COLUMNLoes Reijmer

De emancipatie van de Nederlandse vrouw komt piepend en krakend tot stilstand bij de kindertraktatie

Eigenlijk was ik van plan op deze plek over de complottheorie QAnon en Trump te schrijven. Of over Kamala Harris, de eerste vrouw van kleur die vicepresident kan worden. Over schurende jongeren in coronatijd misschien, maar nee, toch niet.

Soms is het hoofd vol met klein huishoudelijk leed, zéér klein huishoudelijk leed zelfs, waarachter, zo is mijn stellige overtuiging, desalniettemin een grote emancipatiestrijd schuilgaat. Patriarchale onderdrukking teruggebracht tot de poedelnaakte kern, zeg maar, systemisch seksisme dat je een of meerdere keren per jaar keihard in het gezicht slaat, een genadeloze confrontatie met de eigen vrijgevochtenheid – of het gebrek daaraan, vooral.

Kindertraktaties. Het kerkhof aan plastic speeltjes in het bakje van je kind op de crèche. De ‘Hoera, Jelle is 1 jaar!’-briefjes, de zorgvuldig gekalligrafeerde rozijnendoosjes, het boterhamzakje met daarin een rijstwafel in de vorm van een schaap. Die traktaties zijn, daar laat het handschrift geen twijfel over bestaan, allemaal door moeders in elkaar geknutseld. Overwerkte moeders, overvraagde moeders, moeders die helemaal geen tijd hebben om op Pinterest te zoeken naar ‘inspiratie gezonde kindertraktatie’ en vervolgens tot twee uur ’s nachts dolfijnen van bananen te maken, prinsessen van eierkoeken of schildpadden van appels. 

Wat zonde, denk ik elke keer weer als ik de inhoud van het bakje hoofdschuddend in mijn tas stop en die vervolgens thuis boven de prullenbak leegkieper. Niet alleen van al het plastic dat vanuit China naar Nederland is verscheept om in mijn vuilnis te belanden, maar vooral van de tijd die erin is gestoken. Desalniettemin sta ik zelf ook een paar keer per jaar in de Hema te drentelen voor het schap met ‘uitdeelcadeautjes’, of bananen-havermoutmuffins te bakken, suikervrij, lactosevrij, eivrij en bovenal vrij van smaak.

De emancipatie van de Nederlandse vrouw komt piepend en krakend tot stilstand bij de kindertraktatie. We denken dat we het doen om onze kinderen blij te maken, of in ieder geval om te voorkomen dat ze zich er later bij de psycholoog over beklagen, maar achter het triviale fenomeen gaat een wereld van maatschappelijke en, daaruit voortvloeiend, persoonlijke verwachtingen schuil. Dit land kampt met een hardnekkige moederschapsideologie, decennialang gingen we er prat op dat moeders de luxe hadden om voor de kinderen te zorgen in plaats van te werken. Uitblinken konden vrouwen vooral als moeder, door hun kinderen mooi te kleden en ambitieuze traktaties in elkaar te draaien. Een cultuur waarmee we, ook nu vrouwen vaker werken, nog steeds opgescheept zitten. En die ook weer wordt versterkt onder invloed van sociale media als Instagram, waar momfluencers laten zien dat pronken met je in roestbruine rompers gestoken kroost zeer lucratief kan zijn.

Het is fascinerend om met mannen te praten over kindertraktaties. Omdat je zo een jaloersmakend inkijkje krijgt in het brein van iemand die niet sociaal geconditioneerd is om de presentatie van zijn kinderen en alles wat daarmee samenhangt, zoals traktaties, als verlengstuk van zijn identiteit te zien. Als je het onzin vindt, waarom zou je er dan veel tijd aan besteden, vindt mijn geliefde terecht. Koop gewoon een zak rozijntjes. ‘Wacht’, zei hij laatst, ‘ik regel het wel.’ 

En zo stond ik vanochtend om kwart voor acht in de Vomar, te graaien naar pakken droge kinderkoekjes. Op de crèche was het lokaal versierd, mijn zoon werd gefeliciteerd. ‘Ik heb dit maar even snel gekocht’, zei ik bij het overhandigen van de traktatie. Idealiter had ik het daarbij gelaten, om een nieuwe standaard te stellen, in ieder geval voor mezelf. Maar nee, daar was de verontschuldiging al. ‘Mijn vriend zou het regelen. Hij is het vergeten.’

De samenzwerende ‘o die mannen toch’-blik had ik godzijdank achterwege gelaten, constateerde ik op weg naar de uitgang. Maar verder was ik er nog lang niet. 

Meer over