ColumnFrank Heinen

Dat echte levens van echte mensen door de overheid in het honderd lopen is geen pech of toeval, maar beleid

null Beeld

Iemand moest Jonathan van D. hebben belasterd, want zonder dat hij iets kwaads had gedaan, was hij op een ochtend alles kwijt.

Jonathan van Dijk is een van de hoofdrolspelers in het alle verbeelding tartende Belastingdienst-horrorverhaal dat Jonathan Witteman zaterdag in de Volkskrant schreef. Van Dijk werkte in het verleden voor een werkgever die zonder zijn medeweten geen loonbelasting over zijn salaris afdroeg. Van Dijk maakte de dienst zelf hierop attent, en kon vervolgens de schuld terugbetalen.

Of beter gezegd: dat kon hij niet. Hij verloor zijn huis, zijn relatie strandde. ‘Zoals het er nu voor staat’, zei hij, ‘ga ik ervan uit dat ik tot mijn dood in de schulden zit.’

Wittemans artikel stond vol met dit soort afgrondelijke ellendezinnen. Halverwege de ontstaansgeschiedenis van een volgende casus begon het me te duizelen: onterechte afwijzingen, foute afgiften, verkeerde aanslagen, boetes die maar blijven komen, advocaten die nauwelijks een factuur durven sturen, omineuze cijfercodes...

Zo troebel als de oorzaken waren, zo helder waren de gevolgen. Huis weg, hond weg, relatie weg en veroordeeld tot een leven lang in de penarie. Uit de verhalen rees het beeld op van een systeem dat de ene automatische fout op de andere stapelt, in naam van de God van de efficiency. Fouten die eenvoudig te corrigeren zouden zijn geweest, als daar maar ruimte voor zou zijn. Die ruimte is er niet, want ruimte is tijd en tijd is geld, en dat geld is er, ondanks al die ijverig rondgestuurde boetes, niet. Medewerkers van de Belastingdienst worden uitgeknepen om mensen uit te knijpen.

Uit Wittemans artikel verrezen de contouren van een door technologie gedicteerd systeem waarin argwaan jegens het individu het fundament vormt. Het Systeem Risico Indicatie (SyRI), dat de rechter vorig jaar in strijd met het recht op privacy achtte, werd met name ingezet in buurten met relatief lage inkomens en bij mensen met een migratieachtergrond. Kortom, het voortijdig leeggeflubberde proefballonnetje van de voortijdig leeggeflubberde VVD-fractieleider Dijkhoff om wetsovertredingen in probleemwijken zwaarder te straffen, werd even verderop al min of meer in praktijk gebracht.

Inmiddels is SyRI uitgerangeerd, maar Super SyRI ligt al in de marinade. Super SyRI, het klinkt als een huishoudrobot die zich in een B-film zomaar opeens tegen zijn baasjes keert – prima gekozen naam, kortom.

Het zijn tekenen aan dezelfde wand. De overheid beschermt zichzelf tegen de burger, die wie weet wat voor kwaads in de zin heeft. ‘Een mensbeeld waarin elke burger een potentiële fraudeur is’, noemde Nationaal Ombudsman Reinier van Zutphen het in Wittemans artikel.

Alleen in dat kader is het nieuws te vatten dat staatssecretaris Broekers-Knol besloot om in stilte wat medemenselijkheid uit de regels rond gezinshereniging van vluchtelingenkinderen te schrappen – alvorens daar dinsdagmiddag weer halfhartig op terug te komen. ‘De omvang van de casuïstiek blijkt aanmerkelijk groter dan gedacht.’ Ja ja, precies ja.

Al die keuzes en berichten en regels en systemen en ontwikkelingen wortelen in door wantrouwen vergiftigde grond. Dat de boel na weer een beleidswijziging of implementatie van een nóg volautomatischer systeem steeds opnieuw hartverscheurend in het honderd loopt, en de kranten volstromen met schrijnende voorbeelden, omdat ‘de boel’ echte, kwetsbare levens van echte, kwetsbare mensen blijkt te behelzen, is geen pech, of toeval, of schrijnende bijvangst. Het is een logisch gevolg van beleid dat vaart op als efficiëntie vermomde krenterigheid, en op argwaan.

Meer over