COLUMNSheila Sitalsing

De baas steekt een middelvinger op in de vorm van een vrijmibo

null Beeld

In de krant bleef mijn oog haken aan het woord vrijmibo. Een oeroud woord uit het arsenaal van de kantoorburgerman, het zit in het vakje waar ik ook ‘bijtelling’ en ‘je purpose vinden binnen het organisatiegebeuren’ in heb opgeborgen en waar ik zelden in kijk omdat daar zelden reden toe is.

Nu was er reden toe. Het krantenartikel ging over makelaar Pieter, die geen Pieter heet (bescherming, tegen zijn buren en tegen zijn chef en ook tegen de anonieme hordes online die hem anders voor altijd zullen kunnen opvissen uit het archief wanneer ze behoefte hebben aan een nieuw slachtoffer om hun bloeddorst te lessen). Hij moet van zijn werkgever niet alleen elke dag naar kantoor komen omdat zijn baas ‘het gevoel heeft dat er op de zaak harder wordt gewerkt’, maar onderwerpt zich ook elke vrijdag aan de kantoorborrel. Pieter, die geen Pieter heet, rept van vergeefse pogingen tot afstand houden, en al helemaal nadat eenmaal ‘een flesje wijn aan de bar’ is opengeplopt. ‘Als niemand dit maar ziet’, denkt hij dan.

Het niet aanpakken van bazen die ‘het gevoel’ hebben dat hun kantoorwerkers, die heus thuis dossiers kunnen bijwerken en klanten kunnen bedienen en alle onzinmails ongelezen kunnen weggooien, harder werken als ze naar de zaak komen en ze daarom het thuiswerken verbieden, is een politieke keuze. Je hoort in Den Haag veel ‘kan nu eenmaal niet’, en ‘is een private zaak’, en ‘ligt in het domein van vakbonden en VNO-NCW’, en ‘een kantoor is geen winkel die we regels kunnen opleggen’ en ‘een kantoorpand is een besloten omgeving’ en ‘tja’, wanneer iemand vraagt of het kabinet niet met een raketwerper langs al die kantoren moet waar mensen gedwongen bij elkaar werk zitten te doen dat ook thuis kan worden gedaan, of anders kan worden gedaan. En of het kabinet niet het waterkanon moet richten op rattige chefs die het ‘dringende advies’ om thuiswerken te faciliteren beantwoorden met een middelvinger in de vorm van een vrijmibo.

Hierop ‘tja’ antwoorden, is een politieke keuze. ‘Dringende adviezen’ uitvaardigen aan werkgevers en doen alsof je daarmee alle mogelijkheden in dit domein hebt uitgeput is een politieke keuze van een kabinet dat wel mensen ‘s avonds in hun huis opsluit, dat wel aan een quarantaineplicht werkt, dat wel reis- en vliegverboden instelt, dat wel kinderen de toegang tot school ontzegt, dat wel winkels verbiedt om klanten bestellingen te laten ophalen, dat wel boetes laat opleggen aan mensen die groepsgewijs op straat rondhangen, dat wel boa’s afstuurt op openluchtfeestjes onder viaducten, dat wel cafés sluit, maar dat machteloos de handen in de lucht gooit wanneer Pieters baas op de zaak een vrijmibo belegt. Sorry, niks aan te doen.

Elke beslissing in de coronacrisis is een politieke keuze. Alleen daarom al moet elke suggestie om de verkiezingen uit te stellen resoluut worden verworpen. Uitstel wordt hier en daar voorzichtig geopperd. Want is het wel veilig om tien miljoen kiesgerechtigden de straat op te sturen, en zullen de corona-angstigen die het stembureau niet in durven zich niet belemmerd voelen in het uitoefenen van hun democratische recht, en hoe moet het CDA in godsnaam digitaal campagne voeren als het daar de hele tijd mis gaat met alles wat met computers te maken heeft, en is het niet zielig voor Henk Krol dat hij in coronatijd lastig de benodigde steunverklaringen voor zijn nieuwe partij kan verzamelen?

Uitstel is ook een klap voor het democratische proces. Elke dag uitstel is een dag langer de macht toevertrouwen aan een demissionair kabinet. Elke dag uitstel vergroot het risico dat de kiezer straks niet meer weet waarom dit kabinet ook alweer was afgetreden.

Meer over