VerslaggeverscolumnMichael Persson in New York

Daklozen in het luxe Lucerne Hotel: voor sommigen is dat een probleem

Een smetteloze stoep voor het Lucerne Hotel in New York.  Beeld
Een smetteloze stoep voor het Lucerne Hotel in New York.

Voor de deur van een van de mooiste hotels van New York veegt een bewaker de stoep. Hij is breedgeschouderd, het vegen kost hem enige moeite – in de ene hand heeft hij de bezem, in de andere een stok met een bakje waarin het vuil moet en het is lastig die twee bij elkaar te brengen. Maar hij ziet elke prop of peuk en even later zijn de tegels smetteloos, nog smettelozer dan ze al waren voordat hij begon.

Dit is het Lucerne Hotel, een terracotta toren uit 1904, dat sinds de zomer weer net zo vol zit als vóór de pandemie. Alleen zijn het geen toeristen die in en uit lopen, maar daklozen die even verderop, op de hoek van de straat, voor de chique brasserie Nice Matin een sigaretje gaan roken.

Dit is een probleem.

Wat eraan voorafging: veel plekken in New York zijn door de pandemie leger geworden, maar niet de marges van de stad. In parken, onder bruggen en viaducten, op grasstroken langs de grotere straten zijn tentjes en staketsels van plastic verrezen, als slecht ingepakte surprises, waaronder de mannen en vrouwen zich schuilhouden die geen andere schuilplek meer hebben. Ze liggen in portieken van kerken en in de gangen van de metrostations, op de bankjes langs de straten en op de stoelen van de bussen. In het openbaar kunnen ze tenminste afstand houden – in de barakken van de daklozenopvang zijn door covid zo’n honderd doden gevallen.

Er zijn hier niet zo veel daklozen op straat als in steden als Atlanta en San Francisco, waar sommige stoepen echt campings zijn geworden. Dat is mede te danken aan een programma van burgemeester Bill de Blasio om daklozen in hotels onder te brengen die toch leegstaan. Dat leek een mooie oplossing.

Maar sommige omwonenden denken daar anders over.

Terracotta toren. Beeld
Terracotta toren.

In de Upper West Side, de chique buurt in Manhattan tussen het Central Park en de rivier, begonnen bewoners te sputteren toen de daklozen in juli verschenen. Ze begonnen op een Facebookpagina bij te houden hoe vaak ze bewoners dronken of stoned zagen, en gaven hun de schuld van verdwenen pakjes, gelardeerd met racistische terzijdes. Dit najaar werd de West Side Community Organization geboren, een organisatie met als motto ‘Wij Houden Onze Buurt Veilig – Gewijd Aan het Beschermen Van Uw Kwaliteit Van Leven’. Vervolgens namen ze een advocaat in de arm, een voormalige loco-burgemeester van Rudy Giuliani, om de daklozen daar te krijgen waar ze hoorden: weg.

Dit is zo’n welvarende weldenkende buurt waar zo’n 90 procent op de Democraten stemt. Leuk hoor, dat helpen van de zwakkeren in de samenleving, maar dat kan toch ook elders?

‘Het is toch raar’, zegt een man die Stephen heet en die op straat naar de gevel staat te turen – de stenen zijn vorig jaar gerestaureerd en hij moet dat elders in de stad proberen na te doen. ‘De gezinnen in deze buurt hebben hard gewerkt om hier te kunnen wonen. Dan moet je je kinderen toch gewoon over de stoep kunnen laten skateboarden?’

De Blasio kwam poolshoogte nemen, sprak met de boze buurtbewoners en koos toen hun kant – de door hen ingeschakelde advocaat werkt ook voor de burgemeester. De daklozen moesten maar naar een ander hotel, vond hij. Een rechter was het daarmee eens en op een dag in oktober stonden er al bussen klaar om de tweehonderd mannen af te voeren, toen een andere rechter er een stokje voor stak, nadat drie daklozen hadden verteld ‘onherstelbare pijn’ te zullen lijden door de gedwongen verhuizing. Ze kregen steun van een ander buurtcomité, de Upper West Side Open Hearts, omwonenden die zich dus verzetten tegen het verzet van hun buren en onder meer kleding en voedsel begonnen uit te delen aan de daklozen. ‘Zij hebben evenveel recht om lid te zijn van deze buurt als wie dan ook’, zei Melissa Sanchez, de aanvoerder van de daklozensupporters.

Nu is het wachten op een hoger beroep.

‘Ik hoop zo dat we kunnen blijven’, zegt Jeffrey Curie, een zestiger die al twaalf jaar op straat en in de opvang woont. ‘De gewone shelters zijn vies en gevaarlijk. Je slaapt met z’n zessen op een kamer, iedereen is high, niemand maakt de gemeenschappelijke douche schoon. Hier hebben we een eigen douche. Tv, ijskast en magnetron op de kamer. Dan kun je weer voor jezelf zorgen.’

‘De buurt maakte het ons echt moeilijk’, zegt dertiger Marcus. ‘Ze gaven ons van alles de schuld, terwijl hier ook heus wel lawaai werd gemaakt toen wij er nog niet waren. Het zou zo zonde zijn als we hier weg moeten – ik heb een baantje hier, ik zet geld opzij om straks een appartement te kunnen huren, dan kan ik mijn kinderen weer zien. Het is hier zoveel beter dan op de andere plekken waar ik heb gewoond. Ik kom uit Brooklyn, ik leer nu voor het eerst in mijn leven deze kant van de stad kennen. Ja, een beetje als een toerist.’

Daklozensupporters: 'Zij hebben evenveel recht om lid te zijn van deze buurt.' Beeld Getty Images
Daklozensupporters: 'Zij hebben evenveel recht om lid te zijn van deze buurt.'Beeld Getty Images
Meer over