tv-recensieYasmina Aboutaleb

Dat er bij bosgevechten ook onschuldige slachtoffers vallen, raakt in deze documentaire ondergesneeuwd

null Beeld

Dat hele voetbal kan de mannen in voetbalshirtjes en bivakmutsen gestolen worden. ‘Ik kijk niet eens elke wedstrijd, wat eromheen hangt interesseert me meer.’ Een ander: ‘Ik weet niet eens wat buitenspel is.’ Nee, het gaat ze om de confrontaties, de spanning, de adrenaline, het avontuur, het kameraadschap. Voor je stad staan: Utrecht voor alles. Dat vechten is gewoon met niets te vergelijken. Kijk: ‘Neuken is lekker, maar het gevoel dat je tegenover elkaar staat in het bos: daar kan niets tegenop.’

Zloty in de documentaire ‘Bosvechters: Utrecht Hooligans Forever’ Beeld Videoland
Zloty in de documentaire ‘Bosvechters: Utrecht Hooligans Forever’Beeld Videoland

Ja, duidelijk maken wat nou de kick is van het onder rivaliserende groepen hooligans populairder wordende fenomeen bosgevechten, daar slagen de makers van de Videolanddocumentaire Bosvechters: Utrecht Hooligans Forever wel in. De film volgt hiervoor een groepje anonieme hardekernsupporters dat met hooligans uit andere steden in bossen op de vuist gaat. Zonder wapens, inderdaad.

De bosgevechten zijn komen overwaaien uit Rusland, waar getrainde vechters voor de voetbalsupportersgevechten worden gerekruteerd. Ook in Nederland gebeurt dit. We zien de Utrechters in een gymzaal waar zeven dagen in de week, twee keer per dag wordt getraind. Een klinisch psycholoog zegt alle begrip te hebben voor de gevechten, die nu eenmaal voortkomen uit de ‘dierlijke natuur’ van de mens: ‘Vechten is lekker.’ Hij pleit ervoor ze met elkaar te laten knokken: de verzorging van hun wonden en breuken mogen ze dan achteraf met creditcard betalen.

De vlogcamera schokt, de Utrechtse hooligans met bijnamen als Witte Bonjasky en Dikke Tjabo lopen gespannen door het bos naar de ontmoetingsplaats. ‘Ik ben zenuwachtig, man,’ zegt er een. Het advies: ‘Focus, jongen, focus. Laat zien wie de gekste is!’ In het volgende camerashot gaat het los. Vuisten worden tegen neuzen gerost, voeten in ruggen geplant. De camera gaat alle kanten op. ‘Gas geven! Winnen! Winnen!’, roept iemand van de zijkant. Als de Utrechters iedereen tegen de grond hebben gewerkt, stoppen ze met vechten. Bloed, breuken en ziekenhuisbezoeken worden niet getoond, terwijl foto’s bij een artikel uit de Volkskrant begin dit jaar lieten zien hoeveel schade bosvechtende hooligans oplopen.

De film biedt een interessant inkijkje in een gesloten wereld, maar het portret van de Utrechtse hooligans is weinig kritisch. Een criminoloog waarschuwt in de film voor onschuldige slachtoffers, maar die boodschap lijkt te worden ondergesneeuwd door de lading gevechten, blijmoedige interviews en reportagebeelden. De mannen omschrijven zichzelf als gezinsmannen met heel gewone banen: bouwvakker, schilder. Pas op het eind van de film wordt er gevraagd naar criminele activiteiten. Het antwoord: ‘Ja, we hebben boeven in ons midden, maar dat betekent niet meteen dat ze niet deugen.’ Er wordt niet doorgevraagd. Tot slot geven de mannen, natuurlijk, de media de schuld van hun negatieve imago.

Meer over