columnde betrouwbare mannetjes

De Betrouwbare Mannetjes schreven het slot

null Beeld
Simon Hendriksen en Melle Runderkamp

‘Met dossiervreter Koolmees en rouwdouw Remkes aan het roer kan het zomaar snel gaan met de formatie, is althans de hoop bij de betrokken partijen.’ (de Volkskrant, 5 oktober 2021)

‘Het einde gloort voor de formatie. Meer dan acht maanden na de verkiezingen zitten de onderhandelingen over nieuw kabinet volgens een betrokkene ’in de laatste fase’. Het is ’een cruciale week’, stelt een andere bron. Volgens een goed ingevoerde bron kan - als alles meezit - er volgende week een concept-regeerakkoord liggen.’ (De Telegraaf, 29 november 2021)

Hij draaide het raampje nog wat verder open, maar veel helpen deed het niet. ‘Luister, nou.’ probeerde Rouwdouw Remkes opnieuw. ‘Het einde gloort. De laatste fase is nu echt aangebroken.’ Maar Dossiervreter Koolmees gaf geen sjoege. Hij lag daar maar, vrijwel bewegingsloos. Al dagen, sinds hij zijn stoel helemaal achterover had gedraaid, staarde hij vrijwel alleen maar zwijgend naar het plafond. Alsof-ie alle hoop verloren had.

Rouwdouw bestudeerde zijn collega. De baardharen in zijn hals, de gele plekken onder zijn armen, de lege ­zakken chocoladepepernoten. Hij was geen schim meer van de energieke ­kerel die maanden geleden door het lot aan hem was toegewezen. De drive, de nieuwsgierigheid, het frisse jongehonderige enthousiasme van die eerste weken had plaatsgemaakt voor ­berusting, cynisme misschien wel.

Rouwdouw voelde de onmacht zich van hem meester maken. Hij had zijn protegé de afgelopen weken langzaam tussen zijn vingers vandaan zien glippen. Alles had hij geprobeerd, maar niets leek nog te werken. Een paar dagen geleden had hij zelfs een paar verse dossiers op de achterbank laten ‘slingeren’, maar Dossiervreter had er niet eens naar omgekeken.

Tuurlijk voelde hij zich medeverantwoordelijk voor de situatie. Hij was het geweest die hem lange tijd was voor­gehouden dat ze ‘zo spoedig mogelijk’ klaar zouden zijn. Dat het ‘nu zomaar snel zou kunnen gaan’, dat ‘de kop eraf was’, dat er ‘schot in de zaak’ zat en dat ze nu ‘echt vaart gingen maken’. Eerlijk gezegd had het Rouwdouw verbaasd dat Dossiervreter er zo makkelijk in mee was gegaan. Maar toch, nu was ­alles echt anders. Nu waren ze er echt, echt bijna. Het voelde in ieder geval heel erg als een laatste fase. Het einde gloorde helemaal.

Hij stak een sigaret op in een poging de misselijke geur die de auto nu al dagen gijzelde te onderdrukken. ‘Hee… amigo… Hoor je wel wat ik zeg? Als alles meezit, ligt er volgende week gewoon wellicht een concept klaar!’ Dossier­vreter leek er niet warm of koud van te worden. ‘Maak me maar wakker als het zover is’, prevelde hij en hij schoof de voorkant van zijn gleufhoed een klein stukje over zijn ogen.

Rouwdouw voelde een ongekende woede in zich opborrelen. ‘Maak me maar wakker als het zover is? Maak me maar wakker als het zover is? Het einde is aan het gloren, mafkees!’ Hij greep met zijn linkerhand Dossiervreters voorhoofd, pakte met zijn rechter een dossier van de achterbank en wreef het met forse halen over zijn bolle gezicht. ‘Wake up and smell the coffee, son! Het is een cruciale week. De laatste fase! Hier hebben jij en ik al die tijd godverdomme op zitten wachten.’

Dossiervreter liet Rouwdouw zijn gang gaan. Heel even had hij nog overwogen zich te verzetten, maar iets in hem hield hem tegen. Hij voelde de gladde pagina’s zijn harige wangen strelen. God, wat had hij dit gemist. ­Terwijl hij de laatste pagina’s uit zijn mondhoeken haalde, keek hij Rouwdouw aan. Voor het eerst in dagen, zo leek het wel. ‘Geloof je echt dat we in de laatste fase zitten?’, vroeg hij voorzichtig. Rouwdouw draaide tevreden zijn raampje dicht, stak een extra sigaret op en toverde een gloednieuwe zak chocoladepepernoten tevoorschijn. ‘Man, volgende week zit de klus er met een beetje mazzel misschien wel helemaal op. Zijn we eventueel wel gewoon klaar.’ Hij zag vanuit zijn ooghoek hoe Dossiervreter een chocoladepepernoot in de lucht gooide, ’m in zijn mond opving en zijn stoel weer langzaam omhoog draaide: ‘Het einde gloort!’, jubelde hij. Rouwdouw grijnsde. ‘Zeker gloort het. Althans, als alles meezit.’

Meer over