Bericht uitWarschau

De coronawinter in Polen is kleur- en smaakloos

null Beeld EPA
Beeld EPA

Tijdens de zwaarste lockdown sinds het voorjaar speelt het openbare leven in Warschau zich voornamelijk af op straat, merkt correspondent Arnout le Clercq.

Onlangs werd ik besprongen door een vis. In de Warschause wijk Praga bevindt zich een gargantueske Carrefour, zoals je ze op het Franse platteland vindt. Daar staat op de visafdeling een soort ronde tobbe, tot de nok toe gevuld met spartelende vissen. Ik was op zoek naar champignons, toen een van de vissen zich mijn kant op lanceerde. Het dier vloog rakelings langs me heen en landde vlakbij.

Verstijfd keek ik naar die naar adem happende vis op de vloer, de medewerker van de visafdeling was nergens te bekennen. Iedereen in een straal van twintig meter liep automatisch de andere kant op, terwijl ik me afvroeg of ik de vis moest oppakken. En hoe gaat dat dan, hoe voorkom je dat hij uit je handen glibbert, wat moet je doen als juist dan iemand van het personeel komt aanlopen? Leg dat maar eens uit, in het Pools.

Soms schrijf je iets op om iets anders te vertellen, schreef María Gainza in haar roman Oogzenuw. Je draai vinden in een nieuwe stad – ik woon nu een paar maanden in Warschau als plaatsvervangend correspondent – is altijd lastig, maar zeker tijdens een pandemie.

Alles is dicht of gaat dicht. Toen ik eind september aankwam, waren de restaurants nog open. Prettig, dacht ik. Onverstandig, dacht ik ook, toen ik twee avonden later op zoek was naar een maaltijd en in een bruiloftsfeest verzeild raakte. De tweede golf sloeg genadeloos toe in Polen. Eind oktober ging de horeca dicht, met andere maatregelen bleef de overheid eindeloos schipperen. Musea en bioscopen moesten uiteindelijk sluiten, hotels waren alleen voor zakelijke doeleinden open (plots was iedere Pool op zakenreis), winkelcentra gingen open en dicht als een knipperlicht. De regering besloot uiteindelijk tot een ‘nationale quarantaine’, de zwaarste lockdown sinds het voorjaar. Essentiële winkels zijn nog open, boekwinkels vallen daar in Polen trouwens ook onder, de rest is gesloten.

Afspreken met mensen doe ik veelal in het park, je maakt een wandeling en drinkt een kopje koffie. De vroeg invallende duisternis en het natte winterweer maken het er niet makkelijker op. In het oude centrum wordt ’s avonds gelukkig nog grzane wino (glühwein) geserveerd uit de ramen van cafés, waarvan de consumptie oogluikend wordt toegestaan door de politie. Drinken op straat is eigenlijk verboden.

Journalistiek heb ik genoeg te doen. Zo was ik getuige van de grootste protesten in Polen sinds de val van het communisme. ‘Je bent in interessante tijden naar Warschau gekomen’, wordt me dikwijls gezegd. Maar de nieuwscyclus is iets anders dan het echte leven, in al zijn spontaniteit. En dat staat tijdens de lockdown op een laag pitje. Ik kom al lang in Polen en ken het ook in niet-coronatijden. Daar ben ik blij om. Maar daarom voelt het soms des te meer alsof ik, net als veel coronapatiënten, mijn reuk- en smaakzin ben verloren, alsof ik mijn omgeving niet volledig in me op kan nemen. Het leven is, net als op veel andere plaatsen, kleurloos geworden.

Wat gebeurt er als ik de vis probeer terug te stoppen, dacht ik in de Carrefour. Beelden van tientallen andere vissen die me bij de poging zouden bespringen flitsten door mijn hoofd, ik voelde me volledig onthand, tot ik me na een paar eeuwigdurende seconden bij twee weglopende Polen voegde en de champignons vond. Even later was de vis weg. Het zal door de kleurloze Warschause coronawinter komen, maar die vis blijft me bij.

Meer over