hij wacht, het blijft stil, niets beweegt achter het glas. Misschien is het dievenlicht gewoon aangesprongen, hij vraagt zich af of hij wordt gefilmd. De gedachte bestraft iets in hem, natuurlijk wordt hij nu vastgelegd.

Dan een schim achter de deur, een stem vraagt wie daar is. Hij brengt z’n mond dichter bij de gaatjes onder de bel en antwoordt. De deur gaat open.

Ze draagt een kimono, haar haren zijn nat. Iemand anders zou woorden aan de bewondering hebben gegeven die deze vrouw oproept, even denkt hij haar te herkennen van een film, van vroeger, maar ze is mooi van zichzelf. Waarom zou een vrouw haar schoonheid meteen professioneel moeten inzetten, al het oude onwrikbare in z’n hoofd, het is zo vermoeiend. Toen hij begon probeerde hij nog de rol van wereldwijze escort op zich te nemen, maar dat bleek niet voor hem, niet hiervoor, dus introduceert hij zichzelf, waarom eigenlijk nog, en zegt dat hij het makkelijk kon vinden. Ze maakt ruimte om hem binnen te laten, maar hij wil eerst haar voornaam weten. Het klopt en hij passeert haar, doorkruist haar geur die de wrange buitenlucht zuivert.

--

Als altijd wil hij alleen water, hij kijkt toe hoe ze zichzelf wijn inschenkt. Niet alleen rijke vrouwen nodigen hem uit, regelmatig komt hij ergens binnen waar de kamers laag en donker zijn, alles vettig is wat hij aanraakt, de alledaagse huizen waar ze voor hem hebben gespaard, voor z’n korte bezoek spullen hebben verkocht, al hun polissen vervroegd hebben verzilverd. Ze zijn de enigen die vragen hoe hij zich voelt, maar het is geen bezorgdheid, ze willen hun ontbering beloond zien, hopen meer geluk te hebben dan de vrouwen die hem zich meer dan die ene keer kunnen veroorloven.

Ze heeft nog niet veel gezegd, hij zit en wacht, het is er rustig, hij voelt zich er op de een of andere manier kalm. Misschien vanwege haar zwijgzaamheid, mensen begrijpen niet dat wanneer ze hun levensverhaal aan hem vertellen hij niet luistert, maar incasseert. Hij weet niet wat z’n cliënten, maar soms ook hun partners hiermee willen veroorzaken, wat ze bij hem hopen op te wekken.

Soms zeggen ze helemaal niets, dat komt altijd doordat ze te veel naar de filmpjes hebben gestaard, naar alle foto’s. Het is niet goed alles over hem te lezen, over hem te weten, ze kunnen dan niet meer geloven dat hij echt tegenover hen staat, dat die figuur van het scherm werkelijk voor hen is verschenen. Hij merkt dat hij zich op hen afreageert, later, om zich meer dan anders kenbaar te maken, zich te laten gelden, ze moeten hem voelen. Eigenlijk haat hij slaapkamers.

- Als je dit al vier jaar doet, zul je slecht over mensen zijn gaan denken.

- Dat is meer een opmerking dan een vraag.

- Al die ervaring. Je hebt me al helemaal ingeschat.

- Je gaat te snel, daar ben ik helemaal niet mee bezig. Op dit soort momenten zijn te veel gedachten alleen maar een belemmering.

- Is het goed gegaan met het geld?

- Anders was ik hier niet.

- Het zijn de zenuwen, je moet me even laten praten.

- Het is oké.

- Dit is m’n echte huis. Eerst had ik een hotelkamer bedacht, maar dat voelde te kil. Aan het begin van de straat, dat hoge witte huis, dat mocht ik vanmiddag lenen, heel aardig, het zijn lieve vrienden, maar ik wilde niet dat je dacht dat ik in zo’n huis zou wonen. We hebben ook nog een plek in Frankrijk, maar hier zijn we het meest.

- Een paar dorpen verder ben ik opgegroeid.

- Mijn man ook. Hij wilde weer terug.

- Dat is niet vreemd. Is hij hier? Daar zijn namelijk regels voor, misschien heb je ze al gelezen.

- Nee. Nee. Hij wacht. Niet hier.

Dan graait ze in haar kimono, ze trekt de stof losser en haar linkerborst verschijnt. Hij probeert haar blik te vangen tot hij beseft dat ze hem nu niet zal aankijken, hij is in haar val gelopen.

Z’n agentschap heeft ooit geprobeerd z’n zaad los te verkopen, maar ze vroegen zo veel dat niemand het vertrouwde, bovendien wil iedereen de legende nadoen. Dat hij ooit zo kortzichtig, zo bestraffend dom is geweest om te vertellen hoe z’n zoon is verwekt.

Ze duwt de borst terug, fatsoeneert haar kimono weer. Al het bedachte van haar handelingen wekt walging in hem op, met haar zoveelste onbeholpen versie van een kwellende herinnering heeft ze hem eraan herinnerd dat hij zichzelf haat.

- Deed ik het goed?

- Waarom is dat belangrijk?

- Nou. Voor straks.

