columnde betrouwbare mannetjes

De betrouwbare mannetjes lazen voor

null Beeld

1. Grote Oen

Tante Annemarie komt vandaag en dat is heerlijk. Mark heeft zijn nieuwe winterjas met touwtjes en knopen aan en Sigrid een nieuwe jurk. Toet! Daar is de auto! ‘Wat zullen we vandaag gaan doen, kinderen?’ roept tante Annemarie. ’Alles mag!’ Sigrid weet niet goed wat ze wil. Dat heeft ze heel vaak. Mark wil naar de dierentuin. En warme choco. ‘En ik wil voorin, want het is mijn tante’ zegt Mark. En dat is waar. Daar heeft Sigrid niet aan gedacht. ‘Jullie gaan allebei achterin. Dat moet,’ zegt tante Annemarie.

En dan rijden ze. Het gaat heel hard. Sigrid vindt het meteen fijn bij tante Annemarie. Het is koud achterin de auto. Sigrid kan wolkjes blazen. Mark ademt op de ruit en schrijft er op met zijn vinger. ‘Pieter is een grote oen!’ roept Sigrid en ze moet lachen. ‘Wat is er zo grappig?’ vraagt tante Annemarie. ‘Mark vindt Pieter een grote oen!’ zegt Sigrid. Mark en Sigrid proesten het uit. ‘Dat is niet netjes, Mark,’ zegt tante Annemarie. Maar Sigrid ziet dat zij ook stiekem moet lachen. Want Pieter is ook een beetje een oen. Wat is het toch heerlijk om een tante Annemarie te hebben.

2. Sinterklaas

‘Wat zullen we vandaag gaan doen?’ zegt oom Herman. Mark vindt het altijd leuk bij oom Herman. Hij mag er veel meer dan thuis en oom Herman is nooit boos. Zelfs niet nu iedereen weet dat hij Pieter een grote oen vindt. Mark zit op de knie van oom Herman. Sigrid vindt het een beetje spannend. Ze kent oom Herman niet zo goed. Hij lijkt op Sinterklaas. Maar dan zonder baard. Sigrid is dol op Sinterklaas. Maar ze is boos op Mark. ‘Ik wil niet met Mark spelen!’ roept ze. Oom Herman lacht vriendelijk. ‘Je moet niet boos zijn op elkaar. Dat is niet fijn.’ En daar heeft hij gelijk in. Sigrid heeft meteen spijt. Ze wordt helemaal rood. ‘Ik wil met slappe Gert spelen’, zegt Mark. Slappe Gert is het buurjongetje van oom Herman. Sigrid vindt het naar. Ze vindt slappe Gert een eng jongetje. Oom Herman begrijpt het. ‘Kom je anders ook op mijn knie zitten?’ Dat durft Sigrid beslist niet. Maar ze laat het niet merken. Want dan vindt Mark haar flauw. Oom Herman vertelt een mooi verhaal en Sigrid komt steeds dichterbij en ineens zit ze ook bij oom Herman op schoot. Zomaar ineens. ‘Laten we anders een kop warme choco drinken’, zegt oom Herman. ‘Dan kunnen we rustig kijken waar jullie allebei zin in hebben.’

3. Vakantie

‘Wat zullen we vandaag gaan doen?’ vraagt juf Mariëtte. Juf Mariëtte is lief. Maar ze vindt dat Mark en Sigrid ook met de andere kinderen moeten spelen. Mark vindt de vriendjes van Sigrid stom. Hij wil wel met eentje spelen, maar niet met allebei. En hij wil met slappe Gert. Sigrid wil niet met slappe Gert. Slappe Gert wil eventueel misschien wel met Mark spelen al vindt hij het ook wel stom dat hij Pieter een grote oen vindt. Maar helemaal niet spelen vindt hij ook stom. ‘Zo is spelen niet leuk’, zegt juf Mariëtte. ‘Laten we anders gewoon op vakantie gaan’ zegt ze. ‘Dan zien we daarna weer verder.’ ‘Vergeten jullie niet jullie werkjes te maken?’ Dat zullen ze niet vergeten. Dat beloven ze.

4. Huiswerk

‘Hebben jullie een fijne vakantie gehad?’ vraagt juf Mariëtte. Mark heeft een heel fijne vakantie gehad. Hij is gaan varen met zijn beste vriend en heeft stiekem helemaal geen werkjes gemaakt. Maar dat vindt juf Mariëtte niet erg. ‘Ik heb ook geen werkjes gemaakt!’ roept Sigrid. En de hele klas moet lachen.

5. Plas

‘En nou is het godverdomme afgelopen!’’ Bovenmeester Remkes is boos. Mark en Sigrid zijn een beetje bang voor bovenmeester Remkes. Hij schiet zijn sigarettenpeuk door de klas. ‘Ik ben er godverdomme helemaal klaar mee!’ briest hij. De peuk vliegt langs Sigrid. Ze moet huilen. Mark moet ook huilen. En hij heeft ook een beetje in zijn broek geplast. Maar dat is niet erg. ‘Weet je wat’, zegt Sigrid. ‘Dan plas ik ook in mijn broek!’ De hele klas plast in zijn broek en iedereen moet lachen. Zelfs bovenmeester Remkes.

Meer over