Opinie

Dat Midas Dekkers terug wil keren naar de studie van rassen is totaal gedateerd

Al in 1950 verwierp de UNESCO het concept ‘ras’. Uitgebreide bevolkingsonderzoeken, ook via het dna, bevestigden de juistheid van dit besluit. Wereldwijd is het grootste verschil dat tussen mannen en vrouwen.

Machteld Roede
Midas Dekkers. Beeld Hilde Harshagen
Midas Dekkers.Beeld Hilde Harshagen

Een nieuw boek van Midas Dekkers is altijd weer een feest. Op zijn heel eigen, geestige wijze weet hij te provoceren en ons aan het denken te zetten. Van het grote interview naar aanleiding van Wat loopt daar? , schrok ik echter. Ligt het aan de interviewer, of tuimelt hij zelf in verraderlijke valkuilen? Zeker in een diep ravijn, wanneer de fysische antropologie ‘rassenkunde’ wordt genoemd.

Uiterst pijnlijk. Want de verderfelijke rassenleer van de nazi’s berustte op frauduleuze nep: op hun verzoek herschreven de Duitse antropologen hun geschriften en gaven een gefingeerde ‘wetenschappelijke’ basis aan hun mythes over een edel blank supermens en het ontaarde joodse ras. In Nederland kwam duidelijk verzet. Al in 1936 veroordeelde Adèle J. van Bork–Feltkamp (toen de verpersoonlijking van de Nederlandse fysische antropologie) de nazi ras-doctrine scherp.

Toen op 26 november 1940 de rechtsgeleerde Rudolph Cleveringa zijn historische protestrede hield, doceerde iets verderop de anatoom J.A.J. Barge studenten geneeskunde over de onzin van de rassenleer van de oosterburen. Barge werd voor lange tijd gedeporteerd. Op 6 november wordt weer de jaarlijkse Barge-lezing gegeven om hem te eren.

In Amsterdam stelde antropobioloog Arie De Froe tot in 1943, na allerlei lichaamsmetingen, voor honderden joodse landgenoten levensreddende nep ‘niet-Jood verklaringen’ op. Hij kreeg hiervoor later de eervolle Yad Vashem-onderscheiding. Na de oorlog werden zijn colleges over antropobiologie (fysische antropologie) druk bezocht. Heeft Midas Dekkers die colleges nog gevolgd?

Middas Dekkers stelt: ‘Na de oorlog verdween een hele tak van wetenschap: de fysische antropologie.’ Dat is absoluut onjuist. Integendeel, internationaal schoten de instituten uit de grond, zoals in Utrecht het jaren bloeiende Instituut voor Antropobiologie van John Huizinga; bij de grote recessie in 1986 helaas gesloten. Zijn onderzoek in Mali bij de Dogon/Tellem was een televisiehit. Later leidde in Leiden anatoom George Maat een actief Centrum voor Fysische Antropologie, inclusief het door hem opgerichte Barge’s Anthropologica en de succesvolle Zomercursus; na zijn pensioen zijn beiden overgeheveld naar het AMC in Amsterdam.

Het succesvolle standaardwerk Human Biology uit 1964 verspreidde wereldwijd de definitie van onze godfather Rudolf Martin uit 1938: Fysische antropologie is de studie van de aard, oorsprong, ontwikkeling en oorzaken van menselijke biologische variabiliteit in tijd en ruimte. Werd lang slechts de uiterlijke diversiteit bestudeerd (pigmentatie, vorm van haar, lip, neus of van het bovenste ooglid, lichaamslengte en vingerpatronen) en vervolgens ook inwendige verschillen (fysiologie, biochemie, bloedgroepen), nu is het bepalen van verschillen tot op dna-niveau mogelijk.

In tegenstelling tot wat Midas Dekkers beweert, zijn verschillen binnen de diersoort mens al eindeloos beschreven en op onze vele congressen besproken. Dekkers pleidooi voor de terugkeer van de fysische antropologie is dan ook vermakelijk. Het domein bloeit immers als nooit te voren, steeds meer leden melden zich bij onze vakvereniging. Onze specifieke meetmethodes en classificaties blijven wijd toegepast, zoals lichaams-/gezichtsmeting bij de jeugdgezondheidszorg en de orthodontie. Bij skeletonderzoek door paleontologen en bij de huidige topper, de forensische antropologie, wordt de zeker niet op de schroothoop gegooide schedelmeter veelvuldig gebruikt. Voor de nieuwe identificatiemethodes werd onze kennis over vingerpatronen en voor het opstellen van een forensisch daderprofiel oogkleur (nieuwe oogleurstaalkaarten) weer actueel.

Taboe

Na de oorlog was de besmet geraakte term ‘ras’ taboe. Bovendien bleken, in tegenstelling tot bij doorgefokte dieren en veredelde eetbare gewassen, bij de mens steeds duidelijker nergens scherpe grenzen te onderscheiden. Weliswaar paste de mens zich bij zijn uiterst succesvolle verspreiding over de aarde door natuurlijke selectie aan aan de meest uiteenlopende omgevingsfactoren, resulterend in een grote fysieke diversiteit. De mens reist echter graag en veel. Door grote migratiegolven, landverhuizingen, handel en verplaatsing van legers, trad én treedt er veelvuldig genetische uitwisseling op en we blijven één enkele soort, Homo sapiens.

Daarom verwierp de UNESCO, de VN-organisatie voor onderwijs, wetenschap en cultuur, al in 1950 het concept ‘ras’. Uitgebreide wereldwijde bevolkingsonderzoeken, nu ook via het dna, gaven steeds meer aanvullend bewijs voor de juistheid hiervan. In 1972 werd aangetoond dat 94 procent van de fysieke variatie voorkomt bínnen de zogenaamde raciale groepen, terwijl conventionele geografische raciale groepen slechts in ongeveer 6 procent van hun genen van elkaar verschillen.

In 1975 verklaarden ook dertig vooraanstaande Europese fysisch antropologen ‘ras’ tot een artificieel, obsoleet concept, zonder enige biologische significantie. De Amerikaanse vakgenoten namen dit later over. Per kenmerk komen vloeiende overgangen voor; soms is de spreiding binnen een groep, een regio, groter dan vergeleken met elders. Bloedgroepenfrequenties verschuiven van oost naar west, huidkleurgradaties van noord naar zuid.

Hoe extreem verschillend mensen er inderdaad uit kunnen zien, ook het steeds verfijnder dna-genoom-onderzoek toont geen discontinue verschillen. Nu wordt algemeen aangenomen dat grofweg slechts 10 procent van de totale genetische variatie bij de mens tussen morfologisch verschillende populaties optreedt.

De zoölogische term ‘een ras is een groep met een kenmerkende constante erfelijke samenstelling’ gaat voor de mens dan ook nergens op. Wereldwijd is het grootste verschil dat tussen mannen en vrouwen. Dat de dierbare Midas Dekkers terug wil keren naar de studie van rassen is totaal gedateerd.

Machteld Roede is fysisch antropoloog en (mede)oprichter en erelid van de Nederlandse Verenging voor Fysische Antropologie (NVFA).

Meer over