- Je had gelijk. Ik heb je ingeschat. Het kostte weinig moeite, er is zo weinig onbekend aan je.

- Dat is niet aardig.

- Je hebt voor me betaald. Wanneer zal het woord aardig hier ooit bij passen?

- Je hoeft me niet te beledigen.

- Ik ga weer. Ik zal zorgen dat je vandaag nog je geld terugkrijgt.

- Nee, dat wil ik niet. Je blijft.

- Waarom?

- Ik denk dat het bij mij zal lukken. En dan kun jij je zoon weer zien.

- Wie zegt dat ik hem wil terugzien?

- We willen allemaal weer een kind zien. Een kind vasthouden.

- Ik heb hem maar weinig vastgehouden.

- Vanwege de moeder?

- Vanwege mij.

- Blijf, alsjeblieft. Het spijt me als ik iets verkeerd heb gedaan. Je hebt dit al zo vaak moeten ondergaan, ik dacht niet goed na.

Hij voelt medelijden voor haar maar beseft dat dit medelijden z’n schaamte moet verhullen, de vernedering moet temperen. We hebben verloren, dit denkt hij steeds meer.

- Puur toeval, meer niet, ik kan het ontelbare keren zeggen zonder dat het één keer wordt gehoord. Ergens klopt het ook niet. Ik heb altijd gedacht dat er stiekem nog anderen waren. Een geheime voorraad van kinderen ergens, in een berg of ondergronds in de woestijn, een kleine groep voor de wereld erna, met wijze ouders. Niet eens zozeer rijk. Gewoon... wijs.

- Geheimen zijn verlangens.

- Nee, dat zijn ze niet. Denk je niet dat er al lang weer eentje geboren zou zijn, een van mij, de man met het magische zaad? Arme Laia hebben ze van die stoep geschraapt en haar hele dna doorgelicht. Vrouwen hebben met haar gekweekte eitjes rondgelopen, voor m’n kwak betaald. Alles hetzelfde, maar er gebeurde niks, helemaal niks. Nog mag de hoop niet dood. Het moet kunnen, waarom zou het anders te koop zijn? Ik snap dat je het nobel wilt maken, maar voor wie? Je vreest verwijten die al in onze tijd niet meer bestonden.

- Het is een wrede grap dat God jou de laatste heeft gegund.

- Daar is hij dan.

- Je begrijpt er niets van. M’n laatste menstruatie is nu bijna drie jaar geleden. Mensen zijn je vreemd, dat is het wrede. Leefde je vrouw nog, dan zou ik met haar slapen. Gaat je nu al iets dagen? Dit draait niet om een nieuw kind, niet voor dit geld, die droom is te groot. Mannen en hun hang naar resultaat, naar eindpunten. Als ik me dichter bij de laatste handen kan betalen die een levend kind hebben aangeraakt, dan doe ik dat. Wanneer ik straks onder je lig, denk ik daaraan en aan niets anders.

- Dit is niet de uitdaging die je erin ziet. Dit is je vermaak, en inderdaad waarschijnlijk niet het duurste wat je dit jaar in huis haalt. Dit is je verhaal. Door jou moet de hele straat nu iets anders verzinnen.

- Voor een verhaal is je auto hier voor de deur al genoeg, het gerucht dat je hier bent. Ik wil meer.

Morgen heeft hij nog een andere afspraak, in Londen, daarna twee dagen vrij en dan Dubai waar hij drie keer moet opdraven. De Verlosser, zo kan hij nog steeds over zichzelf lezen hier en daar, toch is al vaak onthuld dat hij er geld voor vraagt.

Ze heeft gelijk en hij niet en dit maakt hem boos, een rechtvaardiging om haar te kwetsen, te kleineren, kan hij zo oproepen. Maar dit is straf, zo heeft hij het ooit besloten en hij zwijgt en wacht tot ze dezelfde borst nog eens ontbloot. Hij zal haar dan dragen waarheen ze maar wil, haar de handen laten voelen die niet de laatste waren.

--

De regen is luid, hij moet de muziek harder zetten. De gele wolken kletteren neer, hij is opgelucht dat hij binnen zit, neemt gas terug, de auto voor hem rijdt twijfelend, onvoorspelbaar. Hij is te laat voor z’n reservering, hij zal wel gewoon iets bestellen straks. Zo snel als in de stad lukt niet meer, maar uiteindelijk komt ook in dat rotdorp z’n eten, iets koeler, iets meer gehusseld, keurig bij z’n deur.

Dat zal het zijn, het aarzelen en zwabberen. Oude handen aan het stuur.

Gustaaf Peek (46) debuteerde in 2006 met de roman ‘Armin’, waarna ‘Dover’ volgde. Voor zijn derde roman ‘Ik was Amerika’ ontving hij de BNG Nieuwe Literatuurprijs en de F. Bordewijk-prijs. ‘Godin, held’ haalde de shortlist van de Libris Literatuur Prijs. Zijn scenario voor de speelfilm ‘Gluckauf’ werd bekroond met een Gouden Kalf. Ook schreef hij het pamflet ‘Verzet!’.

Meer over