Verslaggeverscolumnin San Pedro Del Pinatar

De dag dat de Mar Menor stierf en waarom de vissen zich ineens massaal op het strand wierpen

Maartje Bakker

Als er één dag van dit jaar is die de inwoners van San Pedro del Pinatar zich nog lang zullen herinneren, dan is het 12 oktober 2019. Op die dag spoelden tienduizenden dode vissen aan op de stranden van het dorpje in het zuiden van Spanje.

Nu is het december en loop ik met Jesús Gómez (62), visser, en zijn nichtje Isabel Gómez (39), wiskundelerares, langs het strand. De zon schijnt, de palmbomen worden net gesnoeid. Jesús vertelt dat hij op de bewuste dag een telefoontje kreeg, als voorzitter van de Broederschap der Vissers. Kom naar het strand, werd hem gezegd, er is iets vreemds aan de hand. ‘Toen ik hier aankwam, zag ik hoe de vissen zich wanhopig op het strand gooiden. Ik ben niet iemand die gemakkelijk huilt, maar…’ Hij kijkt de andere kant op. Wrijft zijn neus af.

De massale vissensterfteBeeld Marcial Guillén / Efe

Isabel neemt het snel over. Ook zij groeide op aan de oevers van de Mar Menor (‘Kleine Zee’), de grootste zoutwaterlagune van Europa. Als het niet te hard waait, doet ze haar hond een zwemvestje aan en gaan ze met de kajak het water op. Op de dag dat de Mar Menor stierf, was het doodstil in het dorp, herinnert ze zich. ‘Voor mij was het alsof mijn vader of moeder plotseling was overleden.’ Na die fatale dag besloot ze zich aan te sluiten bij de lokale actiegroep Pacto por el Mar Menor.

In Nederland was 2019 het jaar van de stikstofcrisis. Wij zullen ons dit jaar misschien herinneren als dat van de boze boeren, de verlaagde maximumsnelheid, de bouwstop. In al die politieke drukte zou je bijna vergeten waaróm zulke drastische maatregelen nodig zijn. Ja, de natuur heeft te lijden onder stikstof, maar tot apocalyptische taferelen leidt dat in Nederland vooralsnog niet.

Jesús Gómez, visserBeeld Maartje Bakker

Wat dat heeft te maken met de crisis van de Mar Menor? Alles. Deze zoute binnenzee ligt vlakbij een van de grootste landbouwgebieden van Spanje. Op een frisse decemberdag worden hier de slaplantjes in de grond gezet, die later bij ons in de supermarkten liggen. Ook hier gaat de intensieve landbouw gepaard met het gebruik van een enorme hoeveelheid meststoffen. De nitraten en fosfaten die niet worden opgenomen door de slaplantjes, stromen zo de Mar Menor in, een beschermd natuurgebied.

Jesús heeft de binnenzee in de loop van de jaren zien veranderen. Het water werd steeds troebeler, met steeds meer plantengroei. Er werden steeds meer dorades en langoustines gevangen – dit tot vreugde van sommige vissers - terwijl soorten als de zandsteenbaars en de mul schaarser werden. Een cruciaal jaar voor de Mar Menor was 2016. Toen veranderde de lagune in een groene brij, type erwtensoep.

En toen brak het rampjaar 2019 aan. Zuid-Spanje kreeg in september te maken met zware regens. In de Mar Menor ontstond een bovenlaag van zoet water en een onderlaag van zout water die nauwelijks met elkaar mengden. Het water was zo troebel dat de planten die onderin hadden gewoekerd geen licht meer kregen en afstierven. Er begon een rottingsproces. Alle zuurstof in de diepere waterlaag werd opgebruikt. En op een bepaald moment kwam dat zuurstofloze water voor de kust van San Pedro del Pinatar terecht, en konden de zeepaardjes en tonijnen en krabben geen kant meer op.

‘Wij vissers wisten dat dit ging gebeuren’, zegt Jesús. ‘Maar de politiek keek de andere kant op. Hier is jarenlang de Volkspartij (PP) aan de macht geweest, en die koos altijd voor de boeren.’ Ook hier weinig verschil tussen Spanje en Nederland.

Isabel GómezBeeld Maartje Bakker

Zelfs na de sterfte van de vissen probeerde de regioregering vol te houden dat er niets ernstigs was voorgevallen, vertelt Jesús. ‘Ze riepen onze hulp in: we moesten de zee op, om de waterlagen met de schroeven van onze boten te mengen. Het was bedoeld om te laten zien: dit was een eenmalige ramp, er wordt gewerkt aan een oplossing. Wij hebben dat geweigerd. We wilden niet dat de boeren gewoon door konden gaan met vervuilen.’

Inmiddels zijn de dode vissen opgeruimd. Het water van de Mar Menor klotst kalmpjes, zij het met wat groene prut erin, tegen de kust. Aan de vloedlijn vind je een resumé van de vervuiling die deze Kleine Zee treft. Een fles zonnebrandcrème, een gebruikte kwast met bootverf eraan, een verpakking van gif tegen knaagdieren, een fors stuk van een afvoerbuis.

‘Nu was het de Mar Menor’, peinst Isabel, turend over het water. ‘Maar let op: wat hier in het klein gebeurt, is in de Middellandse Zee op grotere schaal gaande.’ Het is ook hetzelfde als wat zich in heel wat Nederlandse vennen en plassen voltrekt. Alleen een beetje zichtbaarder.

Meer over