ColumnSheila Sitalsing

De coalitie vertegenwoordigt de winnaars, en die zijn met meer

null Beeld

In mijn verzameling aandoenlijke voornemens van de boven ons gestelden, staat de volgende doelstelling. Ze komt van Mark Rutte en is in maart dit jaar opgetekend in het prille begin van de informatie, toen alles nog onschuldig was. Toen we nog geen weet hadden van de Omtzigt-notities, toen ­iedereen nog zei enorme ‘haast’ te hebben bij het formeren van een nieuw kabinet. Rutte moest van de verkenners zeggen wat voor hem belangrijk is in een nieuwe regering, en volgens de aantekeningen zei hij onder meer: ‘Zorg: liefdevol, maar enigszins betaalbaar.’

Een begrijpelijke en universele wens – betaalbare liefde: wie wil dat nou niet? Boeiend ook, omdat hier vrij precies wordt samenvat dat je het op grote lijnen over veel eens kunt zijn, tot je gaat inzoomen en op enkel tegenstellingen stuit. Over wat ‘liefdevol’ betekent, over wat ‘betaalbaar’ inhoudt en over de vraag ten koste van welke andere liefdevolle handelingen de betaalbare betalingen moeten worden gedaan.

Eerst het ‘wat’, dan het ‘hoe’, doceerde Herman Tjeenk Willink toen hij tijdelijk naar het Binnenhof was gehaald. Er werd eerbiedig geknikt, maar langs de weg van het ‘wat’ naar het ‘hoe’ staan een stuk of negentien Kamer-fracties met evenzoveel verschillende routebeschrijvingen.

Het gekmakendste voorbeeld is armoedebestrijding. Dat één op de negen kinderen in Nederland opgroeit in ­armoede is de favoriete statistiek van politici uit alle hoeken. Verschrikkelijk, zou niet moeten mogen, kan niet zo zijn dat dit kan in dit land et cetera et cetera. Iedereen wil ervanaf. Waarbij opvalt dat de partijen die zichzelf als ‘middenpartij’ beschouwen ervoor waken de lat al te hoog te leggen. CDA-leider Hoekstra wil het aantal kinderen in armoede ‘halveren’, want in het radicale midden is de helft radicaal zat. VVD en D66 schreven in hun opzet tot aanzet voor een regeerakkoord ‘verminderen met ten minste de helft’, want stel je voor dat de achterban ze zou verdenken van radicale gedachten, of erger: van ‘niet realistisch zijn’.

Over het ‘wat’ is dus iets wat je brede overeenstemming zou kunnen noemen: het is een schande (of een halve schande) dat in een steenrijk land gemiddeld in elk klas­lokaal een paar kinderen zitten voor wie goede kleding en schoeisel, fatsoenlijk eten, een laptop, een schimmelvrij huis, vakanties, boeken en alle andere dingen die belangrijk zijn als je een kind bent, niet vanzelfsprekend zijn.

Daarna begint het eindeloze praten in rondjes. Om de zoveel tijd zet een partij, meestal uit de oppositie, de schijnwerper op de oorzaken, meestal gestaafd door ­onderzoeksinstituten, door diverse afkortingen uit de ­polder – van SCP tot CPB tot SER – en door lokale bestuurders die gruwelijke Haagse regelingen moeten loslaten op de inwoners van hun gemeente. Zoals de gestage, jaarlijkse verlaging van de bijstandsuitkering: het is al een decennium bewust beleid omdat het júíst goed zou zijn voor de mensen als ze tot werken worden aangezet; het leidt in de praktijk tot verdere armoede. Zoals de strengheid die controlerende ambtenaren verplicht moeten toepassen van opeenvolgende generaties politici. Zeg toeslagenschandaal, zeg kostendelersnorm en de ver­halen komen vanzelf.

Genoeg politici deden ook deze week weer hun best ­tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen: Sylvana ­Simons tackelde de kostendelersnorm, Jesse Klaver hielp eenpitter Pieter Omtzigt aan meer spreektijd om de armoedegrens nog eens onder de aandacht te brengen, ­Lilian Marijnissen doet niets anders, er waren moties van de fractie PvdAGroenLinks. Het wordt allemaal gesmoord in een deken van optimisme van een coalitie die de ­winnaars vertegenwoordigt. En die zijn met meer.

Meer over