ColumnSheila Sitalsing

De AOW als strijdpunt is armzalige oppositie

null Beeld
Sheila Sitalsing

Imposant zijn de bedragen die de nieuwe regering wil uitgeven – jij krijgt een miljard, jij krijgt een miljard, jij krijgt er 35! – en imposant zijn de verwijten – potverteren, miljardenverspilling, van het pad af, o horror een staatsschuld in 2060 van Zuid-Europese proporties, en de rekening gaat naar de mensen die nog geen stemrecht hebben.

Nu is dat laatste, over dat er altijd rotzooi achterblijft voor de mensen die nog moeten komen, sowieso waar. Was het altijd al. Ook heel vroeger al, toen elke kuub gas die de grond uit werd ­gepompt jubelend als louter winst werd bijgeboekt. Net als elk opstijgend vliegtuig, elke boerende koe, elke afgelegde auto­kilometer, elk stuk staal dat in IJmuiden uit de fabriek kwam rollen. Wat je niet kan meten, telt niet, en wat je niet kan zien, is er niet, dus telde men al die decennia de klimaatschade niet en ­bekommerde niemand zich om stikstof in de grond. We zijn rijk, zeiden de mensen tevreden tegen elkaar.

Dat er nu tientallen miljarden in stikstof- en klimaatfondsen gaan om eindelijk eens de kosten te betalen waar voorgaande generaties te beroerd voor waren, te gierig ook, te kortzichtig en gespeeld-onwetend, zou je dus als winst kunnen zien. Het is een investering. (Had de nieuwe regering geen geld uitgetrokken, dan was er net zulk hard gehuil opgestegen en had het net zoveel verwijten geregend: dat dít het moment is om te lenen, dat de klimaatkosten andermaal worden doorgeschoven naar de ­kinderen, dat een laf kabinet op de winkel komt passen.)

Het gekke is wel: de vervuilers van nu hoeven van het kabinet weinig tot niets te betalen. Ze krijgen juist geld. Subsidies om koeien weg te doen, om de oude auto weg te doen, om schoner te produceren. Subsidies in plaats van hogere lasten.

Dat is niet alleen ondoelmatig, want weinig werkt zo goed en zo direct als het doorberekenen van echte kosten aan degene die de kosten veroorzaakt, en subsidies leiden vrijwel altijd tot verspilling. Het is ook oneerlijk. Zoals het ook oneerlijk is dat de klootzak die snikkend belooft het leven te beteren altijd meer zendtijd en ‘respect’ krijgt dan de sukkel op wie nooit iets aan te merken viel. Bovendien worden de lasten wederom geschoven naar, inderdaad, de toekomst. Die toekomst zal schoner zijn – al zal dat ervan afhangen of het geld verstandig wordt besteed, of het niet opgaat aan onzin, en of er niet ondertussen alsnog een gek met een kettingzaag het bos bij Amelisweerd te lijf gaat ­omdat de bomen de ambities van de A27 in de weg staan.

Enkel uitdelen en weinig terugeisen moet wel leiden tot ­protest van de groepen die niet meedelen. De AOW’ers waren er snel bij. Niet om schande te spreken van geldsmijterij, maar om ‘ik wil óók’ te brullen. Het is het enige punt waar de hele oppositie het over eens is. Dat is begrijpelijk – het is simpel en je maakt je er populair mee – maar ook armzalig.

Dat wordt het hart vasthouden wanneer dinsdag het debat over de regeringsverklaring van start gaat. Want zoveel ambities verdienen goede oppositie over fundamentele zaken. Er valt ­genoeg te zeggen: dat de regering een gouden kans liet schieten om niet alleen vervuilers zwaarder te belasten, maar ook ver­mogen en kapitaal. Dat de mensen die nog niet geboren zijn die projecties voor de staatsschuld in 2060 helemaal niet erg vinden, mits er nu lef wordt getoond, en het mes gaat in achterhaalde industrieën. Dat het met zoveel geld eindelijk moet lukken iets goeds te doen voor de mensen die nog geboren moeten worden.

Meer over