Opinie

De EU-reductiedoelstelling is helemaal niet ambitieloos

De EU heeft zich tot nu toe altijd ingezet voor een beter klimaat. Door zich bereid te tonen om reductieverplichtingen op zich te nemen en deze ook daadwerkelijk te behalen.

Ted Thurlings is promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen en houdt zich voor zijn promotieonderzoek bezig met de EU-broeikasgasemissiehandel.
Voorbereidingen voor het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC)in Kopenhagen. Beeld ap
Voorbereidingen voor het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC)in Kopenhagen.Beeld ap

Op 24 oktober 2014 zijn door de Europese Raad nieuwe klimaatdoelstellingen vastgesteld. Deze doelstellingen ondervinden vanuit verschillende hoeken kritiek. Er wordt bijvoorbeeld gesteld dat de doelstelling van 40 procent-reductie van broeikasgassen in 2030 ten opzichte van het niveau van 1990 onvoldoende is om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. Daarnaast zouden de 27 procent-doelstellingen voor groene energie en energie efficiëntie niet dwingend genoeg zijn, waardoor de garantie ontbreekt dat deze doelstellingen daadwerkelijk worden gehaald.

Ik wil met deze bijdrage graag een lans breken voor de EU. Ik doe dat voor zover het beleid betrekking heeft op het tegengaan van klimaatverandering. Hiervoor is in het bijzonder de reductiedoelstelling van belang. Immers, ernstige klimaatverandering kan slechts worden voorkomen als de uitstoot van broeikassen op mondiaal niveau aanzienlijk wordt verminderd.

Verplichtingen

In dat kader geldt dat de EU - zowel nu als in het verleden en in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Verenigde Staten - zich heeft vastgelegd op een doorlopende vermindering van broeikasgassen. Allereerst was er het Kyotoprotocol (waar de Verenigde Staten zich uit terugtrokken) dat de EU reductieverplichtingen voor 2012 heeft opgelegd. Aan deze verplichtingen is voldaan.

Vervolgens legde de EU zich eenzijdig, alsook via een amendement op het Kyotoprotocol, vast om uiterlijk in 2020 de broeikasgasemissies met 20 procent ten opzichte van 1990 te hebben gereduceerd. Een aantal staten, waaronder Japan, hebben besloten niet aan dit amendement mee te doen.

Kortom, de EU heeft zich tot nu toe altijd ingezet voor een beter klimaat, door zich bereid te tonen om reductieverplichtingen op zich te nemen en deze ook daadwerkelijk te behalen. Andere (ontwikkelde) staten hebben nu en in het verleden laten zien een stuk minder bereidwillig te zijn (zie daarvoor alleen al de uitstoot data, beschikbaar via www.unfccc.int). In het bijzonder wijs ik daarbij op de Verenigde Staten, die geen reductie ten opzichte van het niveau van 1990 tot stand hebben gebracht en meer broeikasgassen uitstoten, in absolute hoeveelheden en per hoofd van de bevolking, dan de EU.

Ten aanzien van de reductie van broeikasgasemissies geldt verder dat resultaten behaald in het verleden in dit geval ook gelden voor de toekomst. Immers, het is uiteindelijk de cumulatie van broeikasgassen die leidt tot opwarming van de aarde.

Waarom niet ambiteus genoeg?

De vraag die ik dan ook wil stellen aan critici: waarom is de 40 procent reductiedoelstelling niet ambitieus genoeg? Als het antwoord op die vraag luidt: omdat mondiaal een hoger percentage reductie is vereist, dan is het maar de vraag of, vanuit historisch perspectief bezien, het niet gerechtvaardigd is als de EU ervoor kiest eens een tandje minder bij te dragen.

Het lijkt mij dat van bijvoorbeeld ontwikkelingsstaten als China nu ook meer mag worden geëist. De snelle economische ontwikkeling en de daarmee gepaard gaande broeikasgasuitstoot van dit land, maakt dat China in absolute hoeveelheden de grootste uitstoter is en per hoofd van de bevolking een vergelijkbare uitstoot met de EU heeft (althans volgens het BBC artikel: China's per capita carbon emissions overtake EU's). Als dit land zich niet wil vastleggen op beperkingen in de uitstoot van broeikasgassen, rekening houdend met de nog bestaande status als ontwikkelingsland, moet dan de rest van de wereld de klappen opvangen? Enige solidariteit van beide kanten is nodig.

Ted Thurlings is promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen en houdt zich voor zijn promotieonderzoek bezig met de EU-broeikasgasemissiehandel.

Meer over