VerslaggeverscolumnAriejan Korteweg in Den Haag

De echte verandering is dat Kamerleden niet te voet naar de Troonrede komen

Het is een paar honderd meter van het Binnenhof naar de Grote Kerk. Toch laten de meeste Kamerleden zich vandaag brengen. Vier busjes verzorgen de verbinding, voorafgegaan en gevolgd door motoragenten. Bij de Grote Kerk is een stalen sluis, overal staat politie.

Als er nu iets deze Prinsjesdag anders maakt dan andere jaren, dan is het dit. Dat er vanwege de coronasomberte een grijze loper ligt en geen rode is te overleven. Dat de stoelen in de Grote Kerk op anderhalve meter van elkaar in het gelid staan alsof ze zich prepareren op een defilé op het Rode Plein, het hoort erbij. Minder uitzinnige hoedjes, mij hoor je niet klagen. Maar dat het voor Kamerleden niet veilig zou zijn op straat, is nieuw en niet te verteren. Omdat die alledaagse toegankelijkheid van vrijwel alle politici zo’n wezenskenmerk is van het parlementaire stelsel hier.

Kamerleden met de bus.

Niet iedereen geeft er gehoor aan. Een smaldeel van de SP onder aanvoering van Lilian Marijnissen komt aangelopen, net als een clubje PVV’ers met Martin Bosma. Ze weten ongeschonden de Grote Kerk te bereiken. Vooral de oppositie komt te voet, zo lijkt.  

Als de Partij voor de Toekomst, voorzien van clubkleuren, bij de kerk arriveert, kan Henk Otten nog niet weten welke verrassing hem te wachten staat. Wij, de zeven journalisten die het spektakel van een Prinsjesdag in coronatijd van nabij wilden meemaken, waren al een paar uur eerder naar de Grote Kerk gedirigeerd. We hadden daar gezien hoe tientallen dignitarissen, woordvoerders, beveiligers, placeerders en organisatoren zich zeer beheerst en op anderhalve meter afstand van elkaar druk maakten over de laatste stoelen en bordjes bij deze  hoogtijdag van een republikeinse monarchie, die dit keer sober en ingetogen gevierd diende te worden.

We hadden met Elisa Kuijt van het bureau Lustr gesproken, die toegewijd de grijze loper stofzuigde waarover de koning en zijn gemalin straks zouden binnenschrijden. Ze had zich zelf aangeboden, zei ze. ‘Heerlijk om het nog even helemaal mooi te maken.’

En we hadden dus tijd zat om alle naambordjes te bekijken. Daar zag je dat het thema verbinding, de koning zou het later zelf benoemen, serieus was genomen: Otten was naast Baudet geplaceerd, Krol, Van Haga en Hiddema zaten op dezelfde rij. Grote verzoendag in de kerk.

Bijpraten op anderhalve meter.

De 270 coronaveilige plekken zullen deze Prinsjesdag niet allemaal worden opgevuld. Enkele Kamerleden besloten op het laatste moment niet te komen. Zoals Dilan Yesilgöz (VVD). ‘Lastig besluit’, zegt ze vanuit huis. ‘Maar ik voel me hier toch iets beter bij.’

De stoelen op afstand maken ook de kwetsbaarheid zichtbaar. Eén virus en het parlement lijkt uit eenmansfracties te bestaan. Een volgend tikje en de boel raakt nog verder uit elkaar gespeeld. Dat volgende tikje is uitgedeeld, en het komt niet uit China. Dat is het tikje dat de autoriteiten er toe bracht politici te ontraden te voet naar de Troonrede te gaan. 

En wordt gekletst met de buurman/-vrouw op anderhalve meter: Paul van Meenen en Kathalijne Buitenweg, Jeroen de Vries en Dion Graus; Jesse Klaver en Paul Rosenmöller praten bij. Baudet komt pas binnen als iedereen al zit. Met zijn buurman zal hij geen woord wisselen.

Dan klinkt, extra toepasselijk dit keer, het lijflied van de Troonrede: Il discorso de la corona van Jurriaan Andriessen. De koning laat zijn onderdanen zo lang wachten dat het ongemakkelijk wordt. ‘Hij kan beter met de koets komen’, hoor ik een senator zeggen.

Verbinding?

Een Troonrede volgt met, heel eigentijds, het woord ‘ik’ in de eerste zin en heel veel dat de afgelopen dagen al was uitgelekt. Leve de Koning, hoera, hoera, hoera, klinkt het kaal en afgeknepen uit de mond van Jan Anthonie Bruijn, voorzitter van de Eerste Kamer. Van roffelen of klappen komt het niet in deze republikeinse monarchie. Het allervreemdste moment in dit stramme ritueel is als Khadija Arib komt melden dat de koning de kerk heeft verlaten. We zijn weer onder elkaar.

Op de weg terug richting Binnenhof beland ik in het kielzog van Baudet en zijn Forumgenoten. Wuivend en zwaaiend, grijnzend naar meisjes op het Buitenhof, arm in arm dollend met Hiddema en veel opgestoken duimen in ontvangst nemend. Dit is de echte vervanging van de rijtocht. Ogenschijnlijk ontspannen, maar er lopen oortjes mee. Dat hij naast Otten was geplaceerd? ‘Ik hou me met politiek bezig en heb vooral naar de koning geluisterd.’

Dat ziet Otten dan weer anders: ‘Hij ging al snel schaken op z’n iPhone.’

Meer over