Opinie

Dankzij Europa kunnen we een hogere staatsschuld best aan

Het is heus niet erg als we wat meer op de pof leven. Dankzij Europa kunnen we een hogere staatsschuld best aan, betoogt Alfred Kleinknecht.

 Aquaduct Veluwemeer in Harderwijk Beeld Freek van den Bergh
Aquaduct Veluwemeer in HarderwijkBeeld Freek van den Bergh

Uit de recente doorrekening van partijprogramma’s door het Centraal Planbureau (CPB) bleek dat de meeste partijen kiezen voor extra overheidsuitgaven. Men kiest ook voor stimulering van de economie waardoor de staatsschuld stijgt. CPB-directeur Hasekamp merkte in zijn toelichting dan ook op: met de stijgende staatsschuld schuiven we lasten door naar toekomstige generaties. Zij erven straks hogere lasten voor rente en aflossing, omdat wij nu lekker spenderen.

Dit roept de vraag op: is het moreel verantwoord dat we op de pof leven en de rekening doodleuk naar de toekomst doorschuiven? Na ons de zondvloed? Voor een zinnig antwoord moeten we ons vooral twee dingen realiseren.

Ten eerste erven toekomstige generaties niet alleen een staatsschuld, maar ook staatsbezittingen: wegen, bruggen, kanalen, et cetera. Zolang de geërfde bezittingen groter zijn dan de schulden (in Nederland ruimschoots het geval) mag ons nageslacht niet klagen. Ten tweede moeten we ons realiseren dat intussen bijna 25 procent van de staatsschuld in de Eurozone is opgekocht door de nationale centrale banken.

Van de circa 500 miljard aan Nederlandse staatsschuld is (per januari 2021) 119 miljard opgekocht door De Nederlandsche Bank (DNB). En dit bedrag groeit nog dagelijks zolang de opkoopprogramma’s doorlopen. Deze opkopen zijn betaald met wat men ooit de ‘geldpers’ noemde. Tegenwoordig is er geen gelddrukmachine meer nodig, maar slechts wat klikken op een toetsenbord bij de centrale bank. Het is dus gratis geld, dankzij het geldscheppingsmonopolie van DNB.

U moet zich realiseren dat DNB feitelijk een overheidsbedrijf is, met de Nederlandse staat als enige aandeelhouder. Dit betekent dat de Nederlandse overheid dankzij de opkoopprogramma’s van de Europese Centrale Bank (ECB) nu een hele brok Nederlandse staatsschuld aan zichzelf verschuldigd is. De staat betaalt desondanks keurig rente over de 119 miljard staatsschuld aan DNB. Deze rente slaat in de boekhouding van DNB neer als winst en deze winst maakt DNB dan eens per jaar over naar haar aandeelhouder, de staat. Met andere woorden, de staat betaalt de rente aan zichzelf!

Dit is belangrijk, want het echte venijn van een hoge staatsschuld zit hem niet in de schuld an sich, maar in de rentelasten, die overigens bij de huidige lage rentes erg meevallen. Maar mocht de rente weer eens stijgen, dan kan dat wel een punt worden. Met de hogere rentestanden in het verleden moest menig land tussen 5- en 15 procent van de jaarlijkse belastinginkomsten neertellen voor rente op staatsschuld. Dat is een aardige hap geld.

Kortom, mochten de rentes in de toekomst weer stijgen, dan mogen we extra blij zijn met de inkoop van staatsobligaties door DNB. Naarmate DNB nog meer staatsschuld opkoopt, wordt de staatsschuld een geringere last voor ons allen en zal de hoogte van de staatsschuld er almaar minder toe doen.

Lastig nieuws

Dat de hoogte van de staatsschuld niet meer veel uitmaakt is lastig nieuws voor aanhangers van een streng begrotingsbeleid. Als men op rechts vindt dat bijvoorbeeld de verzorgingsstaat te genereus is en dat de uitkeringen te hoog zijn, dan kan men zich niet meer verschuilen achter het argument dat er (helaas!) bezuinigd moet worden, omdat anders het huishoudboekje van de overheid in het ongerede komt. Met andere woorden, wie door middel van strenge bezuinigingen de verzorgingsstaat wil kortwieken, heeft nu geen stok meer om de ezel te slaan en moet daar eerlijk voor uitkomen. Verfrissend voor het politieke debat.

Het bovenstaande betekent overigens niet dat de overheid nu in het wilde weg geld kan uitgeven. Er zijn wel degelijk grenzen, want we moeten op de inflatie letten. Echter, streven naar een staatsschuld van maximaal 60 procent van het Nationaal Product is volstrekte onzin. Japan had vrij recent nog een staatsschuld van bijna 240 procent van het Nationaal Product. Niemand maakte zich er druk over. De bezitters van staatsschuldpapier wisten dat de Japanse centrale bank bereid was staatsschuldpapier op te kopen. Dit is de afgelopen jaren inderdaad gebeurd. Probleem opgelost.

Kortom, anders dan bij bedrijven of huishoudingen mag er bij de staat wel degelijk (wat) meer geld uitgaan dan er binnenkomt, ook op de langere termijn. Een hogere staatsschuld kan prima – zolang de Europese Centrale Bank in Frankfurt onze DNB maar ertoe blijft aanzetten Nederlandse staatsobligaties te kopen.

Alfred Kleinknecht is emeritus hoogleraar economie (VU en TU Delft) en gasthoogleraar bij de Kwansei Gakuin University (Japan).

Meer